Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schipbreuk der Santa Maria. De eerste nederzetting.

goud kregen, en vol blijdschap vernam hij hel antwoord: »uitCibao." Thans was hij zeker, Zipangu spoedig Ie zullen bereiken. Hij liet zich in zijne phanlastische lichtgeloovigheid opnieuw door de overeenkomst tusschen den klank van twee namen om den tuin leiden. Columbus' plan om zijne reis nog verder voort te zetten, mislukte ten gevolge van eene groote en onverwachte ramp. Den 24™ December, terwijl omstreeks het middaguur alle matrozen sliepen en ook de admiraal zich aan eene korte rust overgegeven had, liep het grootste schip, de Santa Maria, door de onachtzaamheid van den stuurman, die een scheepsjongen aan het roer gezel had, op eene zandbank. Het was reddeloos verloren. De bemanning en de voorraad moesten aan het strand in veiligheid gebracht worden, dewijl het tweede schip, de Nina, te klein was om die op te nemen.

Columbus ondervond bij dit ongeval de liefderijkste hulp van de zijde deiinboorlingen; met de meeste bereidwilligheid hielpen zij met hunne booten de bezittingen der schipbreukelingen aan land brengen; zij gingen daarbij zoo eerlijk te werk, dat zelfs geen spijker gemist werd. Met den vorst der naburige streek, den cazique Guacanagari, wisselde Columbus een aantal beleefdheidsbewijzen. Hij ontving een bezoek van den caziqjie en maakte hem gelukkig met een hemd en 'een paar handschoenen. De laatste waren in het oog van den Indiaan bijzonder kostbaar en merkwaardig; bij gedroeg zich overigens bij de ontvangst van dal geschenk en bij een tegenbezoek, dat de admiraal hem in zijne residentie bracht, zoo kalm en waardig, dat Columbus opmerkte, dat hij zich een man van goede afkomst betoond had.

Ook de inboorlingen waren zoo voorkomend mogelijk; met de grootste bereidwilligheid stonden zij hunne gouden versierselen af en weldra was met hen een levendige goudhandel ontstaan. Columbus, die de Voorzienigheid dankte, dat hij juist op deze plaats schipbreuk geleden had, besloot hier den grond töt eene vaste nederzetting te leggen. Uit de geredde overblijfselen der Santa Maria bouwde hij een soort van fort, dat hij met een gracht omringde. De Indianen boden daarbij vol ijver de behulpzame hand. Ook de cazique gaf tot den bouw gereedelijk zijne toestemming, dewijl de admiraal hem beduidde, dal hij hem een deel zijner manschappen tol bescherming tegen de gevreesde Cariben achterlaten zou.

Ka het verlies van de Sanla Maria durfde Columbus de ontdekkingsreis niet voortzetten. Hij vreesde buitendien, dal Marlinus Alonzo Pinzon van zijne afwezigheid partij trekken, naar Spanje terugkeeren en daar, als eerste overbrenger van de gelukkige tijding der gedane ontdekkingen, hel beste loon wegdragen zou.

Hij voorzag de nieuwgebouwde vesting zoo goed mogelijk van den noodigen voorraad. Veertig man, die zich vrijwillig daartoe aanmeldden, bleven ter bewaking van de sterkte) achter. Hij drukte dezen ernstig op hel hart, dat zij de vriendschap met de Indianen bewaren zouden; vervolgens ving hij den V'ii Januari 1493, dus vroeger dan hij van plan was geweest, de terugreis aan.

Den Gcn Januari ontmoette hij nog bij de kust van Haïti de verloren Pinta weder. Marlinus Alonzo Pinzon, die intusschen met den goudhandel voortreffelijke zaken gemaakt had, bracht voor zijn verdwijnen allerlei verontschuldigingen in. Columbus nam die aan, hoewel hij in zijn hart zeer vertoornd op hem was. Beide schepen zetten thans koers naar Europa. Zij hadden op deze réis met zulke vreeselijke stormen te worstelen, dat Columbus bijna de hoop op redding opgaf. Doch de fortuin bleef hem getrouw; hij bereikte Santa Maria, een der Azorische eilanden.

Bij den Portugeeschen bevelhebber, die meende, dat Spanje het verdrag met Portugal geschonden en een ontdekkingstocht naar Zuid-Afrika ondernomen had, vond Columbus in den beginne geene vriendelijke ontvangst; ja het scheelde weinig, ot men had hem gevangengenomen. Eerst toen het misverstand opgelost was, mocht hij ongestoord zijne reis voortzetten.

Sluiten