Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verdrag van Edinburg. Maria Stuart vertrekt naar Schotland.

de aankomst der koninklijke gevolmachtigden al' te wachten. Het had terstond de kerkelijke hervorming niet alleen krachtig aangeval, maar het was daarbij te werk gegaan met die dweepzieke onverdraagzaamheid, welke zoozeer in den geest viel van Knox en diens aanhangers. De vroeger vervolgde protestanten werden op hunne beurt vervolgers: het hooren en lezen van de mis werd verboden; de eerste overtreding van dit verbod werd met verlies van bezittingen, de tweede mei lichamelijke tuchtiging, de derde met den dood gestraft. De wetten betretlende de kerkinrichting en den eeredienst waren in overeenstemming met Calvijns democratische beginselen: eene strenge kerkelijke tucht werd ingevoerd en de verwoesting van de kloosters, kloosterkerken en kloosterbibliotheken, kortom van alle zetels der goddeloosheid en afgoderij — gelijk Knox ze noemde — thans bij de wet bevolen.

Zulke wetten maakten natuurlijk de verontwaardiging van het streng katholieke koninklijke echtpaar gaande. Maria Stuart sprak het openlijk uit. dat zij koningin van Schotland was en op haar lijd den Schotten hunne plichten wel zou leeren. Doch bij deze dreigende woorden moest zij het laten, dewijl haar de middelen ontbraken om daaraan door daden klein bij te zetten.

Maria Stuarts macht werd kort daarna op eene vreeselijke wijze geknakt: koning Frans II stierf in December 1560 en zijne weduwe kon in Frankrijk niet langer eenigen invloed uitoefenen. Zij werd door Catharina de Medici onderdrukt en achteruit gezet; het koninklijk hof, waar zij vroeger gevierd en gevleid werd, bood haar thans geene genoegens meer aan.

Maria's halfbroeder Jacob zocht haar in Frankrijk op; hij hield haar voor, dat hare tegenwoordigheid in Schotland tot handhaving van hare macht onvermijdelijk noodzakelijk was; ook de Guisen, hare ooms, waren van dit gevoelen, en drongen er bij haar op aan, dat ze naar Schotland terug zou keeren; alleen wanneer ze daar in persoon tegenwoordig was, kon zij aan de ketterij paal en perk stellen en haar land in den schoot der alleenzaligmakende kerk terugvoeren.

Het kostte Maria een zwaren strijd, het geliefde Frankrijk, waar zij den gelukkigsten tijd harer jeugd had doorgebracht, te verlaten. Toch zwichtte zij voor den aandrang harer bloedverwanten. Zij schreef aan koningin Elisabeth van Engeland en verzocht haar om een vrijgeleide naar Schotland.

Het antwoord bestond in een hotlelijken brief, waarin Elisabeth haar niet alleen vrijgeleide, maar zelfs de vriendelijkste ontvangst en een bondgenootschap aanbood indien Maria Stuart eindelijk het Edinburger verdrag wilde bekrachtigen en alzoo van hare aanspraken op den Engelschen troon afstand doen.

Hoe billijk deze eisch ook was, toch wees Maria Stuart dien toornig van de hand. Zij verklaarde tegenover den Engelschen gezant, dat zij eene koningin was, evengoed als Elisabeth, en zich dus geene voorschriften zou laten geven; dat zij zich niet in de binnenlandsche aangelegenheden van Engeland mengen zou, maar zeer goed wist, dat er daar genoeg ontevredenen waren, en dat zij ook zonder Elisabeths vrijgeleide wel naar Schotland zou weten te komen.

Deze dwaze bedreiging zou later bittere vruchten dragen; licht had zij die reeds terstond kunnen voortbrengen, want Elisabeth liet een eskader uitrusten, waarschijnlijk met het doel om het schip, waarop Maria Stuart zich naar baaikoninkrijk wilde begeven, op te vangen en de koningin van Schotland als gevangene naar Engeland te voeren. Doch dit plan werd verijdeld: Maria Stuart landde den I9C" Augustus ltiGl gelukkig aan de Schotsche kust.

STRECKFU8R. V.

38

Sluiten