Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rijksdag te Siiderköpin<*.

verliet hij Slokholm, om naar Polen terug Ie keeren. Hij hoopte, dat hertog Karei in zijne afwezigheid de liefde des volks verliezen en zich de aanzienlijkste Zweedsche edelen tot vijanden maken zou. Met dit doel vaardigde hij na zijne terugkomst in Polen een aantal sluw berekende verordeningen uit. De regeering droeg hij op aan den hertog in vereeniging met den rijksraad; maar dezen werd het jecht ontzegd om zonder s konings toestemming wetten uit te vaardigen of een rijksdag hijeen te roepen. In de provinciën werden de aanzienlijkste Zweedsche edelen tot stadhouders aangesteld. Zij waren geheel onafhankelijk van Karei en moesten alleen de onmiddellijke bevelen des konings opvolgen.

Voeger of later moest het lot oneenigheden lussclien hertog Karei, den rijksdag en de stadhouders komen; dat voorzag Sigismund zeer goed. Maar ook de hertog begreep dit terstond en hij was volstrek! niet geneigd om zich aan den wil van zijn neef te onderwerpen. Nadat hij met Rusland een niet onvoordeeligen vrede gesloten en zich daardoor nieuwe aanspraken op de liefde des volks verworven had. verklaarde hij, dat Sigismunds voorschriften omtrent den regeeringsvorm onuitvoerbaar waren en dat er een rijksdag moest worden samengeroepen, om in het regeeringsbeleid op doeltreffende wijze te voorzien. Hiertegen verzette zich de rijksraad, die, beducht voor zijne eigen macht, zich thans aan de zijde des konings schaarde; zijne leden weigerden de oproepingsbrieven te onderteekenen. Doch Karei voerde den rijksraden te gemoet: »Gij moet onderteekenen en zelf mede naar den rijksdag trekken; indien gij het niet goedschiks wilt doen, zal ik u gebonden daar heen laten brengen !"

Nu onderteekenden de rijksraden de oproepingsbrieven.

Den 20'" Oclober verscheen Karei voor de te Suderköping bijeen¬

geroepen stenden. Hij verklaarde, dat hij niet langer het bewind wilde voeren, indien hij niet met den titel ook de macht van een rijksbestuurder ontving. In de eerste plaats wendde hij zich met zijne toespraak lot de lagere volksklasse en toen deze zijne woorden met gejuich begroette, tot den adel, de geestelijkheid en de leden van den rijksraad. Allen moesten hem gehoorzaamheid zweren. De rijksdag bekrachtigde de vroegere wetten omtrent den godsdienst en versterkte die nog door de bepaling, dat alle katholieken binnen zes weken Zweden moesten verlaten. Elk beroep op den koning van Polen werd verboden, geen koninklijk bevel mocht afgekondigd worden, voordat het door den hertog bekrachtigd was.

Ten gevolge van het besluit van den rijksdag werd een algemeen gerechtelijk onderzoek in geheel Zweden bevolen, ten einde de overblijfsels van het pausdom uit te roeien. Dit leidde tol merkwaardige uitkomsten; het bleek, dal onder hel volk nog eene hoogst treurige ruwheid van zeden heerschte, dal het voor een deel zelfs nog oude heidensche goden aanhing: Odin werd nog in menig dorp vereerd. Bijzonder treurig was het met de scholen en met den eeredienst in vele afgelegen streken gesteld; doch dit was niet meer dan natuurlijk, daar de meest zedelooze personen geestelijke ambten bekleedden. Van één hunner werd bewezen, dat hij een aantal moorden en andere misdaden bedreven had en, hoewel dit aan de gemeente bekend was, bleef hij toch zijn ambt bekleeden. De aartsbisschop Abraham Angermann wendde krachtige middelen aan om eene betere kerkelijke tucht in te voeren. Hij liet afgodendienaars, geheime katholieken en weerspannige geestelijken met roeden geeselen, met ijskoud water overgieten en op water en brood gevangen zetlen. Ot deze bekeeringsmiddelen eene krachtige uitwerking gehad hebben, welen wij niet. Zeker is hel, dat de aartsbisschop daardoor grooteontevredenheid verwekte. Zelfs de strenge hertog Karei, die anders niet voor geweldige maatregelen terugdeinsde, sprak zijne afkeuring daarover uil en zeide, dat Abraham Angermann bij zijne zoogenaamde kerkhervorming als een beul, niet als een aartsbisschop te werk ging en daardoor veel onrust in hel land verwekte.

Sluiten