Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De keizer had met vele doortastende mannen een groot gebrek gemeen: hij was opvliegend in den hoogsten graad. Al gedroeg hij zich overigens zachtmoedig en afkeerig van alle bloedvergieten, toch liet hij zich soms door zijne drift tot de onmenschelijkste wreedheden vervoeren. Bij gelegenheid van een opstand te Thessalonica in het jaar 390 was de aanvoerder der keizerlijke troepen met verscheidene zijner voornaamste bevelhebbers op eene onmenschelijke wijze door het volk omgebracht. Toen Theodosius hiervan het bericht ontving, stoof hij in onstuimige woede op. Hij gaf een gruwelijk bevel, dal door de Gothische troepen, wien de keizer de uitvoering had opgedragen, maar al te nauwkeurig werd ten uitvoer gelegd.

De inwoners van Thessalonica werden in naam des keizers tol een schitterend feest in den circus uitgenoodigd. Zij kwamen in grooten getale en weldra was de circus geheel met toeschouwers gevuld. Op een afgesproken teeken vielen de Gothische soldalen onverwacht de ongewapende menigte aan: er ontstond eene slachting, die verscheidene uren duurde. Volgens gematigde berichten wordt liet aantal der verslagenen, schuldigen en onschuldigen, op 7000 geschat; elders vindt men aangeleekend, dat meer dan 15,000 mensclien op dezen dag omkwamen. Toen Theodosius vernam, dat zijn hevel maar al te stipt was nagekomen, had hij innig berouw over zijne daad. Doch dit berouw was niel voldoende in bet oog van een strengen kerkvoogd, den aartsbisschop Ambrosius van Milaan. Toen de keizer, die zich toen'juist wegens een krijgstocht, waarop wij later terugkomen, te Milaan bevond, zijn godsdienstplicht in de kerk wilde volbrengen, trad Ambrosius hem op den drempel van het bedehuis te gemoet. De vrome man hield den keizer slaande, en nep hem met luide slem toe, dal hij het huis Gods niet mochl betreden, voordal hij zich met de beleedigde Godheid verzoend had. De keizer onderwierp zich aan dit bevel des priesters en bewilligde er in openbare boete te doen. Zonder eenig teeken zijner waardigheid, in de houding van een treurende en smeekeling verscheen hij in de kerk en bad hij bier ooimoedig onder zuchten en tranen om vergiffenis zijner zonden. Eerst na acht maanden werd Theodosius door den bisschop weder in de gemeenschap der aeloovigen opgenomen.

De priester had gezegevierd over den keizer! Dit voorval strekt zoowel den bisschop lot eer, die de boeledoening voor den moord der onschuldigen eischte, als den keizer, die niet weigerde de boete te volbrengen. Ook uit een geschiedkundig oogpunt is deze gebeurtenis hoogst belangrijk; bij is het eerste voorbeeld van de overmacht der priesters op wereldlijke vorsten.

'Gratianus was in het westen des rijks minder voorspoedig dan Fheodosius in liet oosten was geweest. Hij had bij liet aanvaarden der regeering de schoonste verwachtingen opgewekt; hij was een dapper en voortretlelijk legerhoofd en daarbij zachtaardig en menschlievend. Volk en leger hingen hem aan. zoolang bekwame staatsdienaars hem met hun raad ter zijde stonden. Nadat echter deze trouwe raadslieden door toevallige omstandigheden \an het hof verwijderd waren, liet Gratianus de regeering geheel aan zijne gunstelingen over; hij zelf bekommerde zich om haar niet meer, maar gaf zich onverdeeld over aan zijn hartstocht voor de jacht.

Dagen achtereen bracht hij op zijne jachtsloten door, om het wild te vervolgen. Eene bende Alanen, die bijzonder vaardig den boog wisten te hanleeren, verhief bij tot zijne lijfwacht, en daardoor vervreemdde hij de legioenen van zich, die met ijverzucht de bevoorrechte Alanen gadesloegen en het voor eene vernedering hielden, dat Gratianus zich herhaaldelijk in Alaansche kleederdracht op zijne jachlpartijen vertoonde. Van deze algemeene ontevredenheid wist een veldheer van Gratianus, Maximus, die het bevel in Brittannië voerde, partij te trekken. Hij nam het purper aan en stak aan net lioold zijner legioenen naar Gallië over.

Gratianus had de liefde des legers verloren; toen hij tegen den muiteling

Sluiten