Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voogd en schoonvader moede, leende liet oor aan de kuiperijen door de tegenstanders van Stilicho, en voornamelijk door Olympius, een eerzuchti"en zedeloos hoveling, op het touw gezet. Toen Stilicho zoo ver ging, dal hij den Romeinschen senaat voorstelde, aan Alarik een jaargeld toe te le"«en, wijl deze een legei tegen het Oostromeinsche rijk uitrustte, verklaarden zijne vijanden, dal eene dergelijke schatting een onuitwischharen smaad op Rome zou werpen, en wisten ze tevens bij Honorius het vermoeden te wekken, dat Stilicho in overeenstemming met Alarik naar de heerschappij streefde, ten behoeve van zijn zoon Eucherius.

De zwakke keizer zag niet in, dat hij alleen aan het talent en den moed van Stilicho de handhaving van zijne keizerlijke waardigheid te danken had en schonk den valschen vrienden gehoor. Op hun raad begaf hij zich met Olympius naar Pavia; hier verwekte deze onder de soldaten een opstand, waarin de voornaamste aanhangers van Stilicho, de hoogste staatsbeambten en verscheiden veldheeren vermoord werden. De moordenaars ontvingen van den nietswaardigen keizer schitterende helooningen, ja werden zelfs tot hooge eerambten verheven. Honorius schandvlekte de onschuldige slachtoffers zelfs nog na hun dood, door hen als verraders te brandmerken.

Stilicho had uit het lot zijner vrienden kunnen opmaken, wat hem boven het hoofd hing. Nog bezat hij vele dappere aanhangers en dezen gaven hem den raad, zich van de heerschappij meester te maken en den nietsbeduidenden keizer van den troon te stooten, doch hiertoe kon hij niet besluiten. Dit dralen werd door zijne vrienden als lafheid beschouwd, en zij wilden verder niet het lot deelen van een man, dien zij thans reddeloos verloren achtten. Daarom verlieten zij den tot dusver zoo machtigen man, ja een Gothisch krijgsman, Savus, een zijner ijverigste aanhangers, trad nu als zijn verklaarde vijand op. In den nacht overviel hij op het onverwachtst de legerplaats van zijn weldoener, drong diens tent binnen, en slechts met moeite gelukte het Stilicho, zich door de vlucht te redden.

Hij snelde naar Ravenna, en hoopte aldaar bij het altaar eener kerk eene veilige schuilplaats te vinden. Olympius zond onmiddellijk zijne benden uit, om den vluchteling te grijpen. De aanvoerder der soldaten verzekerde den bisschop van Ravenna onder plechtigen eed, dat de keizer geeneinbreuk wilde maken op het recht der kerk als vrijplaats (asylrecht). Hij kwam alleen om zich van den persoon van Stilicho meester te maken. Eindelijk gelukte het hem, den vervolgde over den drempel der kerk te lokken. Nauwelijks had de ongelukkige de gewijde plaats verlaten, of hij werd op bevel des keizers terstond onthoofd. Dit had plaats op den 23en Augustus 408. Olympius maakte van deze schandelijke zegepraal op Stilicho gebruik, om zijne aanhangers tot de hoogste ambten, zoowel bij het leger als in hel staatsbestuur, te doen verheffen. De verwanten en vrienden van Stilicho deed hij ombrengen, ja hij ging nog verder, daar hij vreesde, dat de barbaarsche troepen, die in dienst van het rijk stonden, in opstand zouden komen, zocht hij hun schrik aan te jagen , door hunne vrouwen en kinderen, die zich als gijzelaars in zijne macht bevonden, te doen vermoorden.

Den krachtigsten steun meende Olympius in de geestelijkheid te vinden. Daarom stond hij haar de grootste voorrechten toe. Hij wist tevens den zwakken Honorius over te halen om een tal van verordeningen uit te vaardigen, volgens welke geen Ariaan eenig ambt hoe ook genaamd mocht bekleeden; de o\erheden waren ambtshalve verplicht om de ketters te vervolgen; eene geloofsrechtbank werd opgericht. Zelfs de Ariaansche legerhoofden werden verwijderd en vervangen door streng katholieke veldheeren, om het even of deze geschikt of ongeschikt waren voor hunne betrekking. De Ariaansche Gothen in het Romeinsche leger werden èn door deze maatregelen èn door den moord op hunne vrouwen en kinderen gepleegd, tot vertwijfeling gebracht; vele duizenden vluchtten tot Alarik, wien zij hun dienst tegen de gehate Ro-

Sluiten