Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zwaarte in elkander. Het ontzenuwde volk was niet langer in staat de wereld te beheersclien; den krachtigen Duitschers was liet voorbehouden, na in een bijna vijfhonderdjarigen strijd tegen de Romeinen de overwinning behaald te hebben, een nieuw tijdvak der geschiedenis te openen.

VIJF EN NEGENTIGSTE HOOFDSTUK.

liet Christendom als godsdienst van staat. Verschillende rangen onder de geestelijken. De pausen. Wereldlijke macht der bisschoppen. Heidensche gebruiken in den godsdienst der Christenen. Bijvalsbetuigingen in de kerk. Aanroeping der heiligen. Bedevaarten. Reliquieën. De kerkelijke feesten. Het kluizenaars- en monniksleven, üe heilige Antonins. Pacbomius. Stichting van kloosters. De zuil-heiligen. Strijd tusschen de secten. De leer der praedestinatie. üe heilige Augastinus. üe Nestorianen. Ue rooverssynode. Christelijke kuust en wetenschap. Ue letterkunde. De kerkvaders. Einde der Oude Geschiedenis.

De verheffing van het Christendom tot godsdienst van staal oefende op de ontwikkeling van het zedelijk en geestelijk leven der oude volkeren den belangrijksten invloed uit. De macht der bisschoppen was reeds voor dien tijd wel hoog geklommen, doch werd alleen door de vervolgde Christenen erkend; thans werd de bisschoppelijke waardigheid op eens tot een hoog aanzienlijk staatsambt verheven. De bisschoppen werden de erkende hoofden der lagere geestelijkheid en hierdoor ontstond in korten tijd eene nauwkeurig geregelde rangorde onder de geestelijken, een goed georganiseerde geestelijke stand. Alleen de bisschoppen hadden het recht om in de synoden zitting te nemen en mede te stemmen over de belangrijke vragen, die daar behandeld werden; de lagere geestelijkheid moest zich onderdanig aan hunne beslissing onderwerpen.

Ook onder de bisschoppen zelf ontstonden allengs verschillende rangen. De aartsbisschoppen verkregen eene overheerschende macht; die van Rome, Alexandrië, Antiochië, Constantinopel en Jeruzalem noemden zich patriarchen en matigden zich het recht aan om over de beslissing der overige aartsbisschoppen in hooger beroep uitspraak te doen, en om alleen de algemeene synoden tot bespreking en oplossing van geloofsvragen te beleggen.

De rangorde der patriarchen onderling werd niet zoo spoedig vastgesteld en de vraag, of de een dan wel de ander hooger in rang stond, gaf aanleiding tot velerlei verdeeldheden, vooral tusschen de patriarchen van Constantinopel en Rome.

Constantinopel was sedert Constantijn de eigenlijke hoofdstad van hel rijk; hier resideerden eens de machtigste keizers, en de patriarch meende derhalve ook een natuurlijk overwicht te hebben. Rome daarentegen bleef nog langen tijd, zij bet ook slechts in naam, het eigenlijk middelpunt van den wereldstaat en zijn patriarch, die zich reeds vroeg papa (paus) noemde, maakte aanspraak op de hoogste macht in de Christelijke kerk. Als grond voor deze zijne aanspraken beriep hij zich op de legende, dat de apostel Petrus de eerste Christengemeente te Rome gesticht en aldaar den marteldood ondergaan had; dat Petrus zelf dus de eerste bisschop van Rome geweest was, en dat de pausen zijne opvolgers en dus evenals hij gerechtigd waren, om aan het hoofd der kerk te staan. Christus zelf had tot Petrus gezegd: »Op deze rots zal ik mijne gemeente bouwen!"

Op dit woord van Jezus vooral was de voorrang der patriarchen van

Sluiten