Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Luthers dood en begrafenis.

23™ Januari loi-fi Wiltenberg oiri, op verzoek van de graven van Mausfeld eenige geschillen, welke in die familie waren ontstaan, uil den weg Ie ruimen. Op deze reis predikte hij nog den 2f>e» Januari te Halle; hoewel reeds ernstig ongesteld, wijdde hij zich nog onvermoeid aan zijn ambt. Tol viermaal toe predikte hij te Eisleben, terwijl hij de hoogst moeielijke taak van bemiddelaar tusschen de twistende gebroeders vervulde. Doch hij zag zijne pogingen dan ook mei den gewenschlen uilslag bekroond: de graven reikten elkaar in zijne tegenwoordigheid de hand der verzoening.

Hel zou zijn laatste werk op aarde zijn. Den I7cn Februari werd zijn lijden zoo lievig en zijne zwakte zóó groot, dat hij zijn einde voelde naderen. Zijn trouwe vriend, Dr. Justus Jonas, stond mei Luthers zoon aan het bed van den zieke. Met volkomen helderheid van geesl sprak deze: «Hoe, indien ik hier te Eisleben, waar ik geboren en gedoopl ben. eens blijven moest!" Tevergeefs poogden twee geneesheeren, wier hulp men ingeroepen had, hem hoop op herstelling in Ie boezemen. Luther begreep maar al Ie goed, dat zijn dood nabij was en gaf zich van nu af slechts aan godsdienstige overdenkingen over.

»In Uwe handen beveel ik mijn geest, Vader! Gij hebt mij verlost. God der waarheid!" riep hij uil. Hierop werd hij stil, zijn oog werd beneveld, hij was den dood nabij.

Nog eens ontwaakte hij uit die verdooving; nu wendde Dr. Jonas zich lot hem met de vraag: «Eerwaardige vader, wilt gij op de leer, die gij gepredikt hebt vertrouwend sterven?"

«Ja!' anlwoordde Luther nog eens met eene vaste en heldere stem, zoodat alle aanwezigen hel duidelijk konden hoorei). Daarop sluimerde hij in en weinige minuien later, hij het aanbreken van den dag, blies hij den laalslen adem uil.

De groole man, de koene strijder was tot zijne ruste ingegaan. Dat was een ontzettende slag voor de proleslantsche parlij in Duitschland. Groot was dan ook de droefheid, door hel bericht van zijn sterven onder alle standen verwekt.

De burgers van Eisleben stortten heele tranen, toen zij op hun dringend verzoek in het sterfhuis waren toegelaten, om nog een blik op bet lijk Ie werpen. Ook de vorst van Anbalt en vele graven en heeren vermengden hunne tranen met die der burgers en boeren.

Hel stotlelijk overschot werd naar Witlenberg gebracht, want de diepbedroefde keurvorst van Saksen, Johan Frederik. wenschte. dat de groole man zijne laatste rustplaats zou vinden op dezelfde plaats, waar hij zoo krachtig en voortreffelijk gearbeid had. Toen Dr. Bugenhagen in de slot keek te Wiltenberg, in zijne lijkrede over Luther, weenend uilriep: »Wie is thans onze herder, onze vader? We zijn verlaten, verweesd!" — toen barstte de gansche talrijke vergadering in één smartkreet uit! Van droefheid overweldigd vielen allen, mannen en vrouwen, handenwringend op de knieën.

Lulher is door tijdgenoot en nakomelingschap óf vergood óf met de hatelijkste lasteringen overstelpt. Doch zelfs zijne tegenstanders konden aan zijne geestkracht hunne hulde niet onthouden. O. a. zegt Palavicini, de geschiedschrijver van het Trentsche concilie, van hem: »Een vruchtbare geesl, doch die meer bittere dan rijpe vruchten opleverde, meer misgeboorten van een reus dan voldragen kinderen. Een sterke geesl, doch meer tol omverwerpen dan tol opbouwen geschikt. Zijne geleerdheid geleek op een vernielenden plasregen, niet op een vruchlbaarmakenden zomerregen. Zijne welsprekendheid was len aanzien der laai ruw en onvolkomen en, wat den inhoud aangaat, een slof verwekkende en de oogen verblindende storm. Hoewel hij stoutmoedig was in het begin van een twist, beloonde niemand zich vreesaehliger dan hij, wanneer hel gevaar naderde. Hij bezat hoogstens den moed van een lol vertwijfeling gebracht dier. Meer dan eens bood hij aan te zwijgen wanneer zijne tegenstanders zwegen; een bewijs, dal hij zich door

Sluiten