Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Luther verbrandt de pauselijke bul. Zijne reis naar Worms.

Dal was een nog nooit vertoond schouwspel. In diclile drommen verzamelden zich de aanhangers der hervorming en toen nu Luther verscheen, vergezelde een groot aantal magisters en studenten hem naar de Elsterpoort. Een der magisters richtte een brandstapel op; een weinig hout en de kanonieke wetboeken, de geschriften van Eek en anderen werden als brandstof gebezigd; vervolgens stak hij den mutsaard aan en toen nu de vlammen snel om zich grepen en lustig opflikkerden, wierp Luther met eigen hand de pauselijke bul in het vuur met de woorden: »>l)e\vijl gij den heilige des Heeren beroerd hebt. verlere U het eeuwige vuur!"

Dit was Luthers antwoord op de banbul; in een geschrift, door hem in druk gegeven, rechtvaardigde hij zijne stoute daad; de toon, waarop hij sprak, was die van een strijdvaardig kampioen, die er in de verte niet aan dacht boete te doen, doch die bereid was den strijd op leven en dood ten einde toe voort Ie zetten.

Door het verbranden van de pauselijke bul rukte Luther zich opeens en voorgoed van het pausdom los.

Welk eene gewichtige verandering had er plaats gegrepen met den monnik, die nog voor korten lijd van eerbied voor den paus doordrongen was en die thans aan een vriend scheef: »Wij gelooven hier vast, dat het pausdom de ware en lichamelijke zetel van den Antichrist is, wij moeten om den wil van het heil der zielen al het mogelijke tegen zijne schelmerij en zijn bedrog doen. Wat mij betreft, ik beken, dat ik den paus geene gehoorzaamheid schuldig ben!"

De aangevangen strijd moest of met de zegepraal der hervorming of met den ondergang des hervormers eindigen. De paus zag dit zeer goed in en wendde dus alle middelen aan. waarover de kerk beschikken kon, om Luther ten val te brengen.

Den 3en Januari 1Ü2I verscheen op aandringen van den legaat Alexander eene tweede pauselijke hul. waarin de vloek over Luther en al zijne beschermers en aanhangers onvoorwaardelijk en in de sterkste uitdrukkingen herhaald werd.

Keizer Karei \ had, eer hij lol hel houden van den rijksdag naar Worms ging. aan keurvorst Frederik den Wijzen geschreven, dat deze Luther op deu rijksdag zou medebrengen. De keizer wilde te Worms de kerkelijke twistvragen beslecht zien; de pauselijke legaal Alexander verklaarde daarentegen, dat eene wereldlijke vergadering over dergelijke kerkelijke vraagstukken geen oordeel mocht vellen, dal Luther met al zijne vrienden en beschermers door de kerk reeds als ketter veroordeeld was en dat de rijksdag aan een ketter geen gehoor mocht verleenen.

Keizer Karei V zou zonder aarzelen bereid zijn geweest den wenseh des pausen, met wien hij gaarne op een goeden voel wilde staan, te vervullen, hij zou den oproerigen monnik zeker zonder omwegen aan den toorn der kerk hebben opgeotlerd. indien hij de Duilsche stenden niet had moeten ontzien.

De stenden 1111 eischten. dat Luther van een behoorlijk vrijgeleide voorzien, te Worms verhoord zou worden. Onder de vorsten toch waren er velen, die zich openlijk vóór Luthers denkbeelden verklaard hadden en die dus moesten verwachten, dal ook zij, als beschermers van den hervormer, door den pauselijken ban zouden gelrollen worden.

Karei moest zich naar den wenseh der vorsten schikken en zelf den vrijgeleidebrief voor Luther opstellen. Keurvorst Frederik de Wijze en zijn broeder Johan, de landgraaf Philips van Hessen en hertog George van Saksen stelden buitendien bijzondere geleide-brieven op, waarin zij Luther eene veilige reis waarborgden. Een keizerlijk heraut werd naar Witlenberg gezonden, om den hervormer naar Worms te geleiden.

Luther was niet blind voor het gevaar, aan zulk eene reis voor hem verbonden; zelfs hield hij zich vast overtuigd, dat zijn vrijgeleide evenzeer

Sluiten