Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het slaafsche parlement. Anna Boleyn valschelijk beticht.

de koninklijke bekrachtiging. In elk graafschap werden lieden aangesteld, die alle woorden, daden en geschriften, welke op de zes artikelen betrekking hadden, moesten aanbrengen en die weldra eene vreeslijke ook op andere zaken gerichte inquisitie vormden. Binnen li dagen had men te Londen alleen dOO personen in hechtenis genomen. De verklaring van twee getuigen was voldoende om iemand ter dood te doen brengen, hoe krachtig hij hunne verklaringen ook ontzenuwde of betuigde, dat zijne gevoelens volkomen aan de eischen der wel beantwoordden. Protestanten en katholieken werden zonder onderscheid op denzelfden dag onthoofd, opgehangen of gevierendeeld; zelfs vijftienjarige knapen werden verbrand, omdat zij zich over het avondmaal anders uitlieten dan de tyrannieke koning en het lafhartige Parlement voorgeschreven hadden. Eerst later, toen de vervolging al verder en verder om zich greep, wist Cranmer met groote moeite te bewerken, dat er strengere wettelijke bewijzen werden gevorderd, dat de wet alleen op geestelijken toegepast en de straf eerst bij de derde overtreding voltrokken werd, voor zoover deze niet langer dan een jaar geleden was.

In den hem eigen slaafschen geest verklaarde het parlement voorts: wat de koning en de door hem gevolmachtigden over het geloof en de kerkelijke instellingen nog zullen bepalen, moet ieder aannemen en opvolgen; koninklijke proclamaties, die door de meerderheid van den geheimen raad goedgekeurd zijn, hebben de kracht van rijkswetten; alleen mag daarbij geen inbreuk gemaakt worden op iemands leven, vrijheid en bezittingen. Dit laatste toevoegsel werd later echter geheel krachteloos, èn dewijl het niet in acht werd genomen èn omdat de koning ook het recht bezat om iemand van het naleven der wetten te ontslaan. Nadat de godsdienstige en burgerlijke vrijheid zoo geheel prijsgegeven was, behoeft het wel nauwelijks gezegd te worden, dat velen aangeklaagd en door het parlement zonder verboor en bewijs veroordeeld werden."

Niet alleen als kerkelijk hervormer, in alle opzichten betoonde Hendrik VIII zich een wreed dwingeland, zelfs zijn eigen huiselijk leven getuigt daarvan op eene ontroerende wijze. Door het laaghartige, steeds volgzame parlement werd hij daarbij trouw ondersteund. De Gemeenten in bet Lagerhuis wedijverden met de aanzienlijke pairs in het Hoogerhuis om elke luim van den willekeurigen koning in te willigen en allen, van wie bij zich ontslaan wilde, door partijdige en onrechtvaardige doodvonnissen uit den weg te ruimen.

Hendriks liefde voor de schoone Anna Boleyn verkoelde, zoodra zijn lage zinlijke hartstocht bevredigd was. Anna was in Frankrijk opgevoed, zij had den luchthartigen Franschen toon aan het Engelsche bof medegebracht; dit mishaagde den koning, bel maakte zijn ijverzucht gaande, bovendien gevoelde hij zich menigmaal gekrenkt door de neiging, welke zijne gemalin voor de vrije gevoelens der Duitsche hervormers aan den dag legde.

De verhouding tusschen de koninklijke echtgenooten werd al koeler en koeler, vooral sinds Hendrik VIII op eene hofdame der koningin, Jobanna Seymour, verliefd was geworden. Hij bewees deze zelfs in tegenwoordigheid zijner gemalin oplettendheden, die niet altijd van onschuldigen aard waren.

Anna had vele vijanden. De geheime aanhangers van het pausdom vervolgden baar met een bitteren haat. Zij zagen met kwalijk verholen vreugde, hoe de koning haar zijne genegenheid onttrok, om die aan eene andere te schenken. Ten einde de breuk onherstelbaar te maken, boezemden zij den wantrouwenden en achterdochtigen man twijfel aangaande de trouw zijner gade in; zij betichtten baar van verboden omgang met meer dan één minnaar, zelfs met baar eigen broeder, den graaf van Bocheford, wiens gemalin, eene onverzoenlijke vijandin van Anna, ook tot haar ondergang samenspande en valsche getuigenis tegen haar atlegde.

In Januari 1536 bracht Anna een dooden zoon ter wereld. Alleen de hoop, dat Anna Hendriks hoogsten wensch vervullen en hem een zoon

Sluiten