Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEE EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

Zweden. Johau III. Zijn karakter. Begunstiging van den adel. Slechte regeering. Oproeren. Johans neiging tot het katholicisme. Sigismunds opvoeding. Sigusmund tot koning van Polen verkozen. Oorlog met Rusland Treurige toestand van Zweden. Dood van Johan III. Koning Sigismund. Zijn karakter. Karei van Südermannland rijksbestuurder. De kerkvergadering te Upsala. Sigismund in Zweden. Oneenigheden tusschen den rijksbestuurder, den rijksraad en den koning. Rijksdag te Süderköpiug. Pogingen tot uitroeiing van het katholicisme. Karei doet afstand van zijne waardigheid. Kijksdag te Arboga. Slag bij het Stangebro. Verdrag van Liuköping. Woordbreuk en vlucht des koniugs naar Polen. W n'edheid van hertog Karei. Proces der rijksraden. Erich Goransson Tegel. Sigismund afgezet en Karei verkozen. Karei IX en het verdrag van Norköping. Oorlogen met Polen, Ruslaud en Denemarken. Voorspoedige regeeriug va . Kare). De boerenkrijg. Dood van Karei IX.

De beide broeders Johan en Karei hadden zich gedurende den opstand legen koning Erich gemeenschappelijk laten huldigen. De derde broeder, hertog Magnus, kwam niet in aanmerking, dewijl hij reeds gedurende Erichs regeering krankzinnig geworden was.

Na Erichs onttroning begeerde het volk, dat de koninklijke macht weer in ééne hand vereen igd zou worden; de rijksraad droeg haar op aan Johan, de stenden bekrachtigden dat besluit en Karei, hoewel ontevreden, wijl zijn broeder de vruchten van den opstand alleen inoogstte, moest het zich wel laten welgevallen, dat Johan koning werd; iulusschen genoot hij in zijn hertogdom eene grooter male van onafhankelijkheid dan vroeger.

Johan III onderscheidde zich niet door uitstekende geestesgaven. Hij had wel \eel geleerd — Inj sprak Duitsch, Engelsch, Ilahaansch. Poolsch en Latijn en was niet onervaren in hel Fransch en het Grieksch — maar zijne kennis miste alle mogelijke orde en grondigheid. Hij wilde gaarne voor een krachtig vorst doorgaan, maar was niets anders dan eigenzinnig en heftig. Tegenover Erich legde hij dikwijls eene groote mate van wantrouwen en willekeur aan den dag, hoewel hij niet zoo wreed was als zijn halfwaanzinnige broeder.

Met de hulp der edelen had hij Erich van den troon gestooten. De hoeren en burgers dachten voor een deel nog met ingenomenheid aan dezen vorst, dien zij den vijand des adels noemden; daarom moest Johan. althans zoolang Erich leefde, steun zoeken bij de edelen, om zijne macht te versterken. Hij breidde hel aantal graven en vrijheeren uil en schonk den adel belangrijke voorrechten.

Wekte hij reeds hierdoor het misnoegen der boeren en burgers op, dit misnoegen werd nog verhoogd door vele andere slechte regeeringsmaatregelen, door zijne kostbare bouwwerken, waaraan hij groote schatten verkwistte, door de invoering van eene slechte munt, door wanorde in het bestuur en door vele willekeurige verordeningen, die het volk een zwaren last oplegden. Doch het meest maakte hij zich bij zijne onderdanen, in wier gemoed de hervorming

Sluiten