Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lingsche beweging, zij omsingelden Rulinus en hieuwen hem in het bijzijn van den jongen keizer neder. Men sloeg hem het hoold en de rechlerhand af, en droeg deze zegeteekenen onder hel gejubel van het volk, dat reeds lang zijn wreeden pijniger moede was, in triomf door de stralen der hoofdstad. Eutropius nam als eersle slaatsdienaar de plaats van den vermoorde in. Welk eene dringende behoefte hel Oostromeinsche rijk aan de hulp van Stilicho tegenover de Golhen had, bleek weldra, toen dezen, 11a den terugtocht van bovengenoemden veldheer, geheel Griekenland te vuur en le zwaard verwoesllen. De sleden werden geplunderd; alleen Athene, dat zich vrijwillig onderworpen had, en Thebe, dat den aanrukkenden Golhen wederstand bood, bleven verschoond. Alarik drong zelfs in den Peloponnesus door, en ook de voornaamste steden van dit schiereiland werden door de barbaren geplunderd.

De Golhen bedreigden vervolgens Italië, althans Stilicho meende dit als zeker le moeien aannemen. Om hen Ie voorkomen, slak hij met zijne troepen. zonder ook ditmaal de oproeping van Arcadius af te wachten, naar den Peloponnesus over.

Hij drong Alarik met zijne Golhen in de gebergten van Arcadië terug, en sloot hein daar nauw in. Alleen door eene uitstekend gevonden krijgslist, misschien ook wel ten gevolge eener geheime verstandhouding met Stilicho! gelukte het den koning der Golhen naar Illyrië af te trekken.

Eutropius, die gedurende korten tijd" de bondgenoot van Stilicho was geweest, haatte dezen niet minder, dan hij vroeger Rufinus gehaat had; want ook hij vreesde den invloed van den veelvermogenden veldheer. Ten einde zijn vijand afbreuk te doen, wist hij zijn keizer te overreden om Alarik tot opperbevelhebber over Illyrië aan te stellen en de legers der Golhen voor bondgenooten van het Oostromeinsche rijk te verklaren. Reeds was de vijandschap tusschen de staatsdienaars der beide Romeinsche rijken, ofschoon wel niet openlijk verklaard, dan toch in hel geheim zoo diep geworteld, dat zij niet schroomden, met den gevaarlijken vijand in onderhandeling le treden en hem als om slrijd eer en voordeelen te beloven, wanneer hij zijne wapenen legen het eene of het andere gedeelte des rijks wilde keeren.

Als bondgenoot van het Oostromeinsche rijk toog Alarik in November iOl naar Italië, waar hij het Po-dal te vuur en te zwaard verwoestte. Nog een anderen bondgenoot had Eutropius tegen Stilicho gewonnen, door wien iu Afrika een opstand tegen het Westromeinsche rijk in het leven geroepen werd.

Dit rijk verkeerde alzoo in groot gevaar. Stilicho moest besluiten, zoowel Britlannië als Gallië van troepen te ontblooten, en het eerste land aan de Pieten en Scoten, het laatste aan de Germanen prijs te geven. Uit Italië zelf kon hij geene troepen bijeenbrengen, want reeds waren de Italianen zoo ontzenuwd, dat zij ongeschikt schenen voor den krijgsdienst. Om Italië te redden, kon Stilicho zich alleen van vreemde benden bedienen; hij moest de hulp inroepen van barbaren om de barbaren te bestrijden.

De jonge keizer Honorius, die le Milaan verblijf hield, vlood, uit vrees voor de Golhen naar Ravenna. Stilicho echter trok aan het hoofd van in aller ijl bijeengetrokken krijgsbenden, waarvan hij een geducht leger gevormd had, Alarik te gemoet.

Den 29en Maart 403 kwam het bij Pollenlia tot een bloedigen strijd. Het valt niet met zekerheid le bepalen, welke der beide partijen de overwinning behaalde, en eveneens is het twijfelachtig, of nog een tweede slag, van welken ons verhaald wordt, werkelijk bij Verona heeft plaats gehad; doch zeker is het, dat Alarik Italië verliet. Toch bleef zijne macht nog zeer geducht, want Stilicho sloot een verdrag met hem, en benoemde hem tot legerhoofd in dienst van het Westromeinsche rijk en tot opperbevelhebber over Illyrië. Alarik stond thans in dienst van beide rijken; beiden wilden van zijne talenten tegen het andere partij trekken. Nadat de Golhen Italië verlaten hadden, hield de jonge keizer Honorius met Stilicho een luisterrijken

Sluiten