Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het menscheneten bij de Azteken.

dienstige feesten; onder anderen werden in tijden van groote droogte, vrouwen en kinderen ter verzoening van den regengod geslacht. Dikwijls gingen aan dien dood folteringen vooraf van eene uitgezochte wreedheid, welke door de godsdienstwetten werden voorgeschreven.

Het aanlal der ter eere van de afschuwelijke godheden geslachte menschenoffers bedroeg elk jaar vele duizenden; bij enkele, bijzonder plechtige gelegenheden klom dat aantal tol in het ongeloofelijke. Tot inwijding van een prooien tempel van Huitzilopotchli, in het jaar 4486, waren de krijgsgevangenen vele jaren achtereen bewaard, zij werden uit alle deelen des lands naar de hoofdstad Mexico samengebracht en vormden, in rijen opgesteld, een optocht van bijna twee mijlen lengte. De plechtigheid duurde verscheiden dagen. Zij werd door het slachten van meer dan 70,000 menschen bij het

altaar van den krijgsgod opgeluisterd.

Hoe "root ook in andere tempels het aantal menschenotlers was, bleek den Spanjaarden uit de telling van de in die heiligdommen gevonden mensclienschedels, die altijd tot aandenken aan het offerfeest bewaard werden; hun aanlal bedroeg 130,000. Jaagt de godsdienstige dweepzucht der Azteken, die zich in deze menschenoffers openbaarde, ons reeds eene huivering aan, niet minder afgrijselijk was de wijze, waarop zij met de lijken der geslachte

krijgsgevangenen te werk gingen. .

Nadat de priester zijn afschuwelijk werk volbracht had, eischte de krijgsman, die den doode in den strijd gevangen had genomen, diens lijk op. Hij noodigde nu zijne vrienden op een lekkeren maaltijd, waaraan ook de vrouwen deel namen. Doch niet gelijk kannibalen verscheurden de beschaafde Azteken de lijken, om daarmede hunne dierlijke begeerte te verzadigen, neen zij toonden dat zij zeer verfijnde zeden bezaten. Met kostelijke dranken werden de lekker toebereide vleeschspijzen genuttigd en ook als menscheneters bewezen de Azteken, dat zij beschaafde lekkerbekken mochten heeten.

Dat het menscheneten en de menschenoffers op den volksgeest uer Azteken een zeer treurigen invloed moesten uitoefenen, is licht te bevroeden. Het hart van mannen en vrouwen beiden werd door het gedurig aanschouwen van de bloedige offerplechtigheden verhard en met bloeddorst vervuld, been medelijden geen gevoel van menschelijkheid, maar alleen eene verfijnde moordzucht het uitzicht op het heerlijk offermaal, weerhield de krijgers, in den strijd'hunne vijanden te dooden. Zoo treffen wij bij dit zonderlinge volk eene vereenining aan beide van de verfijning, eener overbeschaafde natie eigen, en van de woeste, onbeteugelde kracht van een natuurvolk met de daaruit voortvloeiende, bijna dierlijke wreedheid.

Streckfuss. V.

6

Sluiten