Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Standvastigheid van Johan Frederik. Kareis wraak.

waarls gedaan, want het aanzien van den ongelukkigen keurvorst was bij de geheele protestantsche bevolking door zijne gevangenschap eer verhoogd dan verminderd.

Karei spaarde noch vleierijen noch bedreigingen tot bereiking van zijn doel. Hij zond zijn kanselier Granvelle met twee aanzienlijke mannen tot den keurvorst, om hem des keizers wenschen voor Ie dragen.

Johan Frederik was reeds op zulk een stap van Kareis zijde voorbereid hij liet den gezanten, nadat hij hen vriendelijk aan lafel genoodigd had, eene reeds vooraf eigenhandig door hem geschreven verklaring overgeven, welker inhoud ongeveer hierop neerkwam: »dat hij uil zijne volle en innige overtuiging enkel en alleen de Augburgsche confessie als de ware Christelijke leer erkende, dat het interim met vele belangrijke artikelen dezer geloofsbelijdenis in tegenspraak was en dat hij derhalve in zijn eigen oog Gods heiligen naam schandelijk zou misbruiken en lasleren, wanneer bij het interim aannam-dat zijne Keizerlijke Majesteit, wien hij in alle wereldsche zaken steeds gehoorzaamheid en trouw placht te bewijzen, het hem derhalve niet euvel mocht duiden, wanneer hij het interim verwierp en onveranderlijk aan de Atiasburasche confessie vasthield." °

De keizerlijke gezanten waren ten hoogste verbaasd, toen zij dit geschrift lazen; zij hadden niet gedacht, dat de gevangene den moed zou hebben zich tegen den wil des keizers te verzetten: zij weigerden zulk eene verklaring aan te nemen en den keizer te overhandigen.

Doch de keurvorst bleef onverzettelijk en een vroolijk lachje vloog over zijn gelaat, toen eensklaps een geduchte donderslag weerklonk, die noch door een vroegeren voorafgegaan noch door een lateren gevolgd werd. Dat was in ziine schatting een bewijs, dat God zijne woorden bevestigde, de stem van den hoogsten rechter, die hem aanspoorde trouw te blijven aan zijne overtuiging.

De keizer nam over de waardige weigering des gevangenen eene onedele wraak; de dienaars van den keurvorst ontvingen terstond bevel op de vastendagen der Roomsche kerk geene vleeschspijzen meer voor hun heer te bereiden zijn hofprediker werd verwijderd en Karet ging zoover, dat hij den gevangene zijne geliefde boeken, o. a. een op perkament gedrukten en met afbeeldingen versierden bijbel, waaraan hij bijzonder gehecht was, en Luthers geschriften ontnemen liet. Ook dit verdroeg de standvastige vorst met eene bewonderenswaardige kalmte. »AI nemen zij mij ook de boeken af' — riep hij uit — »dat, wat ik daaruit geleerd heb, kunnen zij mij toch niet uit hel hart rukken."

Zijne zonen volgden huns vaders voorbeeld, ook zij verklaarden zich krachtig tegen het interim.

Niet zoo edel gedroeg zich de landgraaf Philips van Hessen. Hij schreef aan den keizer een jammerlijken brief, waarin hij om zijne vrijheid smeekte en zich bereid verklaarde het Augsburgsche interim aan te nemen Doch zijne deemoedige houding baatte hem niets, hij bleef in de gevangenschap zuchten en werd even streng behandeld als voorheen. Karei hield woordbij leerde den landgraaf lachen.

Had hel interim bij de protestanten, vorsten en volk, een slecht onthaal gevonden geen grooteren bijval vond het bij de katholieken, hoewel dezen toch indien hel ten uitvoer gelegd was, daaruit het meeste voordeel zouden getrokken hebben. Eene geheele hereeniging van de protestantsche mei de katholieke kerk moest het gevolg dezer bepalingen zijn, doch in weerwil hiervan verzette de katholieke geestelijkheid zich met kracht er legen, wijl de keizer als leek nooit het recht had bezeten om op eigen geza" de godsdienstige geschillen te beslechten. »Ja, al had Karei hel Evangelie zelf verkondigd — nep een ijverig katholiek geestelijke verontwaardigd uit — «dan zou hij, als leek, daartoe niet het recht hebben bezeten."

Bij hel algemeen verzet, dal 's keizers maatregel vond, zou deze verstandig gedaan hebben, indien hij zijne eigen inzichten prijsgegeven had. Doch

Sluiten