Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opstand te Toledo. De heilige junta.

lottige misslag, want alle Spanjaarden waren eenstemmig in den wensch, om de Nederlandsche gunstelingen des keizers uit het land te verdrijven, en het kon derhalve niet missen, of onmiddellijk na Kareis vertrek gaf de algemeene ontevredenheid zich op de meest verschillende plaatsen in daden van geweld en oproer lucht.

In Mei en Juni 1520 braken te Madrid, Burgos, Segovia en elders onlusten uil. De gewichtigste gevolgen had de beweging Ie Segovia, waar meer dan een ambtenaar door het volk aan de beenen opgehangen werd en de afgevaardigde der stad naar de cortez hetzelfde lot onderging, omdat hij gestemd had vóór het verleenen van geldelijken onderstand aan den koning voor zijne reis naar Duitschland. Zijn huis werd geplunderd, zijne weduwe verjaagd en ten slotte verdreef het volk alle koninklijke beambten uit de stad.

Kardinaal Adriaan meende zulke daden van opstand en geweld niet lijdelijk te mogen aanzien, maar door eene strenge straf, den opstandelingen van Segovia opgelegd, den overigen oproerigen steden schrik te moeten inboezemen. Hij il roeg de voltrekking van de straf op aan den voormaligen alcalde van Segovia, Ronquillo, die wegens zijn onverbiddelijke gestrengheid zeer gehaat was.

Ronquillo trok naar Segovia. Dewijl de burgers hem den toegang weigerden, verbood hij op straffe des doods, levensmiddelen in de stad te brengen. Bovendien liet hij de burgers, die hem toevallig in handen vielen, ophangen en vierendeelen, nadat hij hen door middel der pijnbank tot de bekentenis gebracht had, dat zij medeplichtig geweest waren aan den opstand. Anderen werden de handen en voeten afgehouwen.

Deze wreedheid stijfde de stad natuurlijk in haar tegenstand. Het volk verdreef alle koningsgezinden en plunderde hunne huizen; te gelijk wendde het zich tot Toledo en andere sleden met de bede om hulp.

Den 2(1" Juli 1520 kwamen de afgevaardigden van vele ontevreden steden te Avito bijeen en sloten onder voorzitterschap van don Pedro Lasso een verbond, hetwelk zij de heilige junta noemden. Zij wijdden het in door in de kerk op plechtige wijze den zonderlingen eed af te leggen, »dat zij in den dienst des konings en ten nutte der gemeente wilden sterven." lloe de junta dezen eed en den dienst des konings opvatte, toonde hij door den afgezanten van kardinaal Adriaan gehoor te weigeren en daarentegen voor Segovia uit alle macht in de bres te springen.

Ronquillo werd den 12en Augustus door hulptroepen der verbonden steden, die onder aanvoering van Padilla van Toledo en Salamanca toesnelden, verslagen en gedwongen het beleg van Segovia op te breken.

Dit voordeel vuurde de bondgenooten lot nieuwe krachtsinspanning aan; nog sterker deed dit echter de wreedheid van den koninklijken bevelhebber van Kastilië, Anlonio de Fonseca, die den 2lcn Augustus de stad Medina del Campo in brand stak, wijl de burgers geweigerd hadden geschut voor de belegering van Segovia te leveren.

Bijna alle steden van Kastilië sloten zich thans bij den opstand aan, en hoewel kardinaal Adriaan beweerde, dat Medina del Campo volstrekt niet op zijn bevel in de ascli was gelegd, hoewel hij zelfs Fonseca's manschappen uit den dienst ontsloeg, sloeg niemand geloof aan zijne woorden. Fonseca en Ronquillo moesten, vervolgd door den gloeienden haat des volks, naar Portugal en van daar naar Vlaanderen vluchten, wijl Adriaan niet bij machte was om hen te beschermen.

Het vuur van den opstand greep steeds verder om zich heen; behalve Padilla, Avalos en Lasso sloten ook andere aanzienlijke heeren zich bij de beweging aan. Bovenal onderscheidde de bisschop van Zamora, Anlonio de Acuïia zich door de geestdrift, waarmee hij de zaak der oproerige steden omhelsde. Hij verklaarde zich niet alleen openlijk voor de heilige junta, maar

Sluiten