Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Juan in de Nederlanden. Perez en Escovedo.

Docli zijn haal ging niet ver genoeg om zich met zulk eeue gevaarlijke en gewichlige onderneming als de verovering van Engeland in Ie laten, vooral dewijl al hel voordeel daarvan aan zijn stoutmoedigen broeder ten goede zou komen. Hij wilde wel van diens geestkracht en talenten als krijgsman in zijn eigen belang partij trekken, maar hem niet op een troon plaatsen. Derhal ve droeg hij hem in het jaar ia7f> het stadhouderschap over de oproerige Nederlanden op. Over Juans werkzaamheid in die betrekking zullen wij later uitvoerig spreken.

Don Juan aanvaardde het hem opgedragen ambt met blijdschap; van de Nederlanden uil hoopte hij zijne plannen tegen Elisabeth van Engeland gemakkelijker ten uitvoer te kunnen leggen. Tol bereiking van dat doel was Escovedo onafgebroken werkzaam. Hoe moeilijk het ook wezen mocht, koning Philips voor don Juans plannen te winnen, toch moest dit beproefd worden. Escovedo meende hulp te zullen vinden bij een man, dien bij voor zijn trouwsten vriend hield, bij den staatssecretaris Antonio Perez, die toen bij Philips in blakende gunst stond.

Anlonio Perez was een gewetenloos intrigant, die bij alles slechts één doel voor oogen hield, namelijk zich in de gunst des konings te handhaven en daardoor zijne machl te bevestigen. Hij diende zijn heer tot koppelaar bij de schoone prinses Artna Eboli, de gade van Ruy Gomez, die zelf de liefdesbetrekking des konings tot zijne vrouw in de hand gewerkt had. Perez liet zich intusschen door zijne dienstvaardigheid jegens zijn vorst niet afschrikken om te gelijk diens mededinger bij de schoone Anna te worden; natuurlijk trachtte hij deze betrekking met den sluier van hel diepste geheim te bedekken.

Geen beter middel bestond er om 's konings gunst te verwerven, dan zijn nimmer sluimerenden argwaan telkens nieuw voedsel te geven. Dil deed ook Perez; terwijl hij zich schijnbaar onverdeeld aan de belangen van Escovedo en van don Juan wijdde, deelde hij den koning mede, dat zijn stiefbroeder eerzuchtige plannen had en brandde van begeerte om zich van de Spaansche kroon meester te maken of ten minste koning der Nederlanden te worden. Hij voegde er bij, dat die plannen van den prins eigenlijk in het brein van Escovedo waren uitgebroed.

Op last des konings speelde Perez zijne rol als vriend van Escovedo voort, alleen daardoor immers kon hij onwraakbare bewijzen voor ieder bedreven verraad in handen krijgen. Alle vertrouwelijke brieven, die uil de Nederlanden aan Perez gezonden werden, kwamen onder des konings oogen. Alle brieven, die Perez zelf schreef, zag Philips, eer ze verzonden werden. Hij duldde niet alleen, maar werkte bel zelfs in de band, dal Perez daarin ongunstige berichten omtrent den koning zelf opnam, ja hij verbeterde nu en dan de brieven en voegde zelf een volzin, die op hem betrekking had, daaraan toe. Op die wijze kreeg Philips wel niet kennis van don Juans plan om koning der Nederlanden of zelfs koning van Spanje te worden, — want zulk een plan bestond niet — doch wel de overtuiging, dal zijn broeder ontevreden over hem was.

Dewijl de briefwisseling met Perez geen doel trof, zond don Juan zijn raadsman Escovedo naar Spanje, deels om aan het hof beter in zijn belang te kunnen werken, deels om krachtiger ondersteuning in den oorlog legen de Nederlanden te verwerven. Escovedo werd door den koning koel ontvangen. Deze was door de inblazingen van Perez van hel verraad zijns broeders overtuigd en hij werd hel nog meer, toen don Juan kort daarop herhaaldelijk den' wensch uitsprak, dal men hem Escovedo terugzenden en dezen geld, veel geld meegeven zou, dewijl hij anders in de Nederlanden niels kon uitrichten.

Deze zeer natuurlijke begeerte schreef Philips II toe aan den wensch zijns broeders om de middelen lot een verraderlijke onderneming te verkrijgen. Dewijl hij Escovedo als den man beschouwde, bij wien die plannen het eerst

Sluiten