Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Huwelijk van Gustaaf Adolf. Oorlog met Polen. Inneming van Pillau.

om zelf naar hare hand Ie dingen, Axel Oxensljerna haalde eindelijk de bruid voor hem af. Den 28"" November 1620 werd de bruiloft le Slokholm gevierd.

De oorlog met Polen, die meer dan eens door een wapenstilstand afgebroken was, barstte in het jaar 1621 op nieuw uit. Gustaaf Adolf stelde zich in persoon aan het hoofd van het leger en begon zijne krijgsbedrijven met de belegering van Riga. Nadal hij zes weken voor deze belangrijke stad gelegen had, trok hij haar den 16en September als overwinnaar binnen. De mensenlieveudheid en zachtmoedigheid, welke hij na de inneming aan den dag legde, verwierven hem evenveel bewondering als de dapperheid, welke hij voor dien tijd betoond had. Menigmaal was hij zelf met de spade in de hand in een loopgraaf werkzaam geweest, aan alle mogelijke gevaren had hij zich blootgesteld, en nooit er aan gedacht, zijn leven te ontzien. Vele personen weiden onmiddellijk naast hem doodgeschoten, zoodat het bloed der gesneuvelden zijne kleederen bespatle.

Van Riga trok Gustaaf Adolf naar Koerland. Een der hertogen van dit gewest had zijne hulp ingeroepen, terwijl de overigen den Polen trouw waren gebleven. Koerland en geheel Lijfland werden veroverd; Gustaat Adolf drong

tol in Lithauen door.

Na deze verovering ging de koning van nog stouter plannen zwanger; reeds wendde hij zijne blikken naar Duitschland, waar zoowel staatkundige als godsdienstige belangen hem trokken. Hel Habsbiirgsche huis was door godsdienst en bloedverwantschap nauw met Gustaat Adolfs vijand, koning Sigismund van Polen, verbonden. Sigismund was een zwager vau Philips III van Spanje en vin keizer Ferdinand II. De katholieke keizer was dus natuurlijk de vijand van Gustaaf Adolf. terwijl deze zoowel door overeenstemming in godsdienstige gevoelens als door bloedverwantschap aan de protestantsche vorsten van Duitschland gehecht was.

Ten einde dichter bij Duitschland te zijn, besloot Gustaaf Adolf den oorlog tegen de Polen naar den Weichsel te verplaatsen; daartoe had hij eene haven aan de Oostzee noodig, om zijne vloot in veiligheid te brengen en zijn leger te kunnen ontschepen. Tegen de inneming van een Oostpruisische haven dooi de Zweden verhieven zich echter gewichtige staatkundige bezwaren, hij moest daartoe oorlog voeren legen zijn eigen zwager, met wien hij in vollen vrede leefde, dewijl Oost-Pruisen onder het opperleenheerschap van den koning van Polen aan den keurvorst van Brandenburg behoorde.

Dat Gustaaf Adolf zich door dit bezwaar niet liet afschrikken, getuigt niet voor zijne hooggeroemde rechtvaardigheid, — een vijandelijke inval in een bevriend land was ongetwijfeld eene grove rechtsverkrachting maar wel voor zijne voor niets terugdeinzende stoutmoedigheid.

Met eene vloot van 150 schepen en een leger van 13 regimenten voetvolk en 9 compagnieën ruiters, verscheen Gustaaf Adolf den 26"' Juni 1626 voor Pillau. De Brandenburgsche bezetting, slechts 300 mail sterk, was niet in staat tegenstand te bieden. Aan zijn zwager verklaarde de koning, dat hij tegen hem geen oorlog kwam voeren, maar dat hij de haven van 1 ïllau had moeten nemen, dewijl anders de Poolsche koning die wellicht zou bezet hebben, en dat het voor den keurvorst het best zou zijn, indien bij, als leenman van Polen, zich in deze geheele zaak niet mengde.

Van Pillau rukte Gustaaf Adolf eerst tegen Braunsberg en vervolgens tegen Elbing en Mariënburg op. In een ommezien veroverde hij alle groote en kleine steden en breidde hij zijne veroveringen tot aan de Poolsche grenzen uit. Op dezen tocht handhaafde Gustaaf Adolf eene voorbeeldige krijgstucht. Lik soldaat, die het waagde op eigen gezag le plunderen, werd zonder genade ter dood gebracht. De protestantsche inwoners, die zich aan de Zweden onderwierpen, werden krachtig beschermd; daarentegen nam de koning de goederen der geestelijkheid, der Jezuïeten en van den Poolschen adel in beslag.

Toen de Pruissische stenden, die zich uit vrees voor Polen niet voor

Sluiten