Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen vreemden keizer laten opdringen. Zij bekleedden Constantinus, den zoon van den overledene, met het purper, en riepen hem tot augustus uit.

Constantijn, zoon van Constantius Chlorus en van de Christin Helena, was geboren in het jaar 274 en alzoo 32 jaar oud, toen hij de nalatenschap zijns vaders aanvaardde. Door vleiende geschiedschrijvers wordt ook hem de zoo dikwijls misbruikte eernaam de Groote gegeven; doch ook hij verdient dien naam even weinig, als de meeste met bloed bevlekte tyrannen, die hem vroeger of later gedragen hebben. Groot waren ongetwijfeld zijne scherpzinnigheid, zijn veldheerstalent en zijne dapperheid, maar groot ook zijne heerschzucht, zijne wreedheid en trouweloosheid. Slechts zijn eigenbelang hield hij bij alles in het oog; mei ijskoude onverschilligheid ruimde hij eiken hinderpaal uit den weg, die hem het volvoeren van zijne eerzuchtige plannen belette. Over lijken baande hij zich den weg tol de alleenheerschappij; en eenmaal in het bezit daarvan, baadde hij zich in haar genot, en \.ierp het masker van liefde voor het volk al, dat hij reeds te lang naar zijn zin gedragen had. Door verfijnde zwelgerij, door schandelijke verkwisting, die alleen kon bestreden worden door ondragelijke lasten aan het volk op te leggen, en door gruwelijke moorden bezoedelde hij den keizerlijken diadeem.

Men heeft Constantijn vergeleken met Augustus, wijl hij evenals deze, het wereldrijk uit zijn verval ophief. Waarlijk ten onrechte, want zelfs de met bloed bevlekte Augustus staat hooger aangeteekend in de geschiedenis dan Constantijn de Groote.

Augustus, de tyran der republiek, zochl als alleenheerscher zijn verleden te doen vergelen, doordien hij zich beijverde, voor zoover de keizerlijke heerschzucht dit gedoogde, om het volk gelukkig te maken. Constantijn daarentegen sloeg een geheel anderen weg in. Zoolang zijne heerschappij nog niet op vaste grondslagen rustte, streefde hij er naar zich bemind te maken en den naam van een rechtvaardig, welwillend en onbaatzuchtig vorst te verwerven; maar eenmaal lot zijn doel gekomen, vertoonde hij zich in zijne ware gedaante, als een losbandig, wreed, verkwistend en gewetenloos despoot.

En toch is deze man de Groote bijgenaamd, toch heeft hij onder de geschiedschrijvers lofredenaars gevonden, die hem hebben verheven tol den eersten, den edelslen, den grootsten vorst der aarde! Deze zonder twijfel overdreven lofspraken heeft hij alleen te danken aan de bescherming, die hij den Christenen verleende.

De scherpzinnige staatsman was niet blind voor de geduchte macht,[welke de Christenen door hun aantal en hun welgeregeld bestuur in het Romeinsche rijk reeds bezaten. Door hen te beschermen maakte hij hen, die zoolang verdrukt en vervolgd waren, tot zijne vurigste en trouwste aanhangers.

Het is mogelijk, dat Constantijn zelf tot het Christendom overhelde, daar zijne moeder Helena, de eerste, later verstooten gemalin van Constantius Chlorus, eene Christin was. Dat deze ingenomenheid echter niet sterk genoeg zou geweest zijn om hem, wanneer het niet met zijne staatkunde gestrookt had, als beschermer der Christenen te doen optreden, hiervoor strekt zijn volgend leven tot sprekend bewijs. Dit blijkt ook uit de omstandigheid, dat hij zelf eerst kort voor zijn dood tot het Christendom overging, terwijl hij, om de Romeinen, die nog altijd aan den ouden afgodendienst gehecht waren, niet van zich te vervreemden, de waardigheid van pontifex maximus(opperpriester) voortdurend bleef bekleeden.

De Christenen waren in zijne schatting slechts eene machtige partij, die hij op listige wijze als zijn werktuig gebruikte en die hij beschermde, omdat zij hem de alleenheerschappij konden verschaffen.

Constantijn heeft den bijnaam van den Grooten Ie danken aan deze bescherming, die hij den Christenen verleende, want de Christen-geschiedschrijvers, en onder hen vooral de bisschop Eusebius van Caesaraea, des keizers levensbeschrijver, hebben den man, die den Christelijken godsdienst tot gods-

Sluiten