Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

phantasie vond bevrediging in de poëtische godenleer, die hij me! hart en ziel omhelsd had; ook was het zeer streelend voor zijne eerzucht, dat hij, krachtens zijne waardigheid als keizer, het ambt van pontifex maximus mocht bekleeden. Zelfs verbeeldde hij zich in betrekking te staan tot de goden, wien hij eene geloovige vereering wijdde, dewijl zij al zijne droomen verwezenlijkt hadden. Dezelfde man, die overigens zulk een scherpzinnig oordeel bezat, was geheel doordrongen van het heidensch bijgeloof dier dagen; hij onderzocht zelfs, om de toekomst te kunnen voorspellen, met de meeste zor°vuldigheid de ingewanden der geslachte oflerdieren. Wichelaars en toovenaars vonden aan zijn hof eene gastvrije ontvangst en werden met rijke geschenken overladen. De heidensche priesters stonden bij hem in hooge eer. De verstandige en spaarzame Julianus verspilde ontzaglijke sommen aan den opbouw van tempels, het aanschaffen van offerdieren en het beloonen van pries'ers en waarzeggers.

Had hij het hierbij gelaten, dan zou het nageslacht hem alleen om zijn dwaas bijgeloof beklaagd hebben: doch hij ging verder. Waren onder de heerschappij zijner Christelijke voorgangers de heidenen meermalen in de uitoefening hunner godsvereering bemoeilijkt en uitgesloten van alle aanzienlijke staatsambten, ja zelfs hier en daar persoonlijk vervolgd, Julianus zette deze handelwijze met gelijke munt betaald.

Vooreerst vaardigde hij een volkomen billijk besluit uit, dat de heidenen \eiloste \an alle verdrukking, die zij onder de Christenkeizers hadden moeten verduren, en hetwelk tevens de vergunning inhield, dat al de verbannen Christelijke geestelijken van vervolgde sekten, hier der Arianen, daar der Athanasianen en anderen, naar hunne gemeenten mochten terugkeeren. De sektenstriju in de Christelijke kerk ontving door dezen maatregel nieuw voedsel.

In de tweede plaats verbood Julianus den Christenen als leeraren der ledekunst en taalkunde op te treden, want, zoo verklaarde hij in zijne verachting van het Christendom, menschen, die alleen verdienste zien in een blind en slaafsch geloof, waren ongeschikt om de voordeelen der wetenschap te waardeeren en te genieten; zij, die weigerden de goden van Homerus te aanbidden, moesten tevreden zijn, zoo zij Lukas of Matlheus in hunne kerken mochten verklaren. De opleiding der jeugd werd in alle steden des rijks aan heidensche leeraren in taal- en redekunde opgedragen; dezen werden hiervoor op eene voordeelige en eervolle wijze beloond. Ook waren de Christenen uitgesloten \an alle openbare ambten van eenige beteekenis, en gaarne zou de keizer hen ook uit het leger verwijderd hebben, indien dit mogelijk ware geweest; doch onder zijne bekwaamste veldheeren bevonden zich velen, die tot de Christelijke kerk behoorden. Onder de vorige regeering hadden de Christenen meermalen misbruik gemaakt van hunne voorrechten; met dweepzieken geloofsijver hadden zij de afgodstempels omvergehaald en in plaats daarvan Christelijke bedehuizen doen verrijzen. Thans moesten zij hiervoor boeten. Julianus eischte volledige vergoeding en beval hun de geslechte tempels weder op te bouwen. Eene eigenlijke Christenvervolging had wel niet op Julianus' bevel plaats, zulk eene handeling was in tegenspraak met zijn menschlievend karakter, — maar toch was hij partijdig genoeg jegens de Christenen, om, waar zijne stadhouders in de provinciën zijne bevelen overtraden, die ongehoorzaamheid door de vingers te zien en daardoor zelfs bloedige vervolgingen zijdelings goed te keuren.

ï?e rec'1tvaardigheid gebiedt ons nochtans te bekennen, dat de Christenen zelf die vervolgingen in zekeren zin uitlokten. De nieuw opgerichte heidensche tempels werden door hen op verscheiden plaatsen in brand gestoken en overal legden zij een dweepzieken geloofshaat aan den dag tegen de heidenen, die thans weder hoog bevoorrecht waren en zich op die voorrechten verhieven. Meer dan eene Christen-vervolging uit die dagen verdient ternauwernood dien naam. Zij waren niets anders dan de rechtvaardige straffen voor overtredingen

Sluiten