Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Huttens idealen. Hutten en van Sickingen.

salan!" De wederdoopers verlieten nog denzelfden dag de slad. ook Carlsladt zag zich genoodzaakt te zwijgen; de rust was geheel hersteld.

Luther had gezegevierd, hij meende dat hij de woelgeesten volkomen verslagen had. en vermoedde in de verte niet, dat de beweging, waartoe hij den stoot gegeven had, hem over het hoofd zou groeien; hij. de monnik, die zich tot dusver met wereldsche zaken weinig of niet ingelaten had, achtte hel zeer goed mogelijk, eene hervorming op godsdienstig gebied lot stand te brengen, geheel en al buiten hel staalkundig leven om. Ilij _h<ul <>een begrip van de nauwe betrekking, waarin kerk en maatschappij in die dagen tot elkander stonden, en dacht er niet aan dat de beweging, op kerkelijk gebied ontstaan, zich bijna onvermijdelijk op het maatschappelijke overplanten moest.

Luthers aanhangers zagen verder dan de hervormer zeil. boven allen onderscheidde zich Ulrich van Hullen-, de rnet pen en zwaard allijd strijdvaardige ridder, door zijn gloeienden ijver voor eene kerkelijke en maatschappelijke hervorming. .

Hutten droomde van een nieuw te stichten groot Duitsch rijk, aan welks hoofd een machtig, in zijne handelingen niet langer door naijverige en zelfzuchtige vorsten belemmerd keizer slaan zou. De macht der despotische vorsten moest gefnuikt worden, de keizer moest zijn steun vinden in den vrijen Duilschen adel en in de sleden; burgers en edelen moesten zich verbinden tegen beider vijanden, de geestelijke en de wereldlijke vorsten.

Vernietiging van de pauselijke macht en van de priesterheerschappij, herstel van de oude Duilsche wetten, afschaffing van hel met liet volkskarakler strijdige Romeinsche recht, afschaffing van alle monopoliën, en bevrijding van den geest uit de boeien van hel kerkgezag, dat vyaien de idealen, waarvoor Ulrich van Hullen in meer dan één wijd en zijd ondei hel volk verbreid geschrift met de pen strijd voerde en waarvoor hij ook bereid was, zoo noodig. het zwaard te trekken.

Bij de troonsbeklimming van Karei V had Hutten gunstige verwachtingen omtrent den jongen keizer gekoesterd. Wat toch kon voor den keizet meer gewenscht zijn dan de verwezenlijking van Huttens droomen, de \eihooging van de keizerlijke en de vernietiging van de pauselijke macht en daarmede de vereeniging van hel verbrokkelde Duitschland ? Doch Karei V had geen hart voor Duitschland, dil toonde bij in elk woord en iedere daad. Wel was hem veel aan de Duilsche keizerskroon gelegen, doch alleen om daardoor een wereldrijk te slichten; het lol van Duitschland zelf was hem

onverschillig. .

Sinds lang had Muiten de hoop opgegeven, dat de keizer in veieeniging inet de vorsten iels voor Duitschlands eenheid zou doen; voortaan wilde luj alleen op de kracht van het volk zelf' bouwen en de snelle verbreiding der hervorming bezielde hem te dien aanzien met de zoetste hoop. Di geheel Duitschland had Luthers leer leeds diepe wortelen geschoten ; bij de burgers der sleden, bij de ridders en zelfs hij de boeren bad zij bij duizenden een goed onlhaal gevonden. Ulrich van Hutten wilde thans deze drie standen tot verzet tegen de vorsten en de geestelijkheid aanvuren, dan was de zegepiaal der godsdienslige en staalkundige hervorming zeker; in dezen geest was hij rusteloos met mond en pen werkzaam.

Doch hiermede slekle de stoutmoedige en vurige ridder zich weldra met meer tevreden ; op die wijze vorderde hel werk le langzaam ; door kracht van wapenen wilde hij de zegepraal der vrijheid bespoedigen, daarom spoorde luj den machtigen Sickingen aan zich aan het hoolll der beweging te plaatsen.

Frans van Sickingen, de dappere rijksridder, bad zich in die dagen in hel Duilsche rijk grooler macht verworven dan wellicht ooit eenig Duitsch ridder bezeten had. Hij voerde niet langer eene kleine krijgsbende, maar een werkelijk leger aan, waarmede hij aan de machtigste steden en vorsten

Sluiten