Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De nacht der verschrikking. Voorspelling der Aztekische priesters.

afgodsbeeld neergelegd werd. Hel lijk van hel slachtoffer werd vervolgens van de steile trappen der zuil neergeslingerd. Beneden verzamelden de wilder de verminkte overblijfselen, waarvan zij weldra een kannibaalsch feestmaal bereidden; hiermede werd dit gruwelijk werk besloten.

Men kan zich de gewaarwordingen voorstellen, waarmede de Spanjaarden dit vreeselijk schouwspel moesten aanstaren, hetwelk zóó dicht in hunne nabijheid voorviel, dat zij bijna in staat waren de aangezichten hunner ongelukkige makkers te herkennen, het rukken en trekken van hunne lichamen te zien. hunne stervenskreten — althans in hunne verbeelding — te hooren, en toch zoover van hen verwijderd, dat zij bun niet ter hulp konden snellen. Zij sidderden over al hunne leden bij de gedachte, wat bun eigen lot zou kunnen zijn; en zelfs de dappersten onder hen, die tot dusver in het gevecht waren gegaan, even zorgeloos en luchthartig alsof zij zich aan een maaltijd neerzetten of eene danszaal binnentraden, konden van dat oogenblik af hunne ruwe vijanden niet te gemoet trekken, zonder dat een bang, zeer nauw met vrees verwant gevoel hen bekroop."

Gedurende den dag, die op de mislukte bestormingen volgde, waagden de Spanjaarden geen nieuwen aanval. Zij bepaalden zich tot het afslaan van de aanvallen der belegerden. De Mexicanen daarentegen gaven zich aan eene onbeteugelde blijdschap over. Dagelijks vierden zij hunne bloedige offerfeesten en smulden zij van de overblijfselen der geslachte gevangenen. De priesters verkondigden, dat thans eindelijk de toorn van den vreeselijken Huitzilopotchli door de kostbare otlers van blanke menschen gestild was, dat de god de Azteken nu weder in zijne bescherming nemen en hun binnen acht dagen al hunne vijanden overleveren zou.

Guatemozin trok partij van deze voorspelling. Met boden, die de waakzaamheid der Spanjaarden wisten te verschalken, zond hij een aantal hoofden van blanken door bet land rond. Zijne zendelingen riepen de oude leenmannen des rijks op om terstond de zijde der vreemdelingen te verlaten, dewijl zij anders het lot der vijanden van Mexico deelen zouden en binnen acht dagen als offers aan de goden geslacht zouden worden.

De met de Spanjaarden verbonden Indianen vernamen met ontzetting de priesterlijke voorspelling. Zij sloegen daaraan geloof en reeds in den eerstvolgenden nacht verliet een groot deel hunner het Spaansche kamp, anderen volgden dit voorbeeld en weldra greep de vrees voor de goden bijna alle Indianen, zelf de meesten der tot dusver steeds trouw gebleven Tlascalanen aan; ook dezen namen aan de algemeene desertie deel. Slechts een zeer klein aantal Tlascalanen en enkele andere Indianen bleven den Spanjaarden onwankelbaar getrouw.

Cortez durfde den algemeenen afval niet straffen. Nauwelijks was hij in staat met zijne gedunde krijgsbende de drie uitgangen der dammen tegen de Mexicanen te verdedigen, elke poging om de bondgenooten met geweld tot getrouwheid te dwingen zou de grootste dwaasheid geweest zijn.

Hij liet daarom over de desertie der bondgenooten niet de minste verstoordheid blijken; hij liet hun zeggen, dat zij vrij mochten heengaan, doch dat zij zich niet te ver moesten verwijderen, want na acht dagen zouden zij inzien, hoe bedrieglijk de woorden der valsche profeten binnen Mexico geweest waren, dan zouden zij wel uit eigen beweging tol hun plicht terugkeeren.

En zoo geschiedde het. De Aztekische priesters hadden de dwaasheid gehad, voor de vervulling hunner voorspelling eene te korte tijdruimte te bepalen. Toen de acht dagen verstreken waren, zonder dal de Mexicanen eenig voordeel behaald hadden, keerden in de eerste plaats de over hunne lichtgelovigheid beschaamde Tlascalanen terug; hun voorbeeld werd door de meeste andere Indiaansche bondgenooten gevolgd. Cortez ontving hen allen met groote blijdschap.

De ongelukkige uitslag der eerste bestorming had den Spanjaarden geleerd,

Sluiten