Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Servet. Calvyns dood.

grooten raad van Genève opgenomen werden; hij bevestigde daardoor zijn macht en invloed, want deze Fransclien waren en bleven zijne vurige aanhangers, voor wie elk zijner woorden een onomstoolelijk gebod was.

Met des hervormers macht groeide ook zijn dweepzieke haat tegen andersdenkenden aan. Hij leverde daarvan een treurig bewijs in het rechtsgedin" dal op zijne aansporing tegen Michaël Servede — gewoonlijk Servet genaamd — gevoerd werd.

Servet had reeds als jongeling van -2-2 jaren in 1531 een boekje geschreven over de dwaling, in de leer der heilige Drieëenheid vervat, en zich hierdoor de vijandschap zoowel der protestanten als der katholieken op den hals gehaald. Toen hij in het jaar 1553 te Vienne een tweede werk zonder naam liet drukken onder den titel: «Herstelling van het Christendom", verwekte hij daardoor een nieuwen storm.

De geestelijkheid bespeurde, dat Servet de schrijver van dit boek was; zij bewerkte dat bij gevangengenomen werd en Calvijn droeg thans ook liet zijne er toe bij om door brieven, die hij van Servet ontvangen had, te bewijzen, dat hij de schrijver was. en zijne veroordeeling te bewerken. Intusschen gehikte het Servet te ontvluchten. Hij kwam op zijne vlucht te Geneve. waar hij zich verborgen hield, doch door Calvijn ontdekt en op diens aangifle opnieuw in hechtenis genomen werd.

Servet verdedigde zich manlijk. Hij achtte het onmogelijk, dat men hem in eene protestantsche stad wegens zijne geschriften veroordeelen kon, doch hoe deerlijk bedroog hij zich! Reeds wedijverden de protestanten in onverdraagzaamheid met de handlangers der inquisitie. Servet werd als godslasteraar en ketter lot den brandstapel veroordeeld en den 27™ October 1553 te Genève openlijk verbrand. Men stond hem niet eens de gunst toe. vvaarom hij knielend smeekte, om met het zwaard ter dood gebracht te worden.

Zijn dood was in de oogen der dwepers onder de protestanten eene zegepraal der waarheid op de logen. Zelfs Melanchthon. de zachtmoedige man bij uitnemendheid, schreef aan Calvijn, dat de overheid van Genève wel had gedaan, den godslasteraar ter dood te brengen. Hieruit zien we, dat Calvijn in dit opzicht niet alleen stond, en dat wij den dood van Servet op rekening van den tijdgeest, niet op dien van Calvijns persoonlijk karakter moeten stellen.

De onbeperkte macht, welke Calvijn te Genève bezat, dankte hij niet alleen aan zijne uitstekende geestesgaven en zijne schitterende welsprekendheid, maar bovenal aan zijn vlekkeloos leven, hetwelk terecht door zijne aanhangers bewonderd werd.

Hij loonde door zijn voorbeeld, dat hij diep doordrongen was van hetgeen hij anderen leerde. Op zijne strenge zedelijkheid, zijne nauwgezetheid van geweten en zijne belangeloosheid konden zelfs zijne bitterste vijanden geene smet werpen. Terwijl hij over de schatten der rijksstad te beschikken had, leefde hij als de geringste burger. Elke verhooging van zijn sober jaarlijkscli inkomen, hetwelk uit ongeveer negentig gulden met vrije woning en een weinig graan en wijn bestond, wees hij standvastig af.

Hij arbeidde met rusteloozen ijver en hieraan had de stad Genève het te danken, dat van alle zijden studenten derwaarts stroomden, dat Genève hel middelpunt der protestantsche beweging voor de gereformeerde kerk werd. Calvijn wist te bewerken, dat zijne aanhangers met die van Zwingli vereenigd werden; zij werden voorlaan onder den gemeenschappelijken naam Calvinisten of gereformeerden tegenover de Lutherschen geplaatst.

Ter verbreiding van de gereformeerde leer vestigde Calvijn te Genève eerst een gymnasium, vervolgens eene hoogeschool; van hier uit trokken zijne leerlingen naar alle landen der wereld.

Calvijn eindigde zijn werkzaam leven den -2T" Mei 1564, niet meer dan 55 jaar oud. Hij stierf aan de lering. Zijn dood verwekte onder al zijne

Sluiten