Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verraad van Brissac.

en de moordenaar werd, voordat hij eene poging tot uitvoering van de daad had kunnen wagen, gegrepen en ter dood gebracht.

Hel Fransche volk, dat den oorlog van harte moede was, schaarde zich meer en meer aan de zijde des konings, die van een met Mayenne gesloten wapenstilstand partij trok, om zich overal door gematigdheid, vriendelijke voorkomendheid en vergevensgezindheid vrienden Ie maken. Zelfs te Parijs groeide 's konings partij dagelijks aan.

Hendrik IV had zich den 27'" Februari 1594 Ie Chartres plechtig laten kronen; hij zag zich thans reeds in een groot deel van Frankrijk als koning erkend, alleen Parijs, de hoofdslad en het hart des lands, bood hem nog tegenstand. Hier heerschten nog de hertog van Mayenne, die zich niet onderwerpen wilde, en de Spaansche partij, doch zij achtten zich — en terecht — niet langer veilig. De grond waggelde onder de voelen der »zestien", zij bespeurden dat de gewone smaadredenen der geestelijkheid legen den «Béarner" niet langer de gewenschle uitwerking op het volk hadden, zij hoorden, dat onder de bevolking vele stemmen ten gunste van Hendrik IV opgingen en dat aanzienlijke mannen, zoo als L'Huillier, de prévót der kooplieden,openlijk verklaarden dal men de stad aan den koning overgeven moest. Zelfs de gouverneur van Parijs helde lol de koninklijke partij over en ook het parlement erkende den koning en verzocht den hertog van Mayenne, mei dezen over een vasten en duurzamen vrede te onderhandelen. De hertog was hiertoe echter nog volstrekt niet gezind; integendeel, hij hoopte nog altijd met de hulp van Spaansche troepen Hendrik IV te kunnen overwinnen. Den 7'" Maart 1594 verliet hij Parijs, om zich naar liet Spaansche leger te begeven, dat bij Soissons bijeengetrokken werd. Vóór zijn vertrek nam hij echter maatregelen om, naar hij hoopte, de hoofdstad te beveiligen. Hij ontzette den gouverneur van Parijs, markies van Belis, van zijn ambt, hoewel het parlement zich daartegen verzette, en droeg het opperbevel op aan een man, op wiens trouw en rechtschapenheid bij met volkomen zekerheid rekende, aan den graaf Brissac, die lot dusver een der krachtigste aanvoerders van de ligue was geweest, dezelfde, die op den barrikadendag liet volk had aangevoerd.

Doelt de omstandigheden waren sinds dien dag zeer veranderd, de kansen der ligue stonden bijna hopeloos, die van Hendrik IV daarentegen beier dan ooit, en voor een eergierig en hebzuchtig partijganger was eene verwisseling van partij zeer voordeelig. Brissac bezweek voor die verzoeking. Terwijl bij den Spaanschen gezant, den herlog van Feria, den pauselijken legaal en de overige hoofden der ligue van zijne onwankelbare trouw jegens zijne partij verzekerde, had hij toch reeds verstandhouding met Le Maitre, den president van het parlement, met L'Huillier, den prévót der kooplieden, en mei meer royalistische burgers aangeknoopt en geheime onderhandelingen met Hendrik IV begonnen.

De koning, wien er alles aan gelegen was, de hoofdstad zoo mogelijk zonder bloedvergieten lol onderwerping le brengen, willigde bereidvaardig alle eischen van Brissac in; hij beloofde dezen de waardigheid van maarschalk, eene aanzienlijke som gelds en een levenslang pensioen; den vrienden van Brissac zeide hij andere voordeelen, dei' stad Parijs eene slechts door enkele uitzonderingen beperkte ainneslie, liet bezit van al hare oude rechten en vrijheden en bovendien de handhaving van het vredesedict van 1577 toe, volgens hetwelk in de hoofdstad en in een omtrek van 70 mijlen geen andere dan de katholieke eeredienst geduld zou worden.

Op deze voorwaarden beloofde Brissac, de stad in den nacht van den 21™ op den 22"' Maart te zullen overgeven, hij nam hiertoe alle maatregelen. In den avond van den 21'" Maart verzamelde bij een groot aantal koningsgezinde invloedrijke burgers; hij deelde hun zijn plan en de voorwaarden tol overgave mede, die door de vergadering met blijdschap goedgekeurd werden. In alle stilte liet Brissac drie poorten bezetten door burgers op wier trouw hij rekenen kon.

Sluiten