Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maria Stuart en Darnley.

dien had Elisabeth verklaard, dat Maria alleen op gunstige bepalingen ten aanzien der erfopvolging in Engeland kon rekenen, wanneer zij met hare toestemming in het huwelijk trad. Waarschijnlijk wenschte Elisabeth elk huwelijk van haar gehate mededingster te verijdelen; moeilijk kan men althans hare vele kuiperijen in deze zaak aan andere beweegredenen toeschrijven.

Nadat meer dan één huwelijksplan van Maria op Elisabeths tegenstand afgestuit was, stelde deze haar gunsteling, den graaf van Leicester, als gemaal aan de koningin van Schotland voor; Maria sloeg die echtverbintenis aanvankelijk op hoogen loon af; later, toen zij zich bereid verklaarde daartoe over te gaan, indien Elisabeth haar erfrecht op den Engelsclien troon erkende, trok deze hare toestemming in.

Een ander voorstel strekte om Maria aan haar neef, lord Darnley, uit te huwen. Ook deze vereeniging werd door Elisabeth eerst goedgekeurd, doch later heftig bestreden.

Darnley was zoowel aan het Schotsche als aan het Engelsche koningshuis verwant; hij bezat zelfs aanspraken op den Engelsclien troon, die niet waren weg te cijferen, want zijne grootmoeder was dezelfde zuster van Hendrik VIII, Margaretha, die ook de grootmoeder van Maria Stuart was. Zijn vader, graaf Lenox, bezat uitgestrekte goederen in Engeland *).

Darnley was een schoon, beminlijk jongeling van twintig jaar, die der zinlijke koningin van Schotland zeer goed beviel. Hij achtte het niet beneden zich, lot zeer afkeurenswaardige middelen de toevlucht te nemen om bij Maria Stuart op goeden voet te komen en zich van de Schotsche kroon meester te maken. O. a. riep hij de hulp in van een Italiaan, die bij de koningin in blakende gunst stond, van den beruchten David Rizio. Ook beloofde hij, dat hij overgaan zou tot den katholieken godsdienst, waartoe hij trouwens reeds vroeger eenige neiging had betoond.

Zoodra Elisabeth bemerkte, dat Maria Stuart inderdaad van plan was Darnley te huwen, verklaarde zij zich in overeenstemming met den Engelschen staatsraad tegen deze echtverbintenis; zij wilde niet dulden, dat Maria door een huwelijk met den katholieken kleinzoon van Margaretha Tudor hare aanspraken op den Engelschen troon zou versterken. Darnley's moeder en broeder werden in Engeland gevangengenomen, hij zelf en zijn" vader, de graaf van Lenox, ontvingen bevel om terstond uit Schotland naar Engeland terug te keeren, dewijl geen leenman zonder toestemming der koningin het land verlaten of een huwelijk sluiten mocht; maar dit bevel werd niet gehoorzaamd.

Ook hel Schotsche volk wilde van een huwelijk zijner koningin met Darnley niets weten; het was beducht voor diens katholieke neigingen; bovendien voelden de Schotsche edelen zich beleedigd door de gedachte, dat een Engelsch edelman — als zoodanig beschouwden zij Darnley, in weerwil van zijne verwantschap met het huis Stuart — over hen heerschen zou.

Zoolang het hart van Maria Stuart vrij geweest was, had zij uit staatkundige berekening zoowel op het goedvinden van Elisabeth als op den wensch harer edelen en van haar volk acht geslagen. Thans echter wilde zij het natuurlijk recht van iedere vrouw, om zelfstandig een echtgenoot te kiezen, handhaven. Zij beminde den schoonen jongeling, die in het bezit was van- alle uiterlijke voorrechten, welke een vrouwenhart kunnen winnen, en

*) Stamboom:

Margaretha, zuster van Hendrik VIII,

eerst gehuwd met koning Jacobus IV vau voor de tweede maal gehuwd met graaf

•Schotland. Angus.

Koning Jacobus I' van Schotland. Margaretha, gehuwd met Lenox, graaf Stuart.

Maria Stuart. Darnley.

Sluiten