Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De algeraeene landsvrede en het rijkskamergericht.

onttrokken zich niet kleingeestige!) koopmansgeest aan elke gemeenscliappelijk Duitsche onderneming en de adel verhief zich op zijn aloud recht, volgens hetwelk hij van bijdragen aan hel rijk vrijgesteld en niet verplicht was den keizer bijstand te verleenen. Toch werkte hel besluit der stenden weldadig voor Duitschland, want hierdoor werd den keizer de toestemming tol een algeineenen landsvrede en tot hel vestigen van een rijkskamergericht afgedwongen, hoewel dit laatste in zijne oogen eene inbreuk op de keizerlijke macht was.

De eeuwige landsvrede werd gesloten, het veeterecht des adels werd afgeschaft, op elke eigenmachtige poging om zich gewapenderhand recht te verschaffen. werd eene boete van 2000 mark gesteld. Het rijkskamergericht werd ingesteld, om elke breuk van den landsvrede te onderzoeken en te straffen. Het bestond uil een kamerrechter en tf> bijzitters, die deels doctoren in de rechten, deels mannen van adellijken bloede waren. De rechters zouden dooiden keizer met medewerking der stenden benoemd worden en hunne bezoldiging deels uit de opgelegde boeten, deels uit eene rijksbelasting, den »gemeenen rijkspenning" genaamd, ontvangen.

De rijksdag te Worms in het jaar K95 bekleedt ten gevolge van deze instellingen, welke daar tol stand gebracht werden, eene belangrijke plaats in de geschiedenis van Duitschland. Hoewel in de stormachtige dagen, die daarop volgden, de veeten nog lang voortduurden, werd dal misbruik toch niet langer door de wet zelf geheiligd. De onderlinge oorlog der edelen was eene misdaad, welke in die woelige tijden wel niet gestraft kon worden, doch die bij de wet verboden was. De rijksdag te Worms maakte door den algemeenen landsvrede eigenlijk een einde aan het ridderwezen en toch bood diezelfde vergadering op hare beurt weder hel zonderlinge schouwspel van een ridderkamp aan.

Een Fransch ridder, Claudius de Bavre, een gevreesd tornooiheld, kwam te Worms en hing zijn schild onder hel venster van zijne herberg op; een heraut daagde de Duitsche ridders uit om een strijd op leven en dood met de lans legen hem aan te gaan.

Zoo geducht was de naam van den ridder de Bavre, dat geen der Duitschers het waagde de uitdaging aan Ie nemen.

Maximiliaan echler achtte het eene schande, dat een Franschman de Duitsche ridderschap lioonen zou. Hij liet daarom zijn eigen schild met de vereenigde wapens van Oostenrijk en Bourgondië naast dat van den Franschman hangen en gaf daardoor te kennen, dat hij bereid was in persoon den strijd te aanvaarden.

Op den negenden dag traden de beide kampioenen in hel strijdperk tegen elkander op. de keizer streed met den Franschen edelman. Zij reden niet de lansen op elkander in, zoodal deze aan splinters vlogen, doch geen van beiden was in staat zijne tegenpartij uit den zadel te lichten. Hierop grepen zij naar de zwaarden. Maximiliaan ontving eene lichte wond, maar hij takelde den Franschman zoo vreeselijk toe, dat deze zich overgeven en om zijn leven smeeken moest.

De besluiten van den rijksdag te Worms hadden wel eene gewichtige zedelijke beteekenis, doch in de eerste jaren beleekende hun invloed op den toestand van Duitschland niet bijzonder veel. De bijzondere veelen duurden voort, gelijk wij later nog zullen verhalen, en het rijkskamergericht kon zich geen gezag verwerven, dewijl de Duitsche slenden niet eens zooveel zelfopoffering bezaten om de voor de bezoldiging der rechters noodige belastingen te betalen.

Nog ongelukkiger liep het af met een rijksbewind, dal op een rijksdag te Augsburg in het jaar 1500 den keizer door de stenden afgedwongen werd; het nieuwe bestuur werd reeds in hel jaar 1502 van zelf weer afgescliafl en daarmede verdween ook hel rijkskamergericht, dat echler in het jaar 1505 hersteld werd en eerst in het jaar 1512 daardoor eenigen invloed verkreeg,

Sluiten