Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rijksdag te Strengnas. Gustaaf Wasa koning van Zweden.

zijner beloften van genade en verschooning, waarmee hij anders volstrekt niet spaarzaam was.

Gustaaf zette intusschen de belegering van Stokholm voort. Hiertoe ontving hij thans ook de hulp van de stad Lubeck, namelijk tien schepen en 900 man troepen. De Lubeckers gebruikten gaarne deze gunstige gelegenheid om zich in den Deensch-Zweedschen strijd te mengen, ten einde voor hun handel voordeden te verwerven. Zij richtten echter zoo weinig mogelijk uit, zoodat de belegering slechts langzaam vorderde. Twee jaren duurde zij reeds en zelfs toen tegen het einde van April 1523 het verrassende bericht uil Denemarken aankwam, dat koning Christiaan II met zijne schatten uit zijn land gevlucht was. gaf de hoofdstad zich nog niet over.

Ten einde de zaken des rijks voor goed te regelen, riep Gustaaf, terwijl zijne troepen Stokholm nog belegerden, een rijksdag te Strengnas bijeen. Hij wist wel, dat de stenden in het geheele land eenparig wenschten, dat Zweden weer een koning hebben zou, en dat na de vlucht van Christiaan II hunne keus op hem alleen vallen kon, maar hij was slim genoeg om zich lang te laten smeeken, eer hij de kroon aannam. Eerst toen de invloedrijkste edelen hem met tranen in de oogen te voet vielen, gaf hij toe. Den 7™ Januari 1523 ontving hij den eed van trouw en beloofde hij Zweden overeenkomstig de bestaande wellen te zullen regeeren.

Dezelfde rijksdag Ie Strengnas, die aan Gustaaf de koningskroon schonk, was tegelijk getuige van zijne diepe vernedering. Op Irolschen, barschen loon eischten de gezanten der stad Lubeck van hem de betaling van geldelijke voorschotten, welke zij hem gedaan had en vergoeding voor haar zeer weinig beteekenenden bijstand hij de belegering van Stokholm. De Lubecker raadsheeren verklaarden ronduit, dal hunne stad met den opvolger van Christiaan II. koning Frederik van Denemarken, reeds vrede gesloten had en hem voorwaardelijk hare hulp tol herovering van Zweden toegezegd had. Thans eischten zij betaling van de verschuldigde gelden of een verdrag, waarbij hun een vast bondgenootschap met Zweden en algeheele vrijheid van handel zonder eenigen tol door het gansche land toegestaan werd. Geen vreemde koopman mocht in 't vervolg zich in hel land vestigen, zelfs den Zweedschen kooplieden moest alle handel behalve met de hansesleden verboden worden.

Dil vernederende verdrag moest Gustaaf wel sluiten, want hij had geen geld om de trotsche hansealen te betalen en hij durfde hen niet tot zijne vijanden maken.

Kort na Guslaafs verheffing tol koning, den 20'" Juni 1523, gaf Stokholm zich eindelijk over; daarop werd ook het slot van Calmar ingenomen en nog voor het einde van het jaar werd Finnland lot onderwerping gebracht. Gustaaf Wasa was thans, voorloopig van buitenlandsche vijanden ontslagen, koning van hel geheele Zweedsche rijk.

Sluiten