Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dienst van staat verhief; die onder liet teeken des kruises zijne zegepralen vierde, en de diensten, door de geestelijkheid hem bewezen, met schenkingen van staatswege beloonde, eene zeer partijdige dankbaarheid gewijd *).

. Constantijn, die ongeveer 18 jaar oud was, toen zijn vader Constantius Uitorus den titel van caesar ontving, bleef in dienst van Diocletianus Hii muntte door groote persoonlijke dapperheid uit, en werd door den keizer tot den rang van eersten tribuun verheven. Om zich te onttrekken aan de la "en van den ïjverzuchtigen Galerius, vluchtte hij in het begin van hel jaar 30G tot zijn vader. Met dezen ondernam bij een veldtocht tegen de Pieten die uit het noorden van Schotland een inval in Brittannië hadden gedaan, en hier onderscheidde hij zich zoo, dat de legioenen hem, gelijk wij reeds 'verhaald hebben, terstond na den dood zijns vaders, als augustus begroetten.

In schijn aarzelde Constantijn, de hem opgedragen waardigheid te aanvaarden, doch eindelijk gaf hij toe. Dat hij een voortreffelijk legerhoofd was bewees bij alras zijnen legioenen, daar hij de Franken, die in Gallië doorgedrongen waren, zegevierend tot over den Rijn terugdreef.

Foen Galerius den brief ontving, die hem den dood van Constantius Uitorus en de verhefiiing van diens zoon tot de keizerlijke waardigheid meldde, dreigde hij, woedend over zulk eene aanmatiging, den brief benevens den bode in bet vuur te werpen. Doch spoedig kwam hij tot andere gedachten; hij berekende, welke hulpmiddelen zijn tegenstander ten dienste stonden, en deinsde teiug \ooi den twijfelachtigen uitslag van een oorlog. Naardien Constantijn hem in zijn schrijven een middel had aangeboden, om zich met eere uit deze moeilijkheid te redden, greep hij dit aan. Wel hechtte hij zijne goedkeuring niet aan de verheffing van Constantijn tot augustus, maar hij benoemde hem in plaats daarvan tot tweeden caesar, terwijl bij aan zijn lieveling Severus de waardigheid van augustus verleende.

Constantijn zou derhalve voortaan den vierden rang onder de beheerschers van het Romeinsche rijk innemen, en hiermede stelde hij zich ook voorloopi" tevreden. Door de erkenning van Constantijn was de staatsregeling, door Diocletianus ingevoerd, weder hersteld. Maar spoedig zou daarop opnieuw inbreuk gemaakt worden.

Rome, de oude hoofdstad der wereld, was door het stichten van vier nieuwe residenties eenigszins op den achtergrond geraakt. Hierdoor gevoelden de Romeinen zich in hunne ijdelheid gekwetst. De machtelooze senaat verlangde weder een Romeinsch keizer binnen de muren der oude stad te kunnen begroeten. Hierbij kwam de vermeerderde druk der belastingen, die door de vierdubbele hofhouding der keizers steeds hooger werden opgevoerd. Niets was natuurlijker dan dat er onder de inwoners van Rome eene algemeene ontevredenheid ontstond. Een zoon van Maximinianus, Maxentius, leefde op zijn landgoed in de nabijheid van Rome. Hij was een losbol, die zich tot dusver door niets anders dan door zijne uitspattingen onderscheiden had. Daar hij gehuwd was met eene dochter van Galerius, meende hij om die reden recht te hebben op het keizerlijke purper. Om hiertoe te geraken, stijfde hij de Romeinen in hunne ontevredenheid. Tevens wist hij zich bemind te maken bij de twee legioenen praetorianen, die te Rome in garnizoen lagen, en toen deze hem den 2leu October 306 tot augustus uitriepen, nam bij zonder bedenken die waardigheid aan, waarin hij tevens door volk en senaat erkend werd.

Severus, die het bewind voerde over Dalië, zag zijne macht door de verheffing van Maxentius ernstig bedreigd. Hij bracht daarom in aller ijl een leger op de been, en trok tegen zijn mededinger op. Doch in plaats vanéén keizer vond hij er twee, die zich tegenover hem stelden.

) Door andere geschiedschrijvers wordt een veel gunstiger oordeel over Constantiins karakter geveld. Men vergel. o. a. het Hoofdst. Constantijn de Groote en zijne zonen in het werk: Gesch. der Christ. kerk in taferee/en, te Arnst. bij G. Portielje en Zoon, Dl. II, bl. 1.

Sluiten