Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Godsdienst der Peruanen. Zonnedienst. Tempels. Priesters.

*) De welwillende lezer zal wellicht opmerken, dat deze stelling van Jen (vaardigen mkii zeer modern klinkt, en bijna evengoed van een lid van het tegenwoordige Pruisische Heerenhuis als van den ouden Peruaanschen vorst afkomstig kon zijn, ja misschien zon iemand zelf» geneigd zijn om hier aan bedrog te denken, doch men moge zich gerust stellen: die verdenking is ongegrond. Garcilasso de la Vega, die in het jaar 1540 geboren was en van moederszijde van die inka's afstamde, de geschiedschrijver van dien tijd, is onze zegsman.

menscli was niet in tel, hij was slechts een onmerkbaar klein bestanddeel van het leven van den staat. De regeering schreef hem voor, waar hij zich moest nederzetten; hij mocht zijne woonplaats zonder verlof niet veranderen, zijn geheele leven en werken werd door eene hoogere macht geregeld, die hem in ruil daarvoor ook zijn onderhoud verzekerde, hem voor armoede en gebrek

beveiligde. , , ,

De godsdienst der Peruanen was zeer eigenaardig. Zij erkenden een hoogst, onzichtbaar wezen, den schepper en bestuurder der wereld; doch hem werden geene tempels gewijd, noch door de talrijke priesters otlers gebracht.

De godheid, aan wie de hoogste aanbidding geschonken werd, was de zon. Zij gebood over de lotgevallen der mensehen; haar werden de grootste en prachligsie tempels, de rijkste offers gewijd. De verbreiding van haar eerediensl was de heiligste plicht voor de Peruanen, die tot bereiking van dil doel het rijk der inka's jaarlijks mei goed gevolg over de naburige stammen

poogden uit te breiden.

Daardoor was elke oorlog, welken de vorslen voerden, 111 bel oog des volks geen veroverings-, maar een godsdienstkrijg. De overwonnen volken moesten den zonnedienst aannemen, maar verder hel men hen zonder bedenken hunne eigen godheden behouden, dewijl immers ook de Peruanen zeil, behalve de zon, nog een groot aantal andere godheden vereerden.

De zonnedienst was niet zoo afgrijselijk als de vereering, welke door de Azteken aan hun oorlogsgod gewijd werd. Wel kwamen ook ui Pem menschenotters voor, doch dit was slechts hoogst zelden, bij bijzonder plechtige gelegenbeden het geval, b. v. bij de kroning van een iuka of na eene groole overwinning. Dan werd meestal een kind of eene schoone jonkvrouw geoflerd; alleen bij den dood van den inka had eene menschenslachting op groole schaal plaats, liet menschenelen werd door de Peruanen verafschuwd; zij roeiden deze gewoonte dan ook bij alle door hen onderworpen stammen uit.

In hunne zonnetempels spreidden de inka's eene ongeloofehjke pracht ten toon; zij stapelden daar fabelachtige schallen aan edele metalen en juweelen op- de zonen der zon hadden een groolen tempel te Cuzco lol hunne gralslede.

Stierf een inka, dan werd een aantal zijner dienaars en zijner meest «eliefde vrouwen geotterd. Het lijk van den overledene werd kunstig gebalsemd, vervolgens met den prachligslen koninklijken dos gelooid en in het gralgewelf des lempets op een gouden stoel gezet.

De priesters, die den dienst in de tempels waarnamen, waren buitengewoon talrijk; in het slaatsleven speelden zij echter geene rol. dewijl zij noch door buitengewone geleerdheid uitblonken, noch andere dan priesterlijke bezigheden te verrichten hadden. Hun invloed op hel volk was dan ook

Een "volk, dat alleen voor zijne vorstelijke familie leefde, dat bij zijne eigenaardige communistische staatsregeling nooit de aandrift tot onafhankelijkheid voelen kon. moest wel op een lagen trap van kennis slaan. Dit was dan ook bij de Peruanen, in weerwil van hunne schijnbare beschaving des Ie meer het geval, daar de inka's met opzei alle geestelijke ontwikkeling deimenigte onderdrukten. Eén der meest beroemde Peruaansdie vorsten heeft naar men zegt, den stelregel uilgesproken: »De wetenschap is niet bestemd voor het volk. maar voor hen. die uit adellijk bloed gesproten zijn; menschen van lagen stand worden door haar slechts opgeblazen, ijdel en aanmatigend. )

Sluiten