Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het veldheerstalent en door de eerzucht van zijn koning staande gehouden was. Geen zijner zonen kon in de schaduw staan van hun grooten vader; nu eens bevochten zij elkaar ouderling, dan weder verspilden zij hunne krachten 111 oorlogen tegen de onderworpen stammen. die na den dood van den gevreesden Attila° het thans ondragelijk geworden juk poogden af te schudden; juist omdat de kracht der Hunnen niet in het volk zelf, maar in hun grooten aanvoerder "elegen was, traden de onderdrukte volkeren weldra opnieuw als onathankefiik °op' De Hunnen verdwenen van Europa's grond bijna zonder een spoor achter te laten. Gelijk zij gekomen waren, niemand wist van waar, zoo gingen zij nu niemand wist waarheen! ..

Zij hadden hunne bijzondere, onnaspeurlijke zending vervuld; zij hadden den eersten stoot tot de vermaarde volksverhuizing gegeven. Nadat dit geschied was, versmolten zij weder ouder de Aziatische volksstammen. Slechts enkele overblijfsels der talrijke Hunnen bleven in de landen van oostelijk huropa achter, j/

VIER EN NEGENTIGSTE HOOFDSTUK.

Aëtius door Valentinianus III vermoord. Brasserij van Valentinianus. Onteering der echtgenoot van Petronius Maximus. Dood van Valentinianus. Petrouius Slaximus en keizerin Kudoxia. Rome geplunderd door de Vandalen. I>e Sueef Ricimer. Avitus. Julianus. Majorianus. Ljbius Severns. Procopius, Anthemius. Oorlog tegen Genscrik. Olybiins. Glycerius. Julius Nepos. De laatste Westromeische keizer Romulus Augustulus. Odoacer. Val van het Westromeinsche keizerrijk TerugblM op de geschiedenis. Het rijk der Gothen in Gallië Theodorik II. Eurik. Aegidla*. Het rijk der Franken onder de Merovingers. Brittannië. Hengist en Horsa De zeven Saksische koningen.

Het Westromeinsche rijk zou wellicht door den aftocht van Attila van den ondergang gered zijn. indien het de kiem van zijne ontbinding niet in eigen boezem had omgedragen. De provinciën waren reeds van het rijk afgescheurd en de weinige gewesten buiten Italië, die den keizer nog gehoorzaamden, waren slechts door een zeer lossen band aan hel rijk gehecht. Zelfs het beleid van den bekwaamsten man zou niet bij machte zijn geweest om den staat te redden die van buiten door talrijke vijanden bestookt en inwendig door verdeeldheid verscheurd werd, en die zijn bestaan alleen rekte door middel van de wapenen van gehuurde barbarenlegers. De zwakke Valentinianus 111 was te,ren (leze taak volstrekt niet opgewassen. Hij had aan zijne moeder Placidia tot haar dood toe zij overleed den November 450) de regeering geheel over-elaten, wijl hij volkomen ongeschikt was om alleen het bewind te voeren. Na haar overlijden zwichtte hij daarom gewillig voor den invloed van zijnonwaardigen gunsteling, den eunuch Heraclius. _ ...

Evenals bijna alle onbeduidende vorsten, was Valentinianus toch zeer naijverig op zijne macht, en hij gevoelde zich diep beleedigd, wijl een zijner onderdanen, de veldheer Aëtius, zich verstoutte, de teugels van het bewind in handen te nemen en hem niets dan den blooten keizerstitel met de daaraan verbonden eerbewijzen over te laten. ,

Aëtius werd door volk en leger als redder des rijks begroet en mei eerbewijzen overladen. Valentinianus vreesde, en wellicht ook niet ten onrechte, dat de overmoedige veldheer zoo al niet voor zich zelf, dan toch voor zijn zoon het keizerlijk purper begeeren zou. Hij haatte hem derhalve met geheel zijn hart, en deze haat werd des te bitterder, wijl lnj dien niet bot durfde

Sluiten