Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De onnoozele Mustapha ten troon verheven. De sultane Walide. Osmans dood.

Toen de janilsaren dit bericht ontvingen, steeg hunne woede ten top Tot dusver hadden zij met hun opstand niets anders bedoeld dan den sultan vrees aan te jagen en den gehaten grootvizier ten val te brengen, doch thans ging van alle zijden het geroep op, dat Mustapha de Onnoozele, de in den kerker zuchtende afgezette sultan, weder ten troon verheven moest worden. »Leve Mustapha. met dien kreet stormen de oproerlingen naar den toren van het serail, waar de onnoozele gevangen zat.

In de spanning der laatste dagen hadden de bewakers hun gevangene vergeten. Twee dagen was hij reeds zonder voedsel gebleven. Toen thans eensklaps de deuren van zijn kerker opengingen, toen de woeste soldaten bij hem binnendrongen, meende hij, dat men hem wilde vermoorden. Hij viel op de knieen en smeekte onder een vloed van tranen, dal men hem ten minste tijd zou alen om te bidden. Ook toen de janitsaren hem te voet vielen, zijne handen kusten en hem den beheerscher der geloovigen noemden begreep hij hen niet. Jammerend riep hij uit: »Ik heb dorst, ik heb dorst water, water!

De jammerlijke bleeke gedaante werd naar de troonzaal gevoerd en daar door de oproerlingen gehuldigd, terwijl hij nu eens om zijn leven, dan weder om water smeekte.

.... had Osman toch niet verwacht, thans was zijne geestkracht gefnuikt. Hij verklaarde zich bereid om den grootvizier op te otteren, deze en een andere hooge staatsbeambte werden uit den harem verdreven en terstond dooide janilsaren vermoord; doch het was te laat, deze laaghartige toegevendheid baat e Osman me s en toen hij eindelijk ernstig op de vlucht naar Azië bedacht weid, kon Inj dat plan niet meer volvoeren. Hij moest zich in het paleis van den aga uer janilsaren aan de woede der oproerlingen onttrekken.

De sultane Walide, Mustapha's moeder, had intusschen voor haar krankzinnigen zoon gehandeld. Zij had haar schoonzoon, een Bosniër, Daud paclia, tot groo vizier benoemd en alle overige hooge eereambten van het rijk aan de aanvoerders van den opstand en hunne aanhangers geschonken. Alles was er haar natuurlijk aan gelegen, zich van Osman te ontslaan, want zoolang deze leefde, werd hare macht ernstig bedreigd

Walide vond - vreemd genoeg! - toen zij haar wensch naar Osmans dood openbaarde, tegenstand bij de janitsaren. «Wij willen Osman niet lol keizer hebben maar wij willen ook onze handen niet in zijn bloed doopen'" verklaarden de anders zoo bloeddorstige krijgers, die Osmans gunstelingen ,^e mef uitgezochte martelingen Ier dood brachten, maar schroomden een sultan uit het hooggeeerde vorstengeslacht te dooden.

ij sleurden Osman uit het paleis van den aga te voorschijn, sleepten hem half naakt over de vischmarkt, voerden hen. vervolgens op een oud paard de stad door en zeilen hem eindelijk op het slot der zeven torens gevangen Daud paclia had reeds in het paleis van den aga der janilsaren gepoogd. Osman met het noodlottige koord te verworgen, maar de jonge en kracht?ge vorst had zich zelf gered, door den beul het koord te onirukken en zich "e verdedigen, totdat eenige janitsaren hem ter hulp kwamen. In het slot der zeven torens moest Daud paclia op Walide's bevel de poging herhalen.

»Neem u in acht! bad de sullane tol haar schoonzoon gezegd — -Osman is een slang, die, wanneer hij ons ontglipt, ons allen verslinden zal." Daud paclia wachtte het invallen van den nacht af. Toen de janitsaren zich in hunne kazernen hadden teruggetrokken en geheel Conslanlinopel in de diepste rust gedompeld lag, drong hij met eenige trouwe aanhangers Osmans slaapvertrek binnen. °

• i ^?nkre vcllst verdedigde zich met de kracht der wanhoop, doch werd eindelijk ter aarde geworpen en vermoord. Daud paclia sneed hel lijk een oor ai en zond liet aan Walide met de boodschap: »De slang is niet meer Ie vreezen. Maar zij was het nog wel, althans voor de moordenaars

Sluiten