Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vergaderingen tot gewelddadige tooneelen aanleiding gaven. Eene daarvan, die in het jaar 449 te Ephesus gehouden werd, heeft met recht den naam van rooverssynode ontvangen, wijl de patriarch van Alexandrië Dioscuros, om zijne zienswijze door te drijven, de kerk, waarin de synode gehouden werd, door soldaten en gewapende monniken deed omringen Zijne tegenstanders zagen hun leven bedreigd, en gaven lafhartig toe. Een van hen, die zich wilde verzetten, werd door Dioscuros mishandeld. De strijd duurde natuurlijk voort in weerwil van deze synode en van de zegepraal, door Dioscuros met

geweld behaald. . i , , .

Dezelfde sombere, dweepachtige tint, die de Christelijke kerk bij het streven

naar uiterlijk vertoon en verblindende praal in de laatste jaren van de Oude Geschiedenis vertoonde, en die zich in het leven der anachoreten, in de leerstellingen der aanhangers van Augustinus en in de vervolgingen van de ketters uitte, ligt tevens over de kunst en de wetenschap dier dagen verspreid.

De"ideale opvatting der kunst ging geheel verloren. Schilder- en beeldhouwkunst werden dienaressen der kerk. Eene lievelingsbezigheid der kunstenaars was, het lijden der martelaren in zijne afgrijselijkste bijzonderheden voor te stellen. Ook de bouwkunst verloor de eenvoudige schoonheid der vroegere darren Wel deden de Christenen in hunne nieuwgestichte kerken ontzaglijke steenklompen verrijzen, doch hare overladen pracht miste alle hoogere wijding

De letterkunde draagt op het einde der Oude Geschiedenis hetzelfde karakter als de kunst; de kwijnende heidensche literatuur heeft bijna nog minder innerlijke waarde dan die der Christenen. Beide ontbrak eene hoogere, zedelijke aandrift, beide muntten alleen uit door scherpzinnig onderzoek, door het misbruiken van wijsgeerige stellingen bij twisten in den godsdienst, en door zekere vaardigheid in de kunst van disputeeren.

Tevergeefs beproefden de voortreflelijkste voorstanders van het heidendom, en onder deze vooral Libanius en diens keizerlijke vriend Julianus, die meermalen als schrijver optrad, hun wegstervenden godsdienst tegen het aanwassend Christendom te verdedigen. ...... ,

Gewichtiger dan deze laatste heidensche schrijvers zijn voor ons de Christenen, wier werken meestal gericht zijn tegen de dwaalleer van ketters en heidenen of verdedigingsschriften van het Christendom bevatten.

De werken der eerste Christelijke schrijvers zijn daarom vooral van groot belan-, wijl zij door de katholieke kerk naast de Heilige schrift als onfeilbare bron tier Christelijke waarheid worden aangemerkt.

Tot de kerkvaders behooren behalve Clemens en Ongenes, reeds vroeger door ons vermeld, de beroemde schrijvers: Basilius, Gregonus van Nissa, Grcwius van Nazianze, Eusebius en Johannes Chrysostomus. Onder de meeCst vermaarde Latijnsche kerkvaderen noemen wij, behalve Tertullianus en Lactantius, Minucius Felix, den heiligen Ambrosius, den vader van het kerk"ezan" en Hiëronimus van Dalmatië, die den bijbel in het Latijn heeft vertaald. Deze vertaling werd later, onder den naam van \ulgata, door de

katholieke kerk aangenomen. . ... , wi^-i,

Eindelijk verdient nog de heilige Augustinus als de beroemdste der kerkvaders vermeld te worden; hij heeft eene reeks van geschriften nagelaten, die vooral in de Middeleeuwen zeer hoog geschat werden.

EINDE VAN HET TWEEDE DEEL DER OUDE GESCHIEDENIS.

Sluiten