Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Elisabeth van huichelarij beschuldigd.

legde zij ook aa:i den Fransclien gezant af en aan Jacobus VI van Schotland schreef zij een brief, die van de diepste zielesmart geluigde.

Elisahelhs raadslieden, zelfs de trouwe eu onmisbare Burleigh,doorleefden bange dagen; zij dreigde hun, dat zij hen wegens hunne eigendunkelijke handelwijze liet hoofd voor de voeten zou laten leggen en slechts met moeite konden zij hunne gebiedster weer lot kalmte brengen. Doch Davison moest het volle gewicht van haar toorn ondervinden; hij werd in hechtenis genomen en veroordeeld tot eene geldboete, die hem tot den bedelstaf bracht.

Elisahelhs vijanden noemen ook hare smart en haar toorn over Maria Stuarts dood vertooning en huichelarij. Zonder twijfel is die beschuldiging valsch. Elisahelhs voortdurende weifeling leert ons klaar als de dag, hoe weinig zij geneigd was het doodvonnis te doen voltrekken. Zij wierp een profetischen blik in de toekomst; zij wist maar al te goed, dal de dood van Maria Stuart eene onuitwischbare smet op hare regeering werpen zou.

En zoo is het ook geschied ! Tol op dezen dag is de groole meerderheid der geschiedschrijvers van alle volken nog doordrongen van de overtuiging, dat eene koningin niet terechtgesteld mag worden, gelijk andere mensclienkinderen. De overspeelster Maria Sluart, de moordenares van haar echtgenoot, de medeplichtige aan een groot aantal samenzweringen en oproeren heeft hare vurige verdedigers gevonden. Zelfs velen van hen, die geloof slaan aan hare schuld, brandmerken Elisabelh wegens dit doodvonnis.

Maar indien ooit de voltrekking van een doodvonnis — den geest dier tijden, waarin niemand nog aan de afschaffing van de doodstraf dacht, in aanmerking genomen — gerechtvaardigd worden kan, dan is het zeker deze. Geen der andere doodvonnissen, welke Elisabeth aan hare onderdanen óf wegens hoogverraad óf wegens hunne godsdienstige overtuiging voltrekken liet, was zoo rechtvaardig als dit van Maria Stuart en toch wordt der Engelsche koningin juist deze uitoefening van hare rechten als het grootste misdrijf voor de voeten geworpen, hoewel het buiten haar weten en tegen haar wil plaats had.

Friedrich von Raumer besluit zijn meesterlijke schildering van het proces en van de terechtstelling met de volgende woorden:

»Voor de meening, dat Elisabelh jarenlang een onwrikbaar volgehouden stelsel van huichelarij tegenover Maria Sluart in toepassing gebracht zou hebben, dat bovenal ten slolle hare verbazing en hare smart slechts gelogen zouden zijn geweest,'vinden wij noch gronden noch bewijzen. Steeds noemde zij Maria hare vijandin, en trachtte zij de veiligheid van haar persoon en van haar rijk zooveel mogelijk Ie verzekeren. Eene ernstige aanklacht Ie gronden op de omstandigheid, dat Elisabeth in meer dan een brief Maria hare «lieve zuster noemt, is even dwaas als wanneer men oorlogvoerende koningen, die elkaar in den kanselarijstijl toch «broeders" noemen, van huichelarij beschuldigen wilde. Vooral schijnt het ons zeer natuurlijk, dat Elisabeth bij de beslissende vraag over hel leven en den dood van Maria weifelde, dat zij wilde en niet wilde, wenschte en terugdeinsde, dat zij vóór de uitvoering van het doodvonnis bezorgdheid en afkeer van Maria koesterde, na baardood smart en ontzetting gevoelde. Om een tegenovergesteld gedrag Ie verklaren, zou men bij Elisabelh niet slechts een volslagen gebrek aan gevoel, maar ook aan verstand en oordeel moeten onderstellen. Onbillijk is het voorts, wanneer bijna altijd alle schuld op Elisabelh geworpen wordt, terwijl men geen gewag maakt van de dagelijks aangroeiende gevaren waarin Maria Elisabeth bracht en bijna verzwijgt, dat het parlement meer dan eens eenparig en dringend het ter dood brengen van Maria Sluart geëischl had. Spreekt uit deze houding van hel parlement ook eene groole hartstochtelijkheid, wij mogen niet vergeten, dat zij veroorzaakt was door hen, die het vermoorden van Elisabeth voor een verdienstelijk werk verklaarden. Ongetwijfeld is deze, van welken kant men de zaken ook beschouwe, veel minder

Sluiten