Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uitbreiding en invloed der Jezuïetenorde.

Een beroemd Duitsch geschiedschrijver, Johannes van Muller, schelst de orde in deze weinige treffende en onpartijdige woorden: »Het eerste plan der Jezuïetenorde was eenvoudig, stichtelijk en onschuldig. Het werd na den dood des stichters uitgebreid, voornamelijk door Laynez, en na hem door Aquaviva, mannen, die met de grootste menschenkennis waren toegerust en het oo1' onwrikbaar op één doel gevestigd hielden. Zij waren de eigenlijke grondleggers van eene orde, die met de groolste scheppingen van de wetgevers der oudheid vergeleken mag worden. Zij beheerschte geheel den wil en al de gedachten van hare leden, verschafte hun buitengewone werkzaamheid en boezemde hun zulk eene slipte gehoorzaamheid in, dat tle geheele orde geleek op een gezond lichaam, door eene krachtige ziel bestuurd. Wie lot haar toetrad, deed afstand van geheel zijn persoonlijk karakter, om zich met lichaam en ziel aan den generaal te onderwerpen, alsof Christus zelf door dezen sprak. In de orde werd hij zoon en broeder; al de maatschappelijke betrekkingen, waarin hij vroeger gestaan had, waren afgebroken. Hij mocht wel ambten aannemen, maar niet zonder dé toestemming en leiding van den generaal, wiens eigen hem alleen hekend plan, ook al sprak hij het niet met zoo vele woorden uit, zijne eenige wel was. Onder het toezicht van den generaal stond de briefwisseling en de geleerde arbeid van de leden der orde. Het was niet geoorloofd, over zijne voorschriften, over iets, dat hij deed of doen zou, aanwijzingen, bedenkingen of gissingen te ^opperen. Allen waren Jezuïeten, niet langer Spanjaarden, Duitsehers of Franschen. Niemand mocht voor een vorst of voor een land eene partijdige voorliefde koesleren."

Dat eene orde, die uit de uitstekendsle staatslieden beslond en bijna op mililaire leest geschoeid was, wier leden allen slechts één doel nastreefden en daarbij hel beginsel: «hel doel heiligt de middelen" onbeschroomd in toepassing brachlen, in die dagen van verwarring spoedig eene belangrijke staalkundige rol moest spelen, is duidelijk.

De orde richtte in de eerste plaats bare opmerkzaamheid op Duitschland de bakermat der hervorming. Reeds in het jaar 1549 zien wij drie geleerde Jezuïeten als professoren aan de hoogeschool te Ingolstadt beroepen, kort daarop verrees in dezelfde stad een Jezuïetencollege, dat weldra dooreen tweede te Munchen gevolgd werd. Zoo verbreidde de orde zich met ongeloofelijke snelheid over bet Duitsche rijk. Na verloop van enkele jaren treilen wij reeds overal Jezuïeten aan als leeraars en kanselredenaars, als biechtvaders en raadslieden der vorslen, als opvoeders van vorstenzonen; in al deze betrekkingen waren zij werkzaam als de ijverigste, bekwaamste en sluwste teenstanders der hervorming.

Terwijl de protestanlsche vorslen en hunne Iheologen zich in eindelooze twisten verdiepten en elkander wederkeerig bestreden en verketterden, wisten de Jezuïten meesterlijk van elke zwakke zijde van het protestantisme partij te Irekken en hel gelukle hun door hunne stelselmatige en onvermoeide werkzaamheid, meer dan één belijder van de Lulhersche en Calvinistische leer, die de godsdiensttwisten van harte moede was, tot de moederkerk teru» te voeren.

Tot dezen goeden uilslag hunner pogingen droeg de geestelijke verslapping waarin een groot deel van het Duitsche volk na den zwaren geestelijken en stoflelijken strijd der laatste jaren verzonken was, niet weinig bij.

Stilstand der godsdienstige beweging, ja achteruitgang op dit gebied was hiervan hel noodwendig en onvermijdelijk gevolg en ook in hel staatkundig leven openbaarde zich hetzelfde verval.

Van het Duitsche volk valt uit die dagen weinig te verhalen; de macht der vorslen groeide meer en meer aan, de slenden des lauds, die lol dusver nog eene stem in hel bestuur gehad hadden, verloren al hun invloed De vorslen bekommerden zich niet meer om hen, en ook de keizerlijke macht, die Karei V voor korten lijd lot een ongekenden luister verheven had, verloor

Sluiten