Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dood van Jacobus V. Breaton en Arran. Maria van Guise regentes.

Europeesche landen en daardoor kon hel niet anders of ook hier moesten de uit Duitschland ingevoerde geschriften der hervormers een diepen indruk maken. Het aantal der ketters groeide binnen korten lijd sterk aan, hoewel de aanhangers van Luther in Schotland bloedig vervolgd werden en vele ketters op den brandstapel hun leven moesten laten.

De kerkelijke hervorming, door Hendrik VIII in het naburige Engeland ingevoerd, moest natuurlijk op den voortgang der hervorming in Schotland een krachligen invloed uitoefenen. Koning Jacobus V zou zich wellicht, op het voorbeeld van Hendrik, van de katholieke kerk losgescheurd hebben, indien hij. evenals de Engelsche koning, de macht bezeten had om zich van de kloostergoederen meester te maken.

Doch dit was niet het geval. De opheffing van de kloosters en geestelijke gestichten zou alleen den buitendien reeds overmachtigen edelen ten ^oede bekomen zijn. Koning Jacobus V gaf daarom volgaarne gehoor aan den aandrang der geestelijkheid; hij wees den voorslag van Hendrik VIII om zijn voorbeeld Ie volgen, van de hand en verhoogde daardoor nog de reeds tusschen de beide vorsten bestaande spanning, die weldra aanleiding gaf tot een oorlog, waarin Jacobus V den dood vond.

Door den dood des konings werd de in Schotland reeds heerschende verwarring nog vermeerderd. Jacobus' dochter en erfgename, Maria Stuart, was nog een klein kind, voor hetwelk een regentschap aangesteld moest worden. De meeste aanspraak op dat regentschap had zonder twijfel de koninginweduwe Maria van Guise, doch zij was eene vreemde, aan wie de hooghartige Schotsche edelen zich niet wilden onderwerpen. Tusschen twee mannen, die beiden aan het hoofd eener machtige partij stonden, ontbrandde de strijd' om de heerschappij. De kardinaal Beaton (Bethune), die onder Jacobus V aanzienlijke staatsambten bekleed had. legde een testament des koniivs over, waarbij het regentschap en de voogdij aan hem werden opgedragen" Doch' het grootste deel des adels verklaarde, dat het testament vervalscht was en plaatste Jacob Hainilton, graaf van Arran, een bloedverwant van hel koninklijk huis, aan het hoofd der regeering.

De koningin-weduwe begunstigde den kardinaal Beaton, die een vriend van hare broeders, de Fransche hertogen van Guise, was. Aan zijne zijde schaarde zich ook de streng katholieke geestelijkheid, dewijl de graaf van Arran zich toegevend beloonde jegens de protestanten en daarom van keltersche gevoelens verdacht werd.

Beaton en zijne partij waren natuurlijk gestemd voor een bondgenootschap met Frankrijk, terwijl Arran met Hendrik VIII van Engeland verstandhouding aanknoopte en het plan eener echtverbintenis van den Engelschen troonopvolger. Eduard. met Maria Stuart in de hand werkte, waardoor Schotland en Engeland te eeniger lijd onder één hoofd zouden komen.

Zoo groot was in die dagen nog de volkshaat tusschen de Schotten en de Engelschen, dat vele vroegere aanhangers van Arran zich tegen hem verklaarden en den weifel moedigen man dwongen zijn woord terug te nemen. Toen hij in den daarop gevolgden oorlog met Engeland geene overwinningen wist te behalen, toen de Engelschen, hoewel zij ook geene duurzame voordeelen behaalden, toch het land op de vreeselijkste wijze verwoestten, "roeide de haat tegen hem, de vvensch naar een bondgenootschap met Frankrijk en de invloed van kardinaal Beaton sterk aan. Deze gebruikte haar om het met eiken dag dreigende gevaar van eene verbreiding der hervorming in Schotland door maatregelen van geweld af te weren. Hij vervolgde de ketters met zooveel wreedheid, dat de protestantsche partij meende, zich slechts door zijn dood voor een geheelen ondergang te kunnen beveiligen.

Beaton werd den Mei laiti vermoord. Zijn invloed ging op de koninginweduwe Maria van Guise over, die bewerkte, dat hare dochter Maria Stuart naar Frankrijk gezonden en daar opgevoed werd.

Sluiten