Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De protestantsche unie en de heilige ligue.

hel protestantisme, hetzij ze de leer van Luther of van Calvijn toegedaan waren, in het college der keurvorsten de meerderheid vormden.

Even werkeloos bleven de protestantsche vorsten, toen in de stad Donauwerth godsdiensttwisten uitbarstten; zij duldden, dat de rijksban over deze vrije rijksstad werd uitgesproken en dat de hertog van Beieren haar veroverde, in bezit nam en lot eene Beiersche landstad maakte.

Het katholicisme begon in Duitschland opnieuw te bloeien. Twee kweekehngen der Jezuïeten hadden vorstenzetels beklommen; Maximiliaan dien van Beieren, Ferdinand, de kleinzoon van keizer Ferdinand I, dien van Stiermarken Karinlhië en Krain. Beiden gedroegen zich. gelijk na hunne opvoeding wei niet anders te verwachten was, als biltere vijanden der protestanten. Ferdinand slaagde er zelfs in. de hervorming in zijn land geheel te onderdrukken, hoewel tweederden der bevolking prolestantsch was.

Eindelijk gingen, nadat — gelijk we reeds verhaalden — Donauwerth gevallen was, den protestantschen vorsten de oogen open. Zij begonnen beducht Ie worden voor geheele onderdrukking van hun godsdienst, en besloten een vast verbond te sluiten, om aan alle aanvallen der katholieken het hoofd te bieden.

Te Ahausen in Frankenland kwam in het jaar 1608 de protestantsche unie tot stand, waarbij van de zijde der gereformeerden de vorsten van de latts en van Hessen, van de zijde der Lutherschen die van Baden, Wnrtemberg, Anhalt en de markgraven van Brandenburg zich aansloten. Ook andere protestantsche vorsten betoonden zich niet ongezind om tot de unie toe te treden en gingen hiertoe dan ook later over. De keurvorst van Saksen echter die volgens de traditie van zijn huis aan het hoofd der unie had moeten staan, weigerde daaraan deel te nemen; zoo doodelijk was zijn haat te^en de Calvinisten, dat hij met dezen niets Ier wereld te inaken wilde hebben.0

Tegenover de unie werd eene katholieke vereeniging gevormd, de heilige hgue, aan wier hoofd Maximiliaan van Beieren zich plaatste. Den 10™ Juli 1609 kwamen vele Zuidduilsche bisschoppen en prelaten bijeen, om maatresten te beramen lot bescherming van de alleenzaligmakende kerk. De krachtige Maximiliaan was hun natuurlijk hoofd.

Zoo stonden de beide kerkelijke partijen weder dreigend tegenover elkaar en het was te verwachten, dat binnen een niet al te ver verwijderd tijdstip het zwaard hare geschillen zou beslechten. Beeds toen scheen de oorlo» op liet punt van uit te barsten, daar een strijd over zekere erfopvolging? die een sterk godsdienstigen tint droeg, de Duitsche vorsten tegen elkaar in liet harnas joeg.

Den '1 o™ Maart 1609 was hertog Jolian Willem van Gulick kinderloos gestorven. Op zijne rijke nalatenschap — de hertogdommen Gulick, Cleefen Berg, de graafschappen Mark en Ravensberg en de heerlijkheid Ravenstein — maakten vele Duitsche vorsten aanspraak, op grond van hunne verwantschap met den overleden hertog, üe keizer daarentegen achtte zich gerechtigd die landen als een opengevallen rijksleen aan zich te trekken.

Twee der mededingers, keurvorst Johan Sigismund van Brandenburg en de paltsgraat Wolfgang Willem van Neuburg, waren meer bij de hand dan de overigen. Zij bezetten de betwiste landen en toen de keizer hun het bevel toezond om zich van alle daden van geweld te onthouden en ziine beslissing af te wachten, had dit geen ander gevolg, dan dat zij de handen in elkander sloegen (10 Juni 1609) en overeenkwamen om die landen gemeenschappelijk te besturen, totdat omtrent ieders rechten eene beslissinn zou genomen zijn, °

Aartshertog Leopold van Oostenrijk (van den Stiermarkschen lak' een bijzonder gunsteling van keizer Rudolf, verzamelde terstond eene krijgsmacht om. zoo noodig, de rechten des keizers met geweld le handhaven. Hij nam Gulick in; daarentegen stonden de vorsten der unie op, om hunne Hoofs-

Sluiten