Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vluclit van Dscliem. Bajazeth II en paus Alexander VI.

maakten zich stormenderhand van liet serail meesier en toen zij hiei het ontzielde lichaam van hun gebieder vonden, vermoordden zij den grootvizier mei den lijfarts van den overledene. Vervolgens trokken zij. de hoofden der vermoorden op pieken voor zich uitdragende, door de straten van Constantinopel waar zij de huizen der Joden en Christenen plunderden onder het aanheffen van de leus: -Sultan Bajazeth en verdubbeling van soldij.

Baiazeth (1481—1512), die kort daarop te Constanlinopel kwam, werd door de janitsaren met groote blijdschap ontvangen, hij moest hun opstand verbeven en ook voor het vervolg hunne onderwerping aan zijne bevelendoor een" buitengewoon geschenk koopen, want reeds nu waren de janitsaren wel aan den eenen kant een krachtige steun van den troon, maar ook aan den anderen kant eene zeer lastige, gevaarlijke macht voor den vorst.

Dschem "af, in weerwil van het voordeel, door zijn broeder behaald, de hoon om zich" van den troon meester te maken, niet op. Hij stelde zich aan het hoofd van zijn leger en het gelukte hem een klein corps janitsaren door Baiazeth tegen hem afgezonden, te verslaan. Trotsch op deze zegepraal zond hij gezanten tot zijn broeder met den eiscli, dat deze 'iet rijk met hem deelen zou. II ij verklaarde dat hij zich met het bewind over Afrika tevreden stellen en zijn broeder de Europeesche gewesten overlaten wilde.

Baiazeth achtte zich te zeker in hel bezit zijner macht om zulk een verdeelingsplan aan te nemen; hij zette den strijd voort, versloeg zijn broeder in een beslissend treffen en noodzaakte hem naar Egypte e vluchten. Ook eene tweede poging tot opstand, door Dschem in het volgende jaar ondernomen. mislukte. Ue overweldiger, die opnieuw liet veld moes ruimen nam llians zijne toevlucht tot de ridders van Rhodus. Op dit eiland weid hij door de Johannieter ridders met de grootste onderscheiding ontvangen, dewijl de orde hoopte, hierdoor den sultan vrees aan te jagen-

De edele ridders trokken van de omstandigheid dat Dschem tot hen gevlucht was, partij om een schaamleloozen handel te diijven; Wel weigerden zii in weerwil van de schitterende aanbiedingen, welke Bajazeth hun deed, om hen tot de uitlevering van zijn broeder te bewegen, de plichten der «astvriiheid op zulk eene schandelijke wijze te schenden, doch zij namen een aanzienlijk jaargeld aan en verbonden zich hiervoor om Dschem langen tijd in een hunner Fransche commanderijen gevangen te houden, terwijl zij hem in den beginne bescherming legen den sultan toegezegd en van hem een schriftelijk document ontvangen hadden, waarin hij der orde aanzienlijke bezittingen beloofde in geval het hem gelukte, den troon van het Osmanische rijk te

l}LI" Jarenlang bleef Dschem de gevangene der Johannieters, die hun ambt van cipier zoozeer tot tevredenheid van sultan Bajazeth II uitoefenden, dat deze hun buiten hel beloofde jaargeld nog aanzienlijke geschenken zond, o. a. eene kostbare reliek, de rechterhand van den heiligen Johannes den Dooper.

In het jaar 4489 moest de orde haren gevangene aan paus Innocentius V lil afslaan; zij ontving daarvoor groote voorrechten en gunsten. Dschem — vvien men hier meer vrijheid toestond dan in zijne vorige verblijfplaats— zag zich te Home op het Valicaan zijne woonplaats aangewezen, want de paus wilde hem steeds dij ue hand hebben, om vroeger of later sultan Bajazeth door zij n toedoen ten val te brengen.

Hel lot van den ongelukkigen prins werd beslist onder de regeering van paus Alexander VI. die niet schroomde een gezant tol Bajazeth te zenden om met dezen over de uitlevering oi de vermoording van Dschem te onderhandelen. Een brief, dien Bajazeth bij deze gelegenheid aan den heihgen vader der Christenheid, het monster Alexander, richtle, werpt een le helder licht op dien lijd en op de handelende personen dier dagen, om dien onzen lezers niet mee le deelen. *)

*) Ziukeiseu, gesch. van het Osmanische rijk in Luropa.

Sluiten