Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hunner begeerde niets minder dan de alleenheerschappij, ofschoon hij voor het oogenblik zijn oogmerk zorgvuldig poogde Ie verbloemen.

De onwaardigste en minst bekwame der vier keizers was Maxentius. Hij voerde den schepter te Rome met eene wreedheid en eene willekeur, die de dagen van INero en Cahgula in hel geheugen riepen. Om zijne dwaze spilzucht te kunnen voldoen, perste hij den senatoren en anderen rijken lieden onder den naam van vrijwillige geschenken ontzaglijke geldsommen af. Zij die weigerden van het hunne af Ie staan, werden onder de nieligsle voorwenusels door beulslianüen omgebracht.

De uitspattingen van Maxentius grensden aan het dierlijke. Geene maagd, geene vrouw was veilig voor zijne aanranding. Eusebius verhaalt ons, dat ue aanzienlijke Romeinsche vrouwen, hoe onwillig dan ook, de schandelijke aanzoeken des keizers inwilligden. Eene vrouw echter, eene Christin, Sophronia, de vrouw van den praefecl der slad. verkoos den dood boven de schande; om hare eer Ie redden, doorslak zij zich met een dolk. Morrend verdroegen de Romeinen dil schandelijk bewind. Zij waagden hel echter niet, zich daartegen te verzeilen, want de praetorianen en de overige soldaten hingen mei bun geheele hart den keizeV aan, die hun volle vrijheid liel om de weerlooze burgers uit te schudden. Roof of moord, door een der soldaten aan een gering burger gepleegd, werd niet eens gestraft.

Maxentius meende, dat bij, dewijl hij te Rome resideerde, de eenige rechtmatige beheerscher van den Romeinschen staat was. Hij maakte zich gereed om in de eerste plaats Constantijn aan te lasten, onder voorwendsel, dal lui zich verplicht achtte om den dood zijns vaders te wreken.

Constantijn had van zijne zijde reeds lang naar eene geschikte gelegenheid uitgezien om de wapenen tegen Maxentius Ie kunnen opvallen. Ten einde zijn tegenstander alle hoop op ondersteuning af te snijden, slool hij. doch slechts in schijn, een innig verbond van vriendschap met Licinius en verlooide hij aan dezen zijne zusier Constantia.

Hij voorkwam den aanval van Maxenlius, trok met een voortreffelijk uilgerust leger over den Mont-Cenis en was reeds aan de zuidzijde der Alpen aangekomen eer Maxentius eenige maatregelen had kunnen treffen, 0111 de Bergpassen te verdedigen. De locht van Constantijn naar Italië was eene gewaagde, ja bijna vermetele onderneming, want Maxenlius voerde eene legermacht aan welke viermaal grooler was dan die van zijn tegenstander, die liet grootste gedeelte zijner legioenen in Gallië had moeten achterlaten, om ue grenzen tegen de Franken te beschermen. De onversaagde veldheer steunde ecliier zoowel op zijn eigen genie als op de onbedrevenheid van Maxentius, op de beproefde dapperheid zijner eigen soldalen, in de talrijke gevechten tegen de barbaren betoond, en op de zwakheid der praetorianen, die door weelde en zingenot ontzenuwd waren. Dij had zich niet misrekend.

Maxenlius liet liet beleid van den oorlog aan zijne onderbevelhebbers over, terwijl Inj le Rome zijn losbandig leven voortzette. In weerwil hiervan Constantijn een heeten kamp te strijden; maar toch droeg hij in een lal van belangrijke gevechten de overwinning weg. Onafgebroken zette hij zijn tocht tegen Rome voort. I11 den strijd tegen Maxentius riep Constantijn voor ue eerste maal de hulp in van bondgenooten, die hem in het vervolg van lijd getrouw ter zijde bleven, van de Christenen namelijk, onder welke zich velen als dappere krijgslieden deden kennen.

Omtrent den oorlog wordt door de Christen-geschiedschrijvers eene bijzonderheid verhaald, die, hoe men ook over de toedracht der zaak moge denken, hetzij men liet gebeurde als een droomgezicht van Constantijn beschouwt of het geheele verbaal naar bet gebied der legende verwijst, altijd hoogst belangrijk is als uitdrukking van de juiste gedachte, dal Constantijn aan hel begunstigen van het Christendom zijne zegepralen heell te danken gehad, liet verhaal, dat ons door de Christen-geschiedschrijvers als volle waar-

Sluiten