Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Davisons dienstijver. Dood van Maria Stnart. Elisabeths wanhoop.

stil. Nieuwe samenzweringen Ie haren gunste werden gesmeed met medeweten van den Franschen gezant Aubespine, wien een aanhanger van Maria aanbood, Elisabeth Ie vermoorden.

Walsinghams ijverige waakzaamheid deed ecliler al deze samenzweringen mislukken; zij dienden slechts om Elisabelh Ie versterken in de overtuiging, dat alleen de dood van Maria Stuarl haar eigen leven redden kon. Waarschijnlijk heeft zij in die dagen tot hen, die haar omringden, wel eens den wensch uitgesproken, dat hare vijandin door een natuurlijken dood mocht worden weggenomen, zonder dal de voltrekking van het doodvonnis noodig was. Daaruit hebben hare vijanden de beschuldiging gesmeed, dal zij Maria's bewaker, Sir Amyas Paillet, bevolen heeft, zijne gevangene door vergif uit den weg te ruimen, doch dat zij van den rechtschapen puritein een scherp afwijzend antwoord heeft ontvangen. Raumer bewijst op onweerlegbare gronden, dal deze beschuldiging uit de lucht gegrepen is.

Met eiken dag drongen Elisabeths raadslieden ernstiger op het nemen van eene beslissing aan; juist de toerustingen van Philips II maakten een eind aan de aarzeling der koningin. Elisabeth onderteekende de volmacht tol uitvoering van het doodvonnis, doch zij gaf haar geheimschrijver Davison last, het papier le bewaren; alleen in geval van oproer of van de landing eener vijandelijke krijgsmacht op de Engelsche kust. moest het ter uitvoering gereed liggen.

Davison behoorde tot de overdreven ijverige koningsdienaars; hij meende Elisabelh een dienst te bewijzen door haar bevel te overtreden. Zeker was het, dat de koningin den dood van hare vijandin wenschte, al kon zij ook niet besluiten, daartoe rechtstreeks het bevel le geven. Ten einde zelf van de verantwoordelijkheid ontslagen te zijn, overhandigde Davison de hem toevertrouwde volmacht aan lord Burleigh en den 3'" Februari 1587 besloten Elisabeths raadslieden, het doodvonnis op hunne eigen verantwoording te doen voltrekken; zij gaven de volmacht over aan de graven van Shrewsbury, Kent, Derby en Gumberland, met het bevel lot de voltrekking van het doodvonnis over le gaan.

In den avond van den 7'" Februari 1587 ontving Maria Sluart liet bericht, dal zij den volgenden dag sterven moest. Zij legde eene bewonderenswaardige gelatenheid aan den dag. Sinds lang was zij op den dood voorbereid en zij had besloten, als koningin te sterven. De enkele uren levens, die haar nog restten, besteedde zij om haar vermogen onder hare trouwe dienaars te verdeden en afscheid van hen le nemen. In koninklijken dos, met de rozenkrans in de hand en het crucifix op hare borst trad zij de groote zaal te Fotheringhay binnen. waar eens de vierschaar over haar gespannen was en waar zij thans sterven moest. De bijstand van een katholieken priester was haar wreedelijk geweigerd; dien van een protestantsch geestelijke, welken men haar wilde opdringen, wees zij van de hand. Haar laatste woord, toen zij het hoofd op het blok legde, was: »In uwe handen beveel ik mijn geest!"

«Zoo mogen alle vijanden van Elisabelh sterven!" riep, toen na herhaalde slagen hel hoofd van Maria Sluarl viel. de dweepzieke proteslantscbe geestelijke, Flelcher, uil en de graaf van Kent stemde met dien uitroep in. Doch de overige getuigen van liet treurige schouwspel zwegen ontzei stil. Niet alleen de trouwe dienaars der overledene weenden, ook in het oog van vele anderen blonken tranen. De dood had als het ware de zonden der koninklijke zondares verzoend en hare standvastigheid te midden der grootste rampen roerde zelfs bare bitterste vijanden; alleen het hart van den deken werd daardoor niet verleederd.

Toen Elisabelh vernam wal er te Fotheringhay was voorgevallen, was zij builen zich zelf van schrik en verontwaardiging. Zij weende en klaagde luid. Nooit — verklaarde zij — zou zij hare toestemming tot de voltrekking van het doodvonnis gegeven hebben, alleen een inval van Spaansche troepen in Engeland ot een opstand zou haar die hebben afgedwongen. Deze verklaring

Sluiten