Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Don Juan aan 't hof. De Morisco's uitgeroeid.

nabijheid van Valladolid kwamen en van verre hel gerucht van den naderenden jachtstoet hoorden; nu steeg Quexada af en verzocht Juan, van paarden te verwisselen. Hij greep de handen van den verwonderden jonkman, kuste die eeibiedig en zeide: «Zijne Majesteit zal spoedig bij ons zijn en Uwe Hoogheid zeggen, wie Uw vader is."

Toen de koning terstond daarop naderde, ontvingen Quexada en Juan hem in knielende houding. Philips beval den knaap op te staan en vroe,r hem, of hij den naam zijns vaders kende. Juan gaf met een zucht een ontkennend antwoord. Nu riep de koning uit: «Gij hebt denzelfden vader als ik , wij zijn beiden zonen van den grooten keizer Karei!" Hierop omarmde hij zijn broeder leederlijk en nam hem mede naar Valladolid. Tol zijne volgelingen zeide hij. dal hij nog nooit op eene zijner vroegere jachtpartijen zulk een kostbaar sluk wild opgespoord had.

Van dit tijdstip af ontving Juan eene koninklijke opvoeding, doch nog altijd ter voorbereiding voor den geestelijken stand. Maar nu inocht hij de hoop koesleren, dat de toegang tol de hoogste kerkelijke eerambten voor hem open zou staan. Zijne speelnooten waren de prinsen van koninklijken bloede: don Carlos, de kroonprins van Spanje, en Alexander Farnese, de zoon van l hertogin Margarelha van Panna, werden met hem opgevoed.

Zoo sterk was don Juans liefde voor de militaire loopbaan, dat bij, toen het bericht der verovering van het eiland Malta door de Turken tot hem doordrong, beslool, naar eene Spaansche haven te vluchten, naar Malta scheep te gaan en daar voor het Christendom te strijden. Te Barcelona werd hij achterhaald en gedwongen naar het hof terug te keeren. Alleen door zijne deemoedige bede om vergeving en door de diepe onderdanigheid, welke hij voo' liilips II aan den dag legde, gelukte het hem de vergilïenis van zijn vertoornden broeder le verwerven. Men zegt zelfs, dat don Juan, om den koning weder gunstig voor zich le stemmen, dezen mededeelingen omtrent geheime plannen van don Carlos gedaan heeft. Zeker is het. dat tusschen Carlos en Juan van nu af eene zeer vijandige stemming heerschle. Op zekeren dag wierp de eerste zijn jeugdigen oom zelfs liet woord «bastaard" naar liet hoofd De beleedigde antwoordde: «Het zij ik een bastaard beu of niet. in elk «eva! ben ik de zoon van een beteren vader dan gij hebt!"

Alle pogingen van den infant om don Juan insgelijks tol verzet tegen den koning op te hitsen, waren vruchteloos. Don Juan bleef zijn broeder getrouw en verwieif zich daardoor zoozeer diens vertrouwen, dat Philips II zijn wensch inwilligde en hein het opperbevel in den oorlog tegen de Morisco's toevertrouwde. Juan stelde het vertrouwen zijns broeders niet te leur; de 23jarige jongeling vlocht zich in Granada de eerste lauweren als krijgsman om de slapen. Hij beloonde zich niet slechts een uitstekend veldheer, maar ook uen gehoorzamen uitvoerder van de koninklijke bevelen, den wreeden vervolger van de ongelukkige Morisco's.

De geheele Moorsche bevolking werd uit Granada verdreven, tot de grijsaards, vrouwen en kinderen toe! Van de duizenden, die hun vaderland vei laten moesten, overleefden slechts weinigen de vreeselijk vermoeiende inarschen, die zij onder de leiding van Spaa nsche soldaten maken moesten, en deze weinigen werden als slaven verkocht. Ook uit de meest verborgen schuilhoeken \an het gebergte werden de Morisco's te voorschijn gehaald eu eerst toen de oorlog geëindigd was, liet men de overgeblevenen naar de afgeleaenste streken van Spanje verhuizen.

Lang hadden de Morisco's met bewonderenswaardige dapperheid den strijd volgehouden; had sultan Selim hun verzoek ingewilligd en hun hulp gezonden dan zou de troon van Philips II wellicht omver zijn geworpen, doch Selim was niet in staat lot eene grootsche onderneming, gelijk een tocht naar Spanje. Hij dacht alleen aan de verovering van het eiland Cyprus, dat zulk een voortreilehjken wijn opleverde. Onze lezers herinneren zich zijne wapenfeiten, zij

48*

Sluiten