Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zegenrijk bestuur van Christiaan IV.

Ftederik II stierf den i"' April 1588; hij werd opgevolgd dooi' zijn elfjarigen zoon Christiaan IV (1588—1648). De rijksraad benoemde gedurende zijne minderjarigheid een raad van regentschap. In het jaar 1596 nam Christiaan IV zelf liet bewind in handen, nadat hij, evenals zijne voorgangers, een verkiezingsverdrag had onderteekend, waarbij de adel in het bezit zijner aloude voorrechten bevestigd werd.

(.hristiaaii IA was een kundig, talentvol, werkzaam man. Door zijne vroolijkheid, voorkomendheid en berninlijkheid won hij zich vele vrienden. Zeil zeer ontwikkeld, beschermde hij wetenschap en kunst, doch tevens was bij er onophoudelijk op bedacht, de macht der kroon tegen inbreuk van de zijde des adels te beveiligen. Zijne eerzucht en zijne ruslelooze werkzaamheid deden hem soms plannen ontwerpen, welker uitvoering zijne krachten te boven ging. Ook \olgde bij hem licht eene zekere moedeloosheid op den aanvankelijk betoonden ijver. In weerwil hiervan mag de onpartijdige geschiedschrijver hem liet getuigenis niet onthouden, dal hij lol de voortreffelijkste koningen van Denemarken behoort.

Dat Christiaans denkbeelden in menig opzicht zijn lijd vooruit waren, loonde hij in een oorlog tegen Zweden, die door een twist over de grenzen van Lapland en door andere geschillen veroorzaakt was. Toen de fortuin den Denen gunstig was, noodigde Karei IX van Zweden Christiaan IV lot een tweegevecht uit. Deze antwoordde barsch maar geestig: »])e konin<r zou heter doen. zoo hij achter de warme kachel ging zitten en een goed geneesheer nam, om zijn hersengestel weer in orde te brengen." De vrede van Sioiüd maakte in Januari 1613 een eind aan dezen oorlog ten gunste van J)enemarken. Zweden moest alle aanspraken op Noorwegen en Lapland opgeven en I 1,750,000 aan oorlogskosten betalen. Voor het oveiige werden de bepalingen van den vrede van Stettin bekrachtigd.

Zoowel deze oorlog legen Zweden als s konings zucht om tegenover den adel eene groolere macht te bezitten waren oorzaak, dat het eerste staande tegei in Denemarken opgericht werd. Aijf duizend kroonboeren werden aangeworven, op Duitsche wijze gekleed en bezoldigd en in de steden bij de burgers ingekwartierd; 1500 matrozen, die in dienst bleven, vormden de kern van eene bemanning der vloot.

Aan de bevordering van handel en nijverheid wijdde Christiaan IV zijne onvermoeide zorgen; hij stichtte de handelssteden Glückstadt en Christiania ;op ue plaats van het oude Opslo), voerde een regelmatiger! postdienst in en poogde door de oprichling van Ooslindische, Groenlandsche en IJslandsche handelsvereenigingen den overzeeschen handel tot een hoogeren trap van bloei op Ie voeren. Mei dit doel beperkte hij ook de macht der hanse. Die handelsvereenigingen gingen intusschen weder te niet, daar de Deensche handel nog niet genoeg ontwikkeld was voor zulke belangrijke ondernemingen.

Niet minder liefde koesterde Christiaan IV voor de wetenschappen. Hij breidde de universiteit te Kopenhagen en de daar gevestigde bibliotheek uil legde een kruidtuin en eene sterrenwacht aan en beschermde de studiën.

Doch ondanks 's konings ingenomenheid met kunst en wetenschap, lieten de beschaving en de zedelijkheid aan het hof nog veel te wenschen over. Het hot en de adel legden vooral hij de gebruikelijke drinkgelagen een ruwheid aan ueii dag, die door de overdreven Fransche weelde niet verzacht, maar des te stuitender gemaakt werd. Op schitterende bolleesten, als ringsteken fakkeldansen, toneelvoorstellingen, enz. volgden de meest ongebonden slemppartijen. O. a. verhaalt een lid van het Fransche gezantschap, daf op de bruiloft van prinses Magdalena vau Saksen met Christiaans oudsten zoon, ware zeeën van wijn en bier 111 de zalen, vertrekken en voorkamers stroomden; op de trappen en op vele andere plaatsen stonden kuipen, waarin men het afvloeiende vocht opving. Van deze kuipen maakten de beschonken gasten op eene hoo«'st onbetamelijke wijze ook tot andere doeleinden gebruik.

Sluiten