Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIER EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.

Spanje, üe oorlog tegen de Mooren hervat. Tweespalt in het Moorsche rijk van Grenada Boabdil el Chieo. De dappere El Zagal. Langdurige, met afwisselend geluk gevoerde oorlog. Malaga inaenomen en gestraft. El Zagal onderworpen. Belegering van Granada. Dappere verdediging der stad. Overgave van Granada. Laatste stuiptrekkingen der Mooren.

Ferdinand en Isabella koesterden van liet begin hunner regeeriiig af den vurisien wensch, liet kleine deel van Spanje, dat nog in de macht der Mooren was, te veroveren. Vooral de van geloofsijver blakende Isabella werd daarbij niet bestuurd door dorst naar roem en veroveringszucht, maar alleen door het denkbeeld, in het land der ongeloovigen de halve maan weer voor bet

kruis te doen wijken. . ....

Zoolang bet vorstelijk paar met binnen- en buitenlandsche vijanden te kampen had, kon het niet aan een veroveringskrijg denken, docli nauwelijks was de rust in Spanje hersteld, of /.ij brachten het sinds lang gevormde plan met de meeste geestkracht ten uitvoer. De aanleiding tot bet uitbarsten van den ooiioi/ gaven de Mooren zelf door eene vermetele uittarting van hunne zijde.

In de laatste jaren had tusschen de Mooren en de Christenen een halve vrede beslaan, die slechts nu en dan door gevechten was afgebroken. Ue

sultan van Granada had zelfs zonder tegenstreven eene jaarlijksche schatting

betaald, doch dit hield eensklaps op, toeu in het jaar H6<> Moeley Aboel

Hacen koning van Granada werd. . , .

In het jaar 1470 werden onderhandelingen gevoerd over liet ver engen van den tusschen de Christenen en de Mooren bestaanden wapenstilstand. Toen Ferdinand en Isabella bij die gelegenheid de voorwaarde stelden, dat de iaarlijksche schatting opnieuw betaald zou worden, antwoordde Moeley Aboel Hacen trotsch: »De munt van Granada slaat niet langer goud, maar staal, en hij zette aan dit woord later kracht bij door in December 1*81 de kleine Christelijke vesting Zahaco te overrompelen en niet alleen de bezetting, maar ook de geheele bevolking deels neer te houwen, deels als slaven weg te voeren.

Daarop brak in het jaar 1482 de oorlog uit; hij werd van beide zijden met groote verbittering en dapperheid gevoerd. De Spanjaarden trachtten de Moorsche steden te veroveren, doch waar dit hun niet gelukte, poogden zii ten minste het land te verwoesten; zij vernielden de graanvelden, rukten de wijnstokken met wortel en al uit, hieuwen de vruchtboomen om en legden alle open vlekken in de ascli. Doch door zulke strooptochten zouden zij zeker niet den dapperen tegenstand der Mooren gefnuikt hebben, indien dezen niet door innerlijke tweespalt zich zelf verzwakt hadden.

De oude koning van Granada had eene schoone Grieksche slavin in zijn harem opgenomen en hierdoor niet alleen de ijverzucht van de sultane Zosaya opgewekt, maar baar ook de vree» ingeboezemd, dat haar eigen zoon eens van zijn recht als erfgenaam der kroon beroofd zou worden. Het gelukte tiaar, een oproer binnen Granada te verwekken. Moeley Aboel Hacen werd \erdreven

Sluiten