Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lang het besluit opgevat om zijn leven te wijden aan de wederinvoering van het veelgodendom.

Na ternauwernood een jaar te Athene te hebben doorgebracht werd Julianus aan het hof teruggeroepen. Eusebia had beur gemaal overreed, om aan zijn bloedverwant een gedeelte van de keizerlijke macht af te staan: Julianus zou als caesar over Gallië bewind voeren. In het jaar 338 werd hij derwaarts gezonden, nadat hij met eene zuster des keizers in den echt verbonden was.

Constantius wilde den oorlog tegen de Perzen voortzetten. Alvorens bij echter naar het oosten trok, bevredigde hij zijn lang gekoesterde wensch om net oude Rome te zien. Hij hield aldaar een schitterenden intocht, waarvan ons eene uitvoerige beschrijving is nagelaten. Zij geeft ons eene aanschouwelijke voorstelling zoowel van de pracht van hel keizerlijk bof, als van het dwaze ceremonieel, waarmede de vorsten van dien lijd zich omringden.

l)e keizer werd op deze reis vergezeld door eene tallooze menigte bedienden en bovendien, ofschoon hij in vollen vrede naar Rome kwam, door een geheel leger van lijfwachten. Vliegende, met goud omboorde, en uit zijde vervaardigde vaandels, in den vorm van draken, werden den geharnasten ridders dei lijfwacht vooruit gedragen. Constantius zal op een verheven wagen, die van goud en edelgesteenten schitterde. Zoolang de tocht duurde spreidde de keizer al de volheid zijner waardigheid len toon. Onbewegelijk als een standbeeld, strak, afgemeten en gevoelloos zal hij daar; alleen bij hel doortrekken (Ier stadspoorten boog bij een weinig het hoofd. Gedurende den langzamen tocht in eene gloeiende hitte, dacht hij er niet eenmaal aan de hand te bewegen, om eene vlieg van zijn aangezicht te verjagen. Strak zag hij voor zich, noch rechts, noch links sloeg hij den blik. Aldus schreef hel de hofetiquette voor!

Dertig dagen vertoefde Constantius Ie Rome te midden van het gejoel der teeslen, waarmede de Romeinen het bezoek van hun keizer vierden. Uit dankbaarheid voor deze schitterende ontvangst, liet de keizer een obelisk uit ^gvpte naar Rome voeren en in den grooten circus oprichten. Van Rome Degat Constantius zich naar de oostelijke grenzen, om bier, niet zonder goed gevolg tegen de Perzen krijg te voeren; ook aan den Donau werden de indringende sarmaten herhaaldelijk teruggeslagen en overwonnen.

Aan Julianus was de moeielijke taak opgedragen. Gallië tegen den inval der Germanen Ie verdedigen. De jongeling, die zich tot heden slechts aan de weienschap bad toegewijd, die geen krijgsman maar een geleerde was, toonde 1 noc'itans tegen de moeielijkheden van zijn werkkring volkomen opgewassen. Met bewonderenswaardige bekwaamheid schikte hij zich in die voor ïem zoo vreemde omstandigheden. Weldra was hij even geliefd bij zijne sol<aen, met wie hij honger en vermoeienis deelde, wien hij immer in den strijd voorging, als bij liet volk, dat hij op eene rechtvaardige en zachtmoedige wijze bestuurde. De kamergeleerde werd op eenmaal een krachtig regent, soldaat en veldheer, die den Romeinschen wapenen nieuwen luister bijzette.

e Alemannen en Franken leerden hem vreezen, daar hij hun in verscheidene belangrijke gevechten gevoelige nederlagen toebracht. Driemaal drong hij over den Rijn tot diep in Boven-Duitschland door. De oude schansen op den aliiius herstelde hij weder, en hel gelukte aan zijne onvermoeide werkzaamheid, tiet Homeinsche leger mei een nieuwen geest Ie bezielen. , 611ver' waarvan hij als veldheer blijken gaf, openbaarde hij ook als regent; het burgerlijk bestuur werd door hem geheel hervormd. Hij verminderde de be ashngen, waaronder het ongelukkige volk zuchtte; de bedeeling vm i , ï . hetwelk tot nu loe door de beambten op de schandelijkste wijze verkracht was, werd opnieuw door hem van alle misbruiken gezuiverd.

tloe meer Julianus zich door zijne voortreffelijke eigenschappen de achting en l e de van het leger en de bevolking van Gallië verwierf, des Ie gevaarlijker werd lnj in de oogen van Constantius. De hovelingen van den keizer maakten

Sluiten