Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eerste overwinning der opstandelingen.

vluchteling spoedig in, zij (rollen hem aan bij de grenzen van Noorwegen en brachten hem naar Mora terug.

Thans had Gustaaf hel doel zijner wenschen bereikt. De aanzienlijkste en machtigste boeren uit alle naburige kerspelen verzamelden zich te Mora, zij benoemden Guslaaf tot »heer en hoofdman der gemeenen van het Zweedsche rijk ; 16 flinke mannen werden hem tot eene lijfwacht gegeven; eenige honderden jongelieden, die zijn voetvolk genoemd werden, maakten de kern uit van het leger, dat hij vormen wilde.

Weldra groeide het getal zijner aanhangers aan. De Daalboeren, zoo noemde men bij voorkeur de bewoners der hooger liggende kerspelen aan de buide armen van de Dal-elf, zwoeren hem trouw; hetzelfde deden in februari 1521 de bergbewoners vau den Koperberg, nadat Gustaaf op een tocht naar Tahlun den machtigen bergvoogd Christollel Olsson overvallen en gevangengenomen had.

Meesterlijk verstond hij de kunst om de ruwe volksmassa te leiden, door aan den eenen kant hunne vaderlandsliefde aan te vuren, maar ook aan den anderen kant hunne hebzucht te bevredigen. Zoowel de aan de kroon loebehooreilde belastinggelden, welke bij te Tahlun buit gemaakt had, als de aan Deensche kooplieden toebehoorende waren verdeelde hij onder zijne lieden.

Gustaaf was onvermoeid werkzaam. Hij spoedde zich naar Gestrikland, 0111 ook daar het volk tot opstand te bewegen, en ook hier zwoeren de burgers en boeren hem trouw, terwijl in zijne afwezigheid hel door hem achtergelaten leger der Daalmannen de eerste overwinning op de Denen behaalde.

Guslaal 1 coIle had met de Deensche bisschoppen en eenige Deenschgezinde edelen tot onderdrukking van den opstand eene troepenafdeeling van (iOOi) man te voet en te paard bijeengebracht. Hiermede rukte hij naar de Ual-ell op en legerde zich bij hel Brunnbacks veer; aan de andere zijde van den stroom stonden de Daalmannen.

De kroniekschrijver verhaalt, dat bisschop Beldinacke den aanwezigen Zweedschen heeren vroeg, hoevele weerbare mannen het land aan deoverznde op zijn hoogst tellen kon. «Twintigduizend man," was het antwoord. «Welk voedsel vroeg luj verder, «kunnen zoovele menschen daar vinden?" Toen hem geantwoord werd, dat het matige volk geene lekkere spijzen verlangde, maar tevreden was met water en uit boomschors gebakken brood, verklaarde hij: «menschen, die hout eten en water drinken, kan de duivel niet bedwingen veel minder een ander. Broeders, laat ons wegtrekken!" De Denen wilden dien raad opvolgen, maar zij werden door de Dalecarliërs overvallen en jammerlijk op de vlucht gedreven.

De Daalmannen waren niet weinig trotsch op hunne zegepraal; nog lieden ten dage bezingen hunne nakomelingen haar in een oud volkslied! waarin Lhristiaan II, «Christiaan dè bloedige vilder," genoemd wordt.

Dit eerste voordeel was beslissend. Binnen ongeloofelijk korten lijd groeide Itians het leger der opstandelingen aan, doch het had gebrek aan alles, zoowel aan goede wapenen als aan geld. De Daalmannen hadden geen schietgeweer, maar alleen aksten, bogen en pijlen, korle pieken en slingers; van orde en krijgstucht wisten zij niets. Toch gelukte het Gustaaf uil die ongeoefende boeren een leger le scheppen.

In de eerste plaats zorgde hij voor eene betere wapening, zoo goed als dit gaan kon; de pijlen werden volgens zijne aanwijzing op doeltreffender wijze gesmeed, hel voetvolk ontving lauge speeren. ten einde de aanvallen der ruiterij te kunnen afweren. Hij oefende zijne manschappen in de behandeling der wapenen en leerde hen in gesloten gelederen strijden. Eene strenge krijgstucht werd ingevoerd, op de minste ongehoorzaamheid stond de doodstraf. len einde in hel gebrek aan geld te voorzien, liet Gustaaf uit koper, met een weinig zilver vermengd, munten slaan, die aan de voorzijde het beeld van

Sluiten