Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bobadilla's partijdigheid. Columbus geboeid naar Spanje gevoerd.

tegenwoordigheid vau dou Diëgo Colon liet hij na de mis zijne aanstelling als koninklijk rechter voorlezen en eischte hij de uitlevering van alle gevangenen met de processtukken.

Don Diëgo weigerde: hij wilde eerst de bevelen van zijn broeder inwachten; doch toen Bobadilla den volgenden dag aan het hoofd van zijn scheepsvolk en van de meeste kolonisten naar het fort trok en met eene bestorming dreigde, moest hij wel zwichten, daar alle middelen tot het bieden van tegenstand hem ontbraken.

Bobadilla, die in het huis van Columbus zijn intrek nam en alle daar voorhanden kostbaarheden verzegelde, maakte thans onmiddellijk een aanvang met zijne rechterlijke werkzaamheid; hij ging daarbij hoogst partijdig te werk. Alle vijanden van Columbus vonden genade in zijne oogen. Roldan en zijne vrienden werden met geschenken overladen, elke aanklager van den admiraal vond bij hem een geopend oor.

Columbus, die zich bij Bobadilla's aankomst niet te Sint Domingo bevond, begaf zich in aller ijl derwaarts, zoodra hij hoorde dat de rechter aangekomen was. Tot eene rechtvaardiging liet Bobadilla hem echter geen tijd, hij beval, den admiraal gevangen te nemen en in boeien te slaan._ De partijdige rechter achtte het niets eens der moeite waard, hem in het verhoor te nemen. Den gevangene gaf hij over aan een bloedverwant van den bisschop Fonseca, den ridderlijken Alonzo de Vallejo, in de hoop dat deze zich jegens Fonseca's vijand bijzonder streng betoonen zou,

Columbus was door deze onverwachte wending van het lot diep ter neer geslagen en hij gaf zich aan eene schier kleingeestige moedeloosheid over; toen Vallejo hem uit zijn kerker haalde, vroeg hij angstig: «Vallejo, waarheen brengt gij mij?"

»Aan boord" — antwoordde de cavalier— „Uwe genade moet zich naar Spanje inschepen." Eerst (oen Vallejo hem de heilige verzekering gaf, dat hij de waarheid sprak en niets verheelde, gevoelde Columbus zich gerust gesteld, ja, als het ware aan het leven teruggeschonken *). want hij meende eerst, dat Bobadilla hem naar de gerechtsplaats brengen liet. Alleen door gedweeheid meende hij zijn leven te kunnen redden, daarom gaf hij door een brief aan zijn broeder Barlholomeus bevel, zich aan Bobadilla's bevelen te onderwerpen. Bartholomeus gehoorzaamde; hij spoedde-zich naar Sint Domingo, doch werd hier insgelijks terstond gevangengenomen en in boeien geslagen. Bobadilla zond Columbus en diens beide broeders als gevangenen naar Spanje terug.

Zoodra de schepen Hispaniola verlaten hadden, beval Vallejo, den gevangen admiraal van zijne ketenen f) te ontslaan, doch Columbus liet dit niet toe. „Met ketenen beladen", — verklaarde hij — „wil ik Spanje's grond betreden, want alleen de monarchen zijn bevoegd om mij de handboeien af te nemen, die ze mij toegedacht hebben."

Na eene korte en gelukkige vaart kwam Vallejo met zijne gevangenen in November 1500 te Cadix aan. Volgaarne stemde hij toe, dat een officier, eer de schepen het anker uitgeworpen hadden, met brieven van Columbus in eene boot naar den wal voer, om de vorsten met de bezwaren van den admiraal bekend te maken, voordat het bericht van Bobadilla hen in eene bittere stemming gebracht kon hebben.

De tijding dat Columbus, de ontdekker eener nieuwe wereld, de beroemde zeevaarder, de met schier koninklijke rechten bekleede admiraal en onder-

*) Lus Casus verhaalt, dat Columbus, indien men hem op dat oogeublik aangekondigd had, d4t hij — evenals Belisarius — van het gezicht beroofd zou worden, nog voor het behoud zijns levens gedankt zou hebben

f) Op die ketenen wees Columbus in het vervolg als op een bewijs van de snoodste vorstelijke ondankbaarheid. Hij had ze in zijne werkkamer steeds voor oogen en gebood zijn zoon, don Fernando, ze met hem in het graf te leggen.

Sluiten