Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stichting van Santa Maria del Antigua. Balboa.

veroverden. Zij vonden bier overvloed van levensmiddelen en een rijken buit aan goud. Uit dankbaarheid voor de behaalde zegepraal noemden zij de volkplanting Santa Maria del Antigua. Had Balboa zich door zijn goeden raad een groot aanzien bij de manschappen verworven, hij bevestigde zijn invloed door zijn verder gedrag. Op alle strooptochten in den omtrek was hij de eerste en de stoutmoedigste. Bij elke moeilijke onderneming gaf bij den besten raad. Zijne denkbeelden waren altijd practisch en wanneer zijne wenken niet opgevolgd werden, bleek het maar al te spoedig, dat bij groot gelijk had gehad. Enciso daarentegen, Hojeda's plaatsvervanger, zag zijne macht dagelijks verminderen, omdat bij volstrekt geen slag had om inet de volkplanters om te gaan. Toen hij dezen nu zelfs verbood, voor eigen rekening den goudhandel met de Indianen te drijven, gaf de algeineene ontevredenheid zich openlijk lucht. De volkplanters zetten hem af, onder voorwendsel, dat zijne macht zich wel over het aan Hojeda toegewezen grondgebied, maar niet over dat van Nicuesa uitstrekte, en verkozen den algemeen beminden en bekwamen Vasco Nunez de Ballioa lol alcade of recbter, tot lijd en wijle dat de koning een ander overheidspersoon benoemd zou hebben. Slechts enkele oude vrienden van Enciso bleven dezen getrouw; ten gevolge hiervan was de kolonie het tooneel van telkens herbaalde onlusten.

In het midden van November 1510 verschenen eensklaps in de golf twee Spaansche schepen, die levensmiddelen voor Nicuesa aan boord hadden. De volkplanters maakten van deze gunstige gelegenheid gebruik om de onder hen heerschende oneeniglieden bij te leggen. Zij zonden met die schepen twee afgevaardigden lot Nicuesa, met het verzoek dal hij overkomen en het hem toekomend opperbestuur aanvaarden zou.

Nicuesa was intusschen evenmin als Hojeda geslaagd in zijne poging om in Goud-Kastilië eene kolonie te vestigen. Zijne vloot was verstrooid, meer dan één schip was verloren gegaan en het moordend klimaat had hel grootste deel zijner manschappen weggerukt. Door willekeur en gestrengheid had hij zich gehaat gemaakt. De nederzetting, waaraan hij den naam Nombre de Dios had gegeven, geraakte meer en meer in verval ten gevolge van innerlijke tweedracht, van hongersnood en ziekten.

Toen de beide schepen met de afgezanten van Santa Maria te Nombre de Dios aankwamen, troffen zij daar slechts ongeveer (>ü bleeke uitgeleerde kolonisten aan, hel overschot van de talrijke schaar krachtige avonturiers, die tot verovering van Goud-Kastilië uitgezeild waren. Nicuesa verklaarde zich terstond bereid om zich, overeenkomstig het lot hem gebracht verzoek, naar Santa Maria te begeven.

Hij zond een deel zijner manschappen vooruit en bleef zelf nog korten tijd achter. Dit was een noodlottige misslag.

Nicuesa had zich iu den laatsten lijd bij zijne onderhoorigen zoo gehaat gemaakt, dat bijna iedereen zijn vijand was. De roep, die hem naar Santa Maria voorafging, was dus zoo slecht mogelijk. Balboa hoorde, dat hij terstond na de aankomst des stadhouders van zijne waardigheid als alcade ontzet zou worden en dat Nicuesa bovendien verklaard had, dal al het goud, hetwelk men in Santa Maria vóór zijne komst verkregen had, hem van rechtswege toebehoorde, dewijl het op zijn grondgebied zonder zijne toestemming gewonnen was.

Zulke geruchten moesten de volkplanters van Santa Maria wel bezorgd maken. De sluwe Balboa trok daarvan partij om zich in zijne waardigheid te bevestigen. Hij hield ruggespraak met de ontevredenen en eer nog Nicuesa aangekomen was, werd besloten, hem af te zetten.

Eindelijk verscheen de stadhouder met twee schepen. Hij was niet weinig verbaasd, toen hij de landingsplaatsen met gewapenden bezet zag, die slechls hem en een page vergunden, de schepen te verlaten. Balboa ontving hem in zijn huis, hij schilderde de in Santa Maria heerschende stemming als

Sluiten