Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maria Stuart en Elisabeth. Maria's eerste regeeringsmaatregelen.

heiü en nederbuigende goedheid, die den indruk maakte van goedertierenheid en lieftalligheid en haar soms eene persoonlijke hulde verwierf, waarnaar zij in het diepst harer ziel smachtte. Zij speelde met deze gevoelens, die voor Maria ernst waren. Maria bezat in hooge mate de bekorende inacht der schoone vrouw, die een geweldigen maar niet duurzamen hartstocht wekt. Voortdurend wordt zij geslingerd tusschen den wensch een echtgenoot Ie vinden, die hare belangen voorstaat en de opwellingen van haren hartstocht. Uit verhindert haar evenwel niet alle aandacht aan de regeeringszaken te wijden. Met gelijken ijver arbeiden de beide koninginnen in haren geheimen raad en slechts met mannen die haar volkomen vertrouwen bezitten. Elisabeth volgt meer de wijsheid van beproefde raadslieden, hoewel ook deze geen oogenblik zeker zijn van haar gunst en eene zware taak tegenover haar hebben. Maria wordt geslingerd tusschen volkomen overgave en I artsloehtelijken haat en stelt bijna altijd een onbeperkt vertrouwen in dengene die hare wenschen weet te voorkomen. Elisabeth weet haar tijd af te wachten : Maria is steeds onrustig en vol plannen. Ook Elisabeth is eens in het veld verschenen om in eene ure van gevaar den moed harer troepen te verlevendigen. Maria nam in persoon deel aan de kleine Schotsche veeten. Aan het hoofd van eene kleine schaar volgelingen zag men haar tegen den vijand optrekken, de pistolen aan den zadel."

Maria Stuarts latere lotgevallen hebben den dichters van bijna alle volken aanleiding gegeven haar tot de heldin van hunne gedichten, romans en drama's Ie maken , haar beeld is geïdealiseerd en met den heiligenkrans van hel martelaarschap omringd, doch bij hel licht van den fakkel der historie verdwijnt de dichterlijke glans, die haar omstraalt.

Schoon was ze, hoewel niet zoo schoon als de dichters haar beschrijven *), eene koorlijke brunette, die door de levendigheid van hare trekken en de zinlijke lust. die uit haar gelaat sprak, op velen een onweerstaanbare toovermacht uitoefende; doch deze schoonheid was niet voldoende om haar op den duur de liefde der ernstige Schotten te verzekeren. Aanvankelijk werd zij bij hare landing met gejuich begroet, door hare beminlijkheid won zij vele vrienden, en toen zij op raad van haar halfbroeder Jacob, dien zij tol graaf van Murray verheven had, alleen protestanten aan het hoofd der zaken plaatste, toen zij verklaarde, dat zij aan de besluiten van het parlement ten aanzien van den godsdienst niets zou veranderen, gaven de gematigde protestanten zich aan de zoetste verwachtingen voor de toekomst over; de dweepzieken onder hen lieten zich echter zoo licht niet tevreden stellen; zij verklaarden, dat men eene streng katholieke koningin nooit vertrouwen kon, dal zij hare beloften van verdraagzaamheid in het godsdienstige evengoed verbreken zou als de «bloedige" Maria dal in Engeland gedaan had.

Reeds in de eersle dagen na Maria's aankomst in Schotland ontstond er eene hevige beweging, toen de koningin in haar slol de mis wilde laten lezen. Het dweepzieke volk beriep zich op hel parlementsbesluit, dat het lezen en

*) Voii Raumer geeft ons van Maria Stuart Je volgende, zeker een weinig te zwart gekleurde beschrijving:

«Eene vergelijking van alle afbeeldingen van Maria in de koninklijke verzameling van kopergravures te Parijs doet ons zien, dat de latere langzamerhand gewijzigd, teederder eu liefelijker geworden zijn. Eene teekening van een tijdgenoot schenkt haar reeds in haar eerste jeugd eene koudere uitdrukking van gelaat dan men verwachten zou; de oogen zijn niet groot en het benedengedeelte van het gelaat loopt zeer spits toe. Zeker is het, dat Lodge in zijne «portraits of illustrious personages", Vol. II, te recht de dwaze wijze gehekeld heeft, waarop Chalmers geheel willekeurig eene beeltenis heeft samengesteld. Indien mijn geheugen mij niet bedriegt, dau gelijkt het door Lodge geleverde authentieke beeld op die teekening te Parijs. Zij was, volgens het bericht van een ooggetuige, ten dage van hare terechtstelling groot en sterk, had ronde schouders, een vleezig en breed gelaat, een onderkin, bruine oogen eu valsch haar."

38*

Sluiten