Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opstand in Zweden.

verlaten, ontving Christiaan II Carlstadl bij zich, deze vertoefde en predikte in het jaar 1521 vele maanden in Denemarken. Vele kerkelijke misbruiken werden afgeschaft, de scholen werden verbeterd en een aantal goede wetten tot hervorming van de kerk uitgevaardigd.

Ten einde de geestelijken van hunne macht en hun rijkdom te berooven, verbood de koning hun, handel te drijven, dwong hij hen om voor hel wereldlijke gericht te verschijnen en stond hij alleen aan gehuwde geestelijken het bezit van landerijen toe.

Dat de koning door zulke weiten de geestelijkheid des lands en den paus tol zijne onverzoenlijke vijanden maakte, spreekt vanzelf; des te dwazer was het daarom van hem. dal hij niet op den ingeslagen weg bleef voortgaan, maar pogingen aanwendde om zich weer met den paus te verzoenen. Toen deze hem met de zwaarste kerkelijke straffen liel bedreigen, omdat hij bij de voltrekking van het banvonnis binnen Stokliolm zijne volmacht verre overschreden had en onschuldige bisschoppen ter dood had laten brengen, schoof hij eensklaps alle schuld van het Slokholmsche bloedbad op zijn raadsman Slaghök.

Christiaan had Slaghök mei gunst- en eerbewijzen overladen, en hem zelfs eigendunkelijk, zonder voorkennis der stiftsheeren , tot aartsbisschop van Lund verheven; thans liet bij hem, in Januari 1522, wegens hel bloedbad Ie Slokholm van halsmisdaad aanklagen, ter dood veroordeelen en in tegenwoordigheid van den pauselijken gevolmachtigde verbranden. Bovendien trok hij meer dan eene wet, ten gunste der hervorming uitgevaardigd, weder in, zonder dat hij hierdoor echler paus Adriaan VI verzoenen kou.

Even wispelturig en onverstandig gedroeg Christiaan II zich ten aanzien der burgerlijke wetgeving. Op raad van Siegbril poogde hij den burger- en boerenstand op te bellen. Hij beperkte de rechten des adels tegenover de boeren, wier drukkende lijfeigenschap hij verlichtte, den welstand der burgers poogde hij te vermeerderen door den landeigenaars en handwerkslieden te verbieden, hunne waren en voortbrengselen aan vreemde handelaars te verkoopen; hierdoor wilde hij den bloei van Denemarkens handel bevorderen! Met hetzelfde doel — beperking van de macht des adels en verbetering van het lot der andere volksklassen — vaardigde hij nog een aantal wetten uit, waarvan sommige zeer wel gemeend en enkele zelfs zeer doeltreffend waren, doch die over het geheel, dewijl daarbij geen acht geslagen werd op de heerschende zeden en op eeuwenoude rechten, bij den in zijne voorrechten gekrenklen adel de grootste verbittering verwekten, zonder aan den anderen kant de burgers en boeren volkomen Ie bevredigen, dewijl de nieuwe rechten, hun verleend. gepaard gingen met een aantal beperkingen van eigendom en verkeer.

Ook de hansesteden werden door Christiaans wetten slerk benadeeld; bovenal was dit het geval met Lubeck. daar de koning in stilte het plan koesterde, om deze stad met de hulp des keizers van Denemarken afhankelijk te maken. Den ergsten en gevaarlijkslen vijand haalde Christiaan zich eindelijk op den hals door zijne houding tegenover zijn eigen oom, hertog Frederik van Holstein, wien de hertogdommen Holslein en Sleeswijk volgens het testament van Christiaan I waren ten deel gevallen. De Deensche koning wist namelijk van zijn zwager Karei V. dien hij in 1521 in de Nederlanden bezocht, de leenheerlijke rechten over Holslein Ie verkrijgen. Hertog Frederik meende — en zeker niet ten onrechte — dat zijn neef van plan was, Holstein geheel met Denemarken te vereenigen, bij duchtte het verlies van zijn hertogdom eu was van nu af tot eiken vijandelijken slap tegen Christiaan bereid.

Zoo had de koning in den loop van enkele jaren het aantal zijner vijanden op eene schier ongeloofelijke wijze doen aangroeien: zijne macht rustte slechts op zeer wankele grondslagen. Het eerst verloor hij Zweden, waar een opstand tegen hem uitbrak, die ons weldra zal bezig houden.

Tot onderdrukking van den opstand in Zweden behoefde Christiaan II

Sluiten