Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dood van Bourbon. Rome ingenomen en geplunderd.

gelds voor, waarmede de eischen der huurtroepen althans voorloopig gestild werden, zoodat de marsch kon worden voortgezet.

Doch eensklaps deed zich een andere hinderpaal voor.

De paus had, verschrikt over het hem dreigend gevaar, zich tol den onderkoning van Napels, Lannoy, gewend en dezen door het aanbod eener aanzienlijke som tot het sluiten van een wapenstilstand voor den lijd van 8 maanden bewogen (10 Maart 1527). Lannoy begaf zich naar den opperbevelhebber. ten einde dezen te bewegen den terugtocht naar Lombardije aan Ie nemen; doch hij werd niet gehoorzaamd. Bourbon, die steeds een vijand van den onderkoning was geweest, erkende den wapenstilstand niet; hij weigerde terug te keeren en hij zou hiertoe, al had hij dit gewild, ook niet in staat zijn geweest; want zijne huurtroepen eischlen gebiedend, dat hij hen naar Rome zou voeren. In de rijke wereldstad hoopten zij eindelijk schadeloosstelling voor de ontberingen van den marsch en rijken buit te vinden. Lannoy moest in aller ijl de legerplaats verlalen en naar Napels terugkeeren, dewijl zijn leven door de woeste krijgers bedreigd werd. ,,,,,,

Vooruit' naar Rome! klonk het uit hel midden der lansknechten, die grootendeels tot de aanhangers van Lutlier behoorden en juichten op liet denkbeeld, dal zij den paus in zijne eigen hoofdstad zouden aantasten. Doch ook de Spanjaarden en Italianen, goede katholieken, verheugden zich in het vooruitzicht op eene plundering van de heilige stad.

Den Mei bij zonsondergang bereikte het leger de geestelijke hoofdstad der Christenheid; in den morgen van den 6™ Mei ging het reeds tot de

bestorming over.

De pauselijke soldaten, grootendeels Zwilsersche huurtroepen, verdedigden zich wakker, zij sloegen de aanvallers herhaalde malen terug. Reeds verloren de bestormers den moed, toen de hertog van Bourbon zich aan hun hoofd stelde en als een gewoon soldaat vocht, om den moed zijner manschappen aan Ie vuren. Uij was de eersle, die een der stormladders beklom.

Een kogel trof hem in de borst en wondde hem doodelijk, zoodat hij na

weinige minuten den geest gaf.

De val van den geliefden aanvoerder, wel verre van de bestormers te ontmoedigen. deed hen in zulk eene woede ontvlammen, dal tegen hun onstuimigen aandrang niets meer bestand was. Zij beklommen de muren en drongen de

eeuwige stad binnen.

De woeste overwinnaars begonnen terstond de stad Ie plunderen op eene wijze zQoals men sinds de dagen der Vandalen niet beleefd had. Diiitschers. Italianen en Spanjaarden wedijverden in het verwoesten van de eerste stad van Europa. Kunne noch leeflijd, vriend noch vijand des keizers werd gespaard. In alle straten van Rome weerklonken de smartkreten der mishandelden, de wanhoopskreten der onteerde vrouwen en maagden, de stervenskreten der zieltogenden. Vijf duizend, ja. volgens andere mededeelingen zelfs 8000 weerlooze menschen weiden in die dagen binnen Rome op de meest barbaarsche wijze vermoord.

De heerlijkste kunstgewrochten werden vernield en de archieven geplunderd. De pauselijke sacrisly werd lol een paardenstal gemaakt en daar men gebrek had aan slioo, haalden de lansknechten de akten uil de kanselarij en strooiden de aan stukken gescheurde papieren als stroo onder de paarden.

De woeste soldaten drongen de kerken binnen en plunderden ze; zei Is de graven werden door hen niet geëerbiedigd, zij trokken o. a. het lijk van paus Julius II den ring van den vinger. Men verhaalt, dal de plunderaars in die dagen voor eene waarde van niet minder dan tien millioen gulden buil gemaakt hebben; zij baadden zich zoo in hel geld, dat zij niet langer om batzen. maar om goudstukken dobbelden. _

Gewoonlijk wordt verhaald dat de plundering van Rome hel gevolg was van den haat, welken de Duilsche lansknechten — die, gelijk we reeds

Sluiten