Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jan van Leiden roept de hulp van Philips van Hessen in.

of daalde; door prachtige optochten en schitterende feesten verblindde hij de oogen des volks, door liet aanwakkeren van godsdienstige dweepzucht wist hij als de uitverkorene des Ileeren over de menigte te heerschen, en door zijne wreedheid verbreidde hij schrik en ontzetting rondom zich en hield hij hen, die tegen hem wilden opslaan, daarvan terug. Hij verstond de kunst om te heerschen evengoed als de andere koningen en vorsten van zijn tijd. Hij benoemde de invloedrijkste volksleiders lot de hoogste waardigheidsbekleders in het nieuwe rijk. Rottman werd lot koninklijk woordvoerder, Knipperdolling tot zwaarddrager en Hendrik Krechting tot stadhouder des rijks benoemd.

He overige predikers en volksleiders vormden den lioogen raad. Later benoemde hij hen zelfs tol hertogen van alle Duitsche landen, welke bij van plan was te veroveren. Hij noemde zich zelf den «koning der gerechtigheid in den nieuwen tempel" en in zijne verordening verkondigde hij, dat hij thans op den stoel van David zat en in den naam van Christus regeerde.

Het teeken zijner koninklijke waardigheid droeg bij aan een gouden keten om den bals; liet bestond uil een gouden wereldkloot, waardoor een gouden en een zilveren zwaard kruisgewijze gestoken waren.

Op de markt was een troon opgeslagen, hierop zelte Jan van Leiden zich neder, wanneer bij tot het volk sprak; een trede lager dan hij stond Knipperdolling met ontbloot zwaard. Menigmaal trok hij in plechligen optocht dooi de stad. Twee mannen gingen naast hem, de één met het Oude Testament, de ander met het onlbloote zwaard; elk die hem ontmoette moest op de knieën vallen, als 0111 hem te aanbidden.

Zijn bof onderscheidde zich door pracht en weelde; hij hield een harem van zeventien vrouwen, die in weelde en overdaad met hem leefden en deelnamen aan zijne schitterende feesten, waarbij hij al zijne trouwe raadslieden en zijne bevoorrechte dienaars vereenigde.

Ook bet zwaard wist hij te gebruiken, dikwijls zelfs met eigen hand. Meer dan één doodvonnis werd door hem in persoon voltrokken, doch nog vaker vielen de hoofden door de hand van den scherprechter Nieland, den opvolger van Knipperdolling.

Het was een zonderling koninkrijk, waarin wellust, godsdienstige dweperij, staalkundige waanzin en onmenschelijke bloeddorst op eene waarlijk afschuwelijke wijze vereenigd waren.

Hel zou ons te ver leiden, indien wij ons nog langer met de geschiedenis van dit wonderlijke koninkrijk wilden bezighouden, dat in weerwil van de wreedheid, waarmee het in stand gehouden werd, toch in de wederdoopers zulk een krachtigen steun vond, dal het arme verdwaasde volk daarvoor met de gloeiendsle geestdrift kampte *).

Hoe dapper de wederdoopers de stad Munster ook verdedigden, toch meende de koning van Zion hulp van buiten te moeten inroepen.

Van Munster uil zond bij boden het land in, die met bewonderenswaardige doodsverachting de stad verlieten, om daar builen de leer der wederdoopers te verbreiden, al wisten zij ook dat zij een bijna onvermijdelijken dood in de kaken liepen; slechts enkelen toch gelukte het zich door de legerplaats der vijanden been te slaan, de meesten werden gevangengenomen en gedood.

De koning had al zijne hoop gevestigd op den landgraaf Philips van Hessen, den wakkeren voorstander der hervorming, den bitteren vijand der priesterheerschappij. Hij schreef dezen een zeer verlrouwelijken brief, waarin hij hem met «Lieve Philips" aansprak. Doch de landgraaf dacht er niet aan.

*) Den wederdoopers in de Nederlanden gaf het voorbeeld van Munster moed tot eene poging om zich van de stad Amsterdam meester te maken. Het gelukte hun, bij nacht het raadhuis te overrompelen, doch hun aantal was te klein om het door hen behaalde voordeel te kunnen vervolgen. De opstandelingen werden geslagen en deels in den strijd gedood, deels daarna onder de vreeselijkste folteringen omgebracht.

Sluiten