Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sten slecht beloond, want zijn roem maakte de ijverzucht gaande van de staatsdienaars, die na den dood van Valentinianus diens jeugdigen zoon beheerschlen: hij werd le Carthago gevangen genomen en onthoofd.

Met de Germanen voerde Valentinianus zelf aanhoudende oorlogen, in welke hij door dapperheid en veldheerstalent schitlerend uitblonk, maar zich ook aan den anderen kant door wreedheid en trouweloosheid berucht maakte. Aan den Rijn en den Donau legde hij eene reeks sterke grensvestingen aan.

Op een tocht tegen de Quaden slierf hij den 17en November 373. Terwijl hij met een der gezanten van bovengenoemden volksstam over den vrede onderhandelde, werd hij zoo zeer door gramschap vervoerd, dat plotseling een der bloedvaten in zijne borst sprong. Zijne beide jeugdige zonen Gratianus en Valentinianus II, van welke de eerste 17, de tweede eerst i jaar oud was, erfden van hun vader het westelijke rijk.

Gelijk Valentinianus in het westen, zoo had ook in oosten Valens voortdurend om het behoud zijner heerschappij te strijden, eerst met een pretendent naar de kroon, later tegen de Gothen en Perzen.

In het jaar 305 wierp zich te Constantinopel, terwijl Valens zich in Azië bevond, een verre bloedverwant van den vroegeren keizer Julianus, Procopius, lot augustus op. Ilij vond grooten aanhang en ook de Gotiiische vorsten toonden zich geneigd om hem in den kamp legen Valens ter zijde te staan. Aanvankelijk scheen de fortuin den nieuwen keizer toe le lachen. Maar spoedig keerde zij hein den rug toe, want de veldheeren van Valens versloegen de troepen van Procopius in twee gevechten. Het leger verliet den onbeduidenden fortuinzoeker, deze werd gevangen genomen en in hel jaar 3<i<> ter dood gebracht.

Tegen de Gothen, welke zich met Procopius verbonden hadden, voerde Valens een driejarigen oorlog, waaraan echter in 309 een vredesverdra» een einde maakte. Toen begaf de keizer zich weder naar Azië, waar voortdurende geschillen met de Perzen over de grensscheiding zijne tegenwoordigheid vereischten.

EEN EN NEGENTIGSTE 1100 F 1) S T U K,

Begin der volksverhuizing. De Alanen. De Sarmaten. De Gothen. De Hunnen. Inval der Hunnen in het Gothische rijk. Opneming der West-Gothen in het Roineiusche rijk. Verraad van Lnpicinus. Slag bij Adrianopel. Dood van Valens. Julitis. Moord op de Gothische jongelingen gepleegd. Benoeming van Theodosius tot augustus. Theodosius de Groote. Vrede met de Gothen. Godsdienstedict van Theodosius. Oprichting van geloofsreehtbanken. Vervolging van ketteis. Moord op de burgers van Thessalonica gepleegd. Theodosius en de heilige Ambrosius. Woeste aard van Gratianus. Gratianus vermoord. Maximus keizer. De keizerin Justina. Val en onthoofding van Maximus. Valentinianus II en Arbogastus. De redenaar Eugenius. Een Christenprofeet. Terechtstelling van Eugenius. Herstelliug van de eenheid des rijks. Dood van Theodosius den Grooten.

De dood van Valentinianus, den talentvollen en doortastenden regent, den onversaagden, zegevierenden veldheer, was noodlottig voor den Romeinschen slaat, die juist in dezen tijd aan het dreigendst gevaar zou worden blootgesteld, een gevaar, waartegen de zwakke keizer Valens volstrekt niet was opgewassen. Kort na zijn overlijden begon die merkwaardige volksverhuizing, welke in de staatkundige gesteldheid van Europa eene volslagen omwenteling teweeg brengen zou.

Sluiten