Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Twaalf Artikelen.

getal volgelingen sloot zich bij hem aan en verbreidde zijne leer naar alle kanten. In alle richtingen trokken zij hel land door en de uitkomst hunner werkzaamheid was, dat de tot dusver onbestemde ontevredenheid met den bestaanden toestand overging in hel helder bewustzijn dat daarin alleen door geweld verbetering kon worden aangebracht. Dat de boeren kort daarop hunne eischen in de bekende Twaalf Artikelen konden uitdrukken, was de vrucht van Munzers werkzaamheid; misschien, waarschijnlijk zelfs, heeft hij in persoon aan de samenstelling van dal geschrift deel genomen.

De Twaalf Artikelen zagen hel licht in de eerste maanden van liet jaar 1525 en werden met ongeloofelijke snelheid over geheel Duitschland verspreid. Weldra werden zij overal door de oproerige boeren als liet kort begrip hunner eischen beschouwd en verkondigd.

Hoe rechtmatig de vaak scherp afgekeurde boerenopstand van het jaar 1525 was, welk eene gematigde houding de boeren in hel begin deibeweging aannamen, blijkt onweersprekelijk uit hunne eischen; wanneer in den loop van den krijg het karakter der beweging geheel veranderde, wanneer de oproerige boerenscharen later op hun weg de rookende puitihoopen van burchten en kloosters achterlieten en met het bloed van vele vermoorde edelen hun spoor leekenden, dan ligl de schuld daarvan niet bij de boeren, maar bij den adel zelf, die, gelijk wij terstond zien zullen, den oorlog op onmenschelijke wijze begon en het landvolk daardoor tot bloedige wraakneming aanspoorde.

De twaalf artikelen der boeren ademden een milden en verzoenenden geest; zij eischten niets dat niet op het natuurlijk menschen- en burgerrecht gegrond was. Laat ons, om een billijk oordeel te vellen, de artikelen zelf raadplegen. De boeren eischten :

I. Het recht, dat de gemeenten zelf hare Christelijke leeraars kiezen en de macht bezitten zouden om hen af te zetten, indien zij zich onbetamelijk gedroegen.

II. Dat van de korentienden slechts zooveel voor den pastoor gegeven zou worden als voor diens onderhoud noodig was, doch dat het overige onder de armen van het dorp verdeeld of lot bestrijding van gemeenschappelijke behoeften besteed zou worden.

III. Afschaffing van de lijfeigenschap: Christus had immers met zijn dierbaar bloed alle menschen verlost; dit wilde echter niet zeggen, dat er geene overheid zou zijn, want de schrift gebood, de overheid te gehoorzamen.

IV. Aandeel in de jacht, de vogel- en vischvangst. Ook aan de schade, welke het wild aanrichtte, moet paal en perk worden gesteld; men mag van de boeren niet langer eischen, dal zij hun oogst door het wild laten opvreten.

V. De bosschen, welke de geestelijke en wereldlijke heeren zich wederrechtelijk toegeëigend hadden, moesten aan de gemeenten worden teruggegeven.

VI. VII, VIII. Cijnsen, pachtgelden, enz. mogen niet willekeurig verhoogd, maar moeten volgens rechl op den ouden voet teruggebracht worden.

IX. Er moet een eerlijk gericht gehouden en niet naar haat of gunst gestraft worden.

X. Alle akkers en weiden, den gemeenten wederrechtelijk ontnomen, moeten teruggegeven worden.

XI. Het recht der heeren om zich na den dood van een op bun goederen gezeten boer een deel van diens nalatenschap toe Ie eigenen, waardoor de weduwen en weezen beroofd worden, moet worden afgeschaft.

XII. De boeren boden aan, indien het eene of andere dezer artikelen niet met Gods Woord overeenkwam, daarvan af Ie zien.

Zijn er gematigder eischen denkbaar dan die, in deze artikelen vervat?

De boeren verlangden niets dan hun goed recht en zij waren vast overtuigd. dal alle vrienden der vrijheid noodwendig met hen moesten overeenstemmen; voornamelijk echter rekenden zij op de krachtige ondersteuning van

Sluiten